Terug naar het overzicht

Intrededienst Aart Mak 1995

29 januari 2019 /
door Aart Mak

Preek van de intrede-dienst van Ds. Aart Mak,

gehouden op zondag 17 september 1995.

Schriftlezing Marcus 4: 26-34  (NBG 1951)
26 En Hij zeide: Alzo is het Koninkrijk Gods, als een mens, die zaad werpt in de aarde, 27 en slaapt en opstaat, nacht en dag, en het zaad komt op en groeit, zonder dat hij zelf weet hoe. 28 De grond brengt vanzelf vrucht voort; eerst een halm, daarna een aar, daarna het volle koren in de aar. 29 Wanneer dan de vrucht rijp is, laat hij er terstond de sikkel in slaan, omdat de oogsttijd aangebroken is. 30 En Hij zeide: Hoe zullen wij het Koninkrijk Gods afbeelden, of onder welke gelijkenis zullen wij het brengen? 31[Het is als een] mosterdzaadje, dat, wanneer het in de aarde gezaaid wordt, het kleinste is van alle zaden op de aarde, 32 en toch, als het gezaaid is, opkomt en groter wordt dan alle tuingewassen, en grote takken maakt, zodat in zijn schaduw de vogelen des hemels kunnen nestelen. 33 En in vele dergelijke gelijkenissen sprak Hij het woord tot hen, naardat zij het konden horen, 34 en zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet, maar afzonderlijk aan zijn discipelen verklaarde Hij alles.

Gemeente van Christus, u hier en u die meeluistert,

Eigenlijk heb ik een hekel aan het woord 'evangelisatie'. Laat ik daar gelijk maar openhartig over zijn. Het doet mij vanouds denken aan een zekere opdringerigheid en aan mensen die vol zekerheden schijnen te zitten. Het begrip evangelisatie klinkt ook zo pretentieus en tegelijk associeer ik het met weke woorden op bleke melodieën. Wat dat in mij is? Mijn vader was dominee, o.a. ooit in Maassluis. Daar moest hij, tenminste ik had de indruk dat daar enige dwang achter zat, van zijn kerkenraad zo nu en dan evangeliseren. Dat hield in dat hij aan die enkele niet-gelovige die in het begin van de jaren '60 in dat Zuid-Hollandse plaatsje woonde (ik schat dat toentertijd 99% van de inwoners tot een kerk behoorde), vanuit een bestelwagen luidkeels het evangelie bracht. Zo midden op straat, met de achterklep open, microfoon en luidspreker. Een licht gevoel van gêne beving mij bij het aanzien en aanhoren van die ook voor mijn vader zo onnatuurlijke manier van doen. Zo is dat dus gekomen...

En dan toch nu beginnen, op hoop van zegen, aan werk dat zoals alle insiders weten typisch evangelisatie-werk is.
Het kan vreemd gaan in een leven. Maar misschien is er in die ruim 30 jaar ook wel veel veranderd. Toen waren veel christenen toch wel bezig met de groei van de kerk, het instituut wel te verstaan. Die kerk moest zichtbaar groeien en evangelisatie was de beste wijze om zoden aan de dijk te zetten. Had Christus immers zelf niet gezegd: 'Gaat dan heen en bekeert alle volken tot mijn discipelen?'
Wat is er dan veel veranderd. De tijden zijn zo anders geworden, vooral door de media, de elektronica, de grotere wereld, de mondigheid, de wereld van het amusement. En de kerk is veranderd. Veel christenen zijn enigszins of totaal anders in het leven gaan staan. Moeizaam, soepel, alle variaties komen voor, maar veel is wel anders geworden. Wat is dan nog bekering, wat is evangelisatie, wat kan het evangelie nú voor mensen betekenen?

Zou het kunnen dat het, bijvoorbeeld via deze zender, niet alleen meer gaat om kerk, kerkverlating of groei van de kerk, kortom om het instituut? Zou het kunnen dat het nu geboden is om de mens die zoekt, ook religieus, aan te spreken? Heel persoonlijk? Nu even niet bekommeren om de kijkcijfers en de groeigrafieken, maar om de woorden te vinden om al die verschillende, van zoveel oude en waardevolle bronnen vervreemde mensen aan te spreken? Zou het kunnen dat het nu zeker niet gaat om allerlei kerkelijke denominaties, maar om mensen zonder grenzen?
Het zou, is mijn antwoord, toch fantastisch zijn: een bescheiden plek, een uitstraling waar de eenvoud van het evangelie de gecompliceerdheid van het leven onder een helder licht zet?

Zomaar, zonder meer, woorden aanbieden, mensen opvangen, er gewoon maar zijn en zien hoe het zal gaan.
Het gaat om vertrouwen en geduld, om zachtmoedigheid en vastberadenheid, om oprechtheid en je eigen grenzen kennen. Wie God is en wat God doet, overstijgt ons allemaal. We kunnen daarover alleen maar in beelden spreken. Paulus heeft het over een kracht, Johannes kan slechts in visioenen communiceren en Jezus zelf spreekt bijna voortdurend in gelijkenissen. Luister maar naar deze…

En de mens, de landman, kind van de aarde, werpt zaad over de aarde. En hij slaapt en staat op. Hij weet niet hoe het werkt. Het zaad dat in de donkere aarde ontkiemt is een kracht buiten hem om. Het gaat 'van zelf'. En al gaat dit zaad door zijn handen heen, hij mag het slechts verstrooien. Hij kan aan het eigenlijke werk, sterven in de aarde om uit te groeien tot volle vrucht, weinig toe- of afdoen. Het gaat om vertrouwen en geduld, om zachtmoedigheid en vastberadenheid, om oprechtheid en je eigen grenzen als mens kennen. En je niet verkijken op de tijd. Tijd is zo relatief.
De boer die opstaat, zaad strooit in de akker, en weer gaat slapen, kent geen tijd dan het wisselen van dag en nacht.

Het koninkrijk van God, de stille kracht in en om ons heen, kent zo'n andere tijd dan onze digitale, razende, druk en overspannen makende tijd. Ik werd daar nog weer eens bij bepaald toen ik pas een gedicht van Vasalis las:

Ik droomde, dat ik langzaam leefde...

langzamer dan de oudste steen.

het was verschrikkelijk: om mij heen

schoot alles op, schokte of beefde,

wat stil lijkt. 'k Zag de drang waarmee

de bomen zich uit de aarde wrongen

terwijl ze hees en hortend zongen;

terwijl de jaargetijden vlogen

verkleurende als regenbogen...

Ik zag de tremor van de zee,

zijn zwellen en weer haastig slinken,

zoals een grote keel kan drinken.

En dag en nacht van korte duur

vlammen en doven: flakk'rend vuur.(...)

(Tijd, uit: Parken en Woestijnen)

Maar wij leven in óns tempo in een wereld die zich voorthaast, de sterken sterker, de zwakken zwakker, grote en groeiende ongelijkheid. Kortom: chaos!

Of is er ook iets anders gaande? Is er een Kracht bezig, ademt de aarde in en uit, groeit in het donker wat de Eeuwige God ooit zaaide in alle stilte en ontluikt en ontvouwt het zich voor wie luisteren en zien? En de boer, de landman, gaat slapen en staat op, gaat slapen en staat op. En het groeit zonder dat hij zelf weet hoe...

Meer dan ooit, is mijn mening, gaat het er nu, in deze tijd om vertrouwde beelden los te laten. Wat wij vroeger leerden in de catechisatieboekjes, al die ingewikkelde en moeizame concepten over God, drie-eenheid, almacht vanaf de kansel, dat al heeft waarde gehad, maar zouden we het ook niet weer een keer moeten loslaten? De wereld is zo ingrijpend veranderd! Onze taal, onze beeldspraak, ze moeten zo ingrijpend op de helling willen we voor de moderne mens (dus ook voor onszelf!) verstaanbaar en aanstekelijk nog God ter sprake brengen. Ik moet vaak denken aan de middeleeuwse mysticus Eckehart, Meister Eckehart. Hij leerde zijn tijdgenoten afstand te doen van alle gangbare spreken over God.

We spreken nu over de Middeleeuwen, met zijn tot in details uitgewerkte gedachten over genade en zonde, kerk en wereld, sacrament en heil. Eckehart sprak daartegenin van een totale ontlediging. Willen wij, zo zei hij in allerlei toonaarden, dichter tot God komen, dan zullen wij juist de bestaande beelden over Hem moeten prijsgeven. Al onze (goedbedoelde) woorden, teksten en gedachtenspinsels staan zo gauw en definitief tussen het levende, mystieke, innige contact van Schepper en schepsel in. Loslaten dus, telkens opnieuw. Niet meer, zeker nu niet, het oude koesteren als het vertrouwde. Het wordt zo gauw gevangenschap, kramp. Binnen zitten terwijl buiten de zon schijnt en het leven zich afspeelt... Voor mij is dit gelijk aan wat Jezus zegt als Hij spreekt over je leven durven verliezen om het dan juist te winnen.

Wij zijn, zou je met het oog op de gelijkenis kunnen zeggen, onderhevig aan dezelfde wet als het zaad: het moet sterven wil het vrucht dragen. Eckehart zegt ergens:
'De mens is nog niet thuis en God blijft hem ver en vreemd.' We zijn en blijven eeuwige pelgrims. Onderweg, zoekend, aangeraakt door een geheim, niet wetend maar vermoedend, vol heimwee en verlangen naar licht, vrede, een kus van de Eeuwige God.

Het gaat om de kunst van het loslaten. Dat doet de zaaier ook. Evengoed de spreker met zijn woorden. Hij weet niet wat ervan komt. Niet wat hij zegt is van belang, maar wat mensen horen. Het geldt ook voor deze radiozender. Wie weet wie luistert, wie weet welke grenzen overstegen worden? Het loslaten kent net zo goed degene die kinderen opvoedt en zeker ook zij of hij die liefheeft.

Liefde ís loslaten. In ons allen sluimert de neiging er alles aan te doen. Het leven niet alleen te leven maar ook te beheersen. Te rekenen, bezorgd te zijn, te regelen en te verzamelen met het oog op de dag van morgen want je weet niet hoe die zal zijn... Maar, zoals iemand dichtte:

Mocht ik één helder lied horen van de merel,

één wilde roos zien,

kamperfoelie ruiken,

en zon in het water zien schijnen,

dan heb ik niet voor niets geleefd.

 

Mocht ik één ogenblik voelen van

bevrijdende dankbaarheid,

voor alle goeds, mij geboden uit

het hart van medemensen,

dan heb ik niet voor niets geleefd.

 

Mocht ik één druppel meedrinken

uit de oceaan van lijden,

en onpeilbare eenzaamheid

van Jezus de Nazarener,

dan heb ik niet voor niets geleefd.

(Anne-Margreet, uit Open Deur)

 

Wie veel wil hebben, zal niets vinden. Wie alles geeft, zal ervaren dat zij of hij diep geraakt wordt door een enkel geschenk. Leven is liefde. Liefde is loslaten. En loslaten is vertrouwen. En daarmee kom ik op de Christus. Hij die zelf wist wat loslaten was en vertrouwen. Hij vertelde, staat ergens in Marcus, enkel in gelijkenissen.

Hij sprak in beelden en niet in concepten over God en Zijn aanwezigheid en inwerking in ons leven. Hij maakte daarmee zijn leerlingen tot zoekers in plaats van weters. Hij sprak in beelden en beelden vormen de taal van het hart. In dat hart hebben wij allen een schatkamer waarin alle beelden van ons leven opgeslagen liggen, met alle gevoelens erbij, wachtend om ooit aangeraakt te worden, wakker gekust en te weten hoezeer wij beminde kinderen van God zijn.

En Jezus vertelt over dat mosterdzaad. Als was het om vertrouwen te geven, een verhaaltje als een plaatje over het kleinste van alle zaden. Een gelijkenis, goed voor mensen die altijd zeggen: 'eerst zien en dan geloven'. Het is amper zichtbaar, onopvallend, maar neem de tijd en zie: wat een groeikracht: een boom, een plek om te schuilen. Dat is het verhaal van God en zijn kracht. Bijna onzichtbaar, onopvallend, maar neem de tijd en geloof: God weet komt het goed met al dat onrecht van nu, met al die bezeerde mensen, met al dat verschrikkelijke geweld aangedaan aan kinderen, onschuldigen. God weet komt het goed met de aarde, zuchtend en steunend met al wat daarop leeft, de mineralen, de elementen, water en lucht, dampkring en plankton, lotusbloem en krekel. God weet komt het goed...

Het gaat om vertrouwen en geduld, om zachtmoedigheid en vastberadenheid, om oprechtheid en in een kerk zonder grenzen om het weten van de eigen grenzen.

Amen.

Deel deze column:

Reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *