Engelen (vervolg)

Door Ds. Aart Mak

( vervolg) ... We worden beïnvloed, we worden begeleid, we worden n de gaten gehouden. En daarom is toeval geen toeval. En zijn sommige ontmoetingen niet zomaar, maar gestuurd. En krijgen mensen een ingeving, een helder idee. U kunt het geloven of niet, het is waar.

Misschien dat het sommigen helpt om zich te realiseren dat in alle verhalen van het speciale kind dat we vannacht gedenken, er engelen bij zijn. Bij zijn geboorte, in grote getale zelfs volgens de overlevering. In de woestijn, toen hij op de proef werd gesteld. Dat was trouwens door een vreemde engel. Een volgens de traditie gevallen engel. Ook dat bestaat. De stokebrand. De wigdrijver. En je weet het, je gevoel zegt het, als het niet klopt. De duivel vermomt zich graag.

Echte engelen laten je vrij. Je voelt dat. En zullen je nooit in verleiding brengen. Zo’n echte engel was er ook toen Jezus vocht met zijn angst, in de hof van Getsemane. En twee of meer engelen waren er toen zijn leerlingen tevergeefs zochten naar zijn lichaam in het lege rotsgraf.

Engelen zijn vooral grensgangers. Ze komen dichterbij als het gaat om leven of dood. In tijden van gevaar en crisis. Als een mens vecht met zichzelf of met anderen.

Het gebeurt maar zelden dat wij hen zien in een stralend licht. De enkele keren dat dit wel gebeurt, zoals in de nacht op de velden van Efrata, dichtbij Bethlehem, zorgt dat licht ervoor dat mensen zich vleugels aan engelen voorstellen. Wie tegen het licht inkijkt ziet van alles om iemand heen. En hoe konden die wezens er ineens zijn en zomaar weer verdwijnen? Hoe konden ze niet onderhevig zijn aan de zwaartekracht, net als vogels? Juist, dan moesten ze vleugels hebben…

Maar engelen zien eruit als u en ik. Er zijn talloze verhalen in omloop van ontmoetingen met een medemens, een lifter, een toegesnelde hulpverlener, een vrouw op een perron, een jongetje dat iemand toelachte en zo troostte, die bij nader inzien niet bleken te bestaan. Niet als mensen met een vaste woon- of verblijfplaats, zonder identiteit, nergens op welke zoekmachine dan ook terug te vinden. Andere wezens. Engelen.

Vergis u niet, ook al is het heel druk en bewegen mensen alle kanten op – denk aan Hoog Catharijne in Utrecht, of Haarlem tijden de zeven dagen Serious Request -, er wordt op ons neergezien door engelen. Vanuit de hoogte, zoals zo mooi verbeeld in de film Der Himmel über Berlin of in de latere Amerikaanse versie The city of Angels – of te midden van het publiek, als bedelaar. Ze zijn er, ongezien, voor veruit de meesten van ons.

Je kunt het geloven of niet, het is waar. En al zou het niet waar zijn…, dan maakt de gedachte alleen al de wereld wel magisch, vindt u niet? Want je gaat je zelf en andere mensen anders zien. Want daarmee worden mensen dus kostbaar. En gaat het inderdaad, zoals het volwassen kind van Bethlehem vaak zei, niet om status en macht, maar om eenvoud en echt zijn. Het gaat om verfijning en om zachtmoedigheid.

Hoe fragiel, subtiel is het leven dan ineens. Elk mens is kostbaar.

Over mensen gesproken. Wat maakt mensen tot mensen trouwens? Dat ze een vrije wil hebben. Wij kunnen kiezen. Wij kunnen de hoogste vormen van liefde aan elkaar bewijzen. En we kunnen elkaar de vreselijkste dingen aandoen. Alles is mogelijk. Onze keuzes doen ertoe. En dus onze daden ook.

En altijd zijn de engelen erbij. Stille begeleiders. Haast transparante coaches die o zo subtiel hun werk doen. Zeker als het erop aankomt, als het een zaak is van leven of dood.

Waren ze erbij toen die kinderen op die school in Pakistan werden vermoord? Ja. Ze moesten wel, om al die kleintjes weg te dragen en te troosten. Waren ze erbij toen die Buk-raket op een paar meter afstand van MH17 ontplofte? Het moet wel zo zijn. Er viel niets meer te redden voor het leven, maar moesten de honderden mensen die haast tegelijk stierven opgevangen worden en zacht naar die andere wereld worden geleid. Dat de engelen je op handen zullen dragen – angeli te deducant in paradisum – zullen leiden naar het paradijs.

Engelen kunnen dus de loop van een mensenleven niet veranderen. En ook niet van de geschiedenis. Dat moeten mensen zelf doen. Door ja of nee te zeggen, te kiezen, voor hoop of destructie, voor aandacht of onverschilligheid, voor vrede of oorlog. Zal ik er op los slaan met mijn vuist of zal ik die ander mijn hand toesteken? Het zit bij ons van binnen. Altijd. Gedachten die botsen. Het ego dat in jou strijdt om voorrang. Gedachten van concurrentie en jaloezie, of eenvoud en mildheid. Mensen, u en ik, wij moeten het zelf doen.

Maar dan gaat het erom door wie of wat u en ik zich laten beïnvloeden. En dan komen die stille aanwezigen, de engelen, weer in beeld. Ze zijn als een lichte schaduw die er altijd is, maar die je nooit ziet, of terloops voelt hooguit. Als je hen zou willen zien, dan wijken ze, want ze laten jou de vrijheid. Ook de vrijheid om te kiezen of zij wel of niet bestaan. En of daarmee een andere wereld wel of niet bestaat. Je zou hen soms willen aanraken, maar dat is onmogelijk, ze zijn van andere hoedanigheid gemaakt.

Maar ze zijn er wel. Je kunt het geloven of niet, het is waar. Een goede engel is nooit weg, nooit ver weg. En ze helpen je je gevoel te vertrouwen. Met andere ogen te zien naar de wereld om je heen. En vooral om te vertrouwen dat het ertoe doet dat je er bent, hier in dit leven. En dat er toekomst is. En hulp indien nodig. En redding zelfs, als het niet anders kan.

Ook daarover bestaan veel verhalen. Gered worden. Een bijna-ongeluk. Een bijna-dood. Een ontsnapping ternauwernood. Een vreemdeling die je uit het donkere water tevoorschijn trok. Een val die gebroken wordt. Een auto-ongeluk dat niet gebeurde omdat je besloot, zogenaamd zelf, eerst nog thuis iets op te halen.

Engelen zijn er om het leven te vertrouwen. Wees niet bang, zegt de engel tegen de hevig geschrokken herders. Engelen zijn er om ons te herinneren aan de lichte kant van het leven. Ik kom jullie goed nieuws brengen, zegt de engel tegen de mannen in de nacht. Engelen zijn er om ons te wijzen op het nieuwe, op de kansen die er liggen, op dat er altijd toekomst is.

Er is in de stad van David een redder geboren, zegt de engel tenslotte. En dan scheurt de hemel open. Een heel leger dient zich aan. Een leger, slechts gewapend met stemmen: Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft. Dat is typisch engelentaal. Al hoor je ze zelden zo spreken en zingen. Het is de bedoeling dat wij het zo wel begrijpen. Door ons gevoel te vertrouwen. Door te luisteren naar onze innerlijke stem. Door toeval niet altijd als toeval te zien, een gebeurtenis betekenis te geven  en een enkele ontmoeting als een keerpunt in ons leven te beschouwen. Niet zomaar.

Is dat fragiel? Ja zeer. Want van het afgelopen jaar was er genoeg te noemen dat de zwaartekracht en daarmee de somberheid en zelfs zwartgalligheid groot maakte. Arme mensheid. Vluchtelingen. Wanhopige mensen, bij miljoenen. De onthoofdingen in Irak en Syrië, dat vliegtuig boven Oekraïne, die ijsbeer op dat smeltende stuk poolijs, die vrouwen in de bus in India, die zwarte tiener in Ferguson.. zal ik doorgaan?

Nee, genoeg. Want er is ook zoveel goeds gebeurd. In het groot en in het klein.

Er wordt zoveel liefgehad, geholpen, gezorgd, getroost. Nu. Altijd al. Wij buigen ons vannacht opnieuw voorover, in dat besef. En ik hoop dat u, dankzij mijn verhaal over de engelen, zich realiseert hoe groot en vol liefde de wereld is die ons omgeeft. Die andere wereld die zo nauw verbonden is met onze wereld.

Uiteindelijk hangt alles met elkaar samen. Wat de engelen weten en wat wij nog niet weten, is dat God alles in allen is. Wij zijn al vol van hem. En ooit was er iemand, vannacht ooit geboren, om dat te laten zien: er is geen grens tussen hemel en aarde.

Er hoort geen grens te zijn tussen mensen onderling, tussen mannen en vrouwen (elke godsdienst die dat propageert is machtswellust van de mannen), armen en rijken, machtigen en paria’s, gezonden en zieken. God is liefde. Alles is liefde. Jezus was een en al liefde, zonder oordeel, gevoelig voor mensen, omgeven door engelen.

Gevallen engelen willen niets van liefde weten en doen er alles aan om aan zachtmoedigheid en fijngevoeligheid, vredelievendheid en eindeloos geduld,  een halt toe te roepen. Stokebranden. Wigdrijvers. Ook daar kunnen mensen zeer gevoelig voor zijn.

Maar mensen kunnen ook opstaan. De engelen zijn daar op uit. Mensen kunnen inzien. En weten. En goed doen. Vrede op aarde. In mensen een welbehagen. Amen

Terug naar overzicht…