Over heimwee, kerkverlating, heilige plaatsen en bijzondere momenten

Door Aart Mak

Vakantie vieren roept zijn eigen heimwee tevoorschijn. Dat heimwee dat de kop opsteekt ná de vakantie, dat terugverlangt naar de dagen zonder agenda, naar de lange avonden en naar de tijd die niet driftig verder tikte maar stroomde als een rustige rivier. In mijn geval wordt de zondag voor de helft weer een werkdag en raken de vijf werkdagen gevuld met afspraken, deadlines en takenlijstjes. Overigens is de zondag wel de meest plezierige dag, ook al ben ik ’s morgens druk in de weer. Dan juist dient het in mij meereizende heimwee zich zachtjes aan, het verlangen naar een dag die veel stilte bevat, verlangen naar één of meer uren met inkeer en vergezichten, naar vrije tijd die je naar believen kunt doorbrengen.

Ik mijmer wat en denk aan een oude psalm. Beter op de drempel van Gods huis dan wonen in tenten, staat ergens in psalm 84. Het lijkt ook een uiting van heimwee. Het is het verlangen naar een plek die bestand is tegen de stormen van de tijd. Een schuilplaats, zoals in die psalm ook zo mooi staat, waar zelfs de mus een plek vindt en een zwaluw in alle rust haar kleintjes kan grootbrengen. Dat is daarom al een heilige plek. Maar laat dat de tempel zijn. Of een mooi oud kerkgebouw. Ik bedenk dat de moderne kerkverlating ook geen verlating van het gebouw is. Vrijwel iedereen houdt van mooie oude kerken waarin de stilte hangt en de rust van eeuwen soms voelbaar is. Kerkverlating is het bijna collectieve afscheid door de nieuwe generaties van een manier van doen. Het is niet het gebouw maar zijn bewoners die op de zenuwen werken. Het blijven hangen in ouderwetse opvattingen, het moralisme, het idee dat er iets aan jou mankeert - en ook de beelden en de woorden die niet meer passen bij de moderne mens zoals hij in het leven staat. De benauwdheid die dreigend op mij viel, om een andere psalm te citeren (psalm 116), is wat veel mensen overvalt die een mis of eredienst binnenlopen. De toon is te gewichtig, de teksten misschien mooi maar onbegrijpelijk. Er helpt geen lievemoederen aan. De traditionele kerkdienst vraagt om horen en gehoorzaamheid, terwijl de moderne mens wil overleggen, meepraten en zelf kiezen.

Ik mijmer verder. Ook vakantie is lang niet altijd meer wat het was. Deze zomer helemaal. Je moet, wil je ’s morgens in je tent wakker worden met een lekker motregentje, ver rijden om dat te vinden. Dat was vroeger wel anders. Vroeger  reden we enorme afstanden om dagelijks warmte en zon te hebben. Enfin. Maar ook het taalgebruik. Als je ‘op vakantie’ was geweest, was dat vroeger anders dan wanneer je ‘met vakantie’ was geweest. In het eerste geval ben je ook weg geweest, in het andere geval kun je ook thuis van je vrije tijd hebben genoten. Onze vakantie (van het Latijnse woord vacare, vrij zijn) is een betrekkelijk modern verschijnsel. Ouderen weten nog dat ze als kind hooguit één weekje naar Ommen of naar Lochem gingen. Nu is voor veel mensen uit de rijkere landen vakantie een noodzaak. Mensen in loondienst krijgen zelfs vakantiegeld. En het is big business geworden. En misschien ook wel, door al dan letterlijke heen- en weer gevlieg, een aanjager van de klimaatverandering.

De ervaring leert dat oudere mensen nogal eens de zomervakantie als een lange, vervelende periode zien. Zij zijn dan meer dan anders verstoken van bezoek. Ook huisdieren zouden, als ze het konden zeggen, tegen de vakantie van hun bazen zijn. De moderne vakantiebesteding is misschien ook wel overdreven. Het evenwicht is nogal eens zoek. Wij hebben wel meer vrije tijd gekregen, maar tegelijk zijn we drukker en meer gestrest dan ooit. En ik denk vaak dat juist hier de kerk in haar uitstraling tegenwicht tegen had kunnen bieden. De katholieke wereldkerk met haar kerkgebouwen waar je naar binnen kunt lopen en een kaarsje kunt aansteken, het mysterie dat daar hangt en het schaarse licht, zijn aantrekkelijk voor vakantiegangers en mensen die even tot rust willen komen. Maar protestanten zijn vaak bezige bijen en zwetende werkezels. Hun kerkgebouwen zijn niet voor niets door de week dicht en daarmee onbereikbaar voor buitenstaanders. Maar op zondag kan het er zijn, zelfs in een protestants kerkgebouw. Ik bedoel dat voortdurende heimwee naar de tijd die zo langzaam gaat als een traag stromende rivier, naar ruimten en verten waar je alleen maar stil van wordt, het verlangen naar tijden waarop je niet op je klokje kijkt en niets hoeft te doen. Leve die ene dag om hier in alle rust over te mijmeren en te glimlachen om alle drift en drukte. Als een regenbui die de hitte verdrijft…

 

Terug naar overzicht…