Hoe erg zoek is God?

Door Ds. Aart Mak

Preek zondag 29 mei 2011

Hoe erg zoek is God in deze tijd van religieuze verwarring? Gisteren in Trouw was aardig wat aandacht voor Joep de Hart, werkend bij het Sociaal Cultuur Planbureau. Hij houdt zich al jaren bezig met religie in Nederland. Er kwam net een boek van hem uit waarin hij vertelt, dat als het gaat om religie/godsdienst, emoties een steeds grotere rol spelen. Verder ook dat, terwijl ze 40 jaar geleden nog dachten dat kerken wel zouden verdwijnen en daarmee ook het godsbesef, nu blijkt dat kerken misschien wel minder worden in aantrekkingskracht en in aantal, maar dat religie overal in deze maatschappij aanwezig is. Zwevende gelovigen noemt hij ze. En dan heeft hij het over mensen die met spiritualiteit in de weer zijn. Dan heeft hij het over mensen die interesse hebben voor het lezen van aura’s. Mensen die belangstelling hebben voor een soort kosmische intelligentie. Ik weet zeker dat een aantal van u weet waar ik het over heb, want daarover zijn boeken te kust en te keur. Ook televisie en radio hebben het er regelmatig over. Maar ook wijst Joep de Hart op andere verschijnselen. De bermmonumenten, de manier waarop moderne mensen als iemand plotseling komt te overlijden daar ernstig en uitvoerig mee omgaan, stil zijn, denk aan de stille tochten en ook aan de massale rouw als een bekende Nederlander plotseling overlijdt.

Samenvattend: intuïtie, emotie en gevoel zijn steeds belangrijker als het gaat om religie. Daar komt ook nog bij: authenticiteit. Dat is dus heel wat anders dan gehoorzaamheid aan iets of iemand. Samengevat: dat ik mezelf mag zijn en dat ik het zelf wil beleven. Beleving is ook zo een woord. De kritiek op de kerk is globaal gesproken dat de kerk te weinig persoonlijk is, te veel collectief, een zogenaamde gemeente, terwijl wij tegenwoordig  allemaal individuen zijn. De kerk zou ook te dogmatisch zijn en te zeer spreken en handelen volgens sjablonen. Ik deel die kritiek voor een deel. Ik denk dat in elk geval dat de kerk met een heftig en groot imagoprobleem opgezadeld zit. In plaats van dat de kerk veel kwalijk te nemen, moet je er wat aan doen. Maar de vraag is: wat? We leven in een tijd met aan de ene kant dat vage gevoel dat het niet God is maar het goddelijke. En aan de andere kant merk je in deze maatschappij de hang naar vroeger. Dat zijn de relifundi’s, alles zoals het vroeger was, mensen die het liefst willen blijven zingen uit de bundel van Johan de Heer want dat herinnert hen aan hun jeugd en de vertrouwdheid die er was toen ze als meisje of jongetje naast vader of moeder in de kerkbank zaten. Dat is tot daar aan toe. Maar ik wijs ook op de gewelddadige religieuze fundamentalisten. Iedereen denkt natuurlijk gelijk aan de moslimextremisten. Tegelijk weten we ook van dominees in de Verenigde Staten van Amerika die zich toch weer verrekenden toen ze zeiden dat het einde van de wereld gisteren zou komen. Achter dat soort denken gaat veel geweld schuil. Het geweldsdenken is ook een deel van het Christendom. Van alle godsdiensten trouwens, ook het Hindoeïsme en zelfs het Boeddhisme kennen gewelddadige componenten en dat verschijnsel is niet zomaar weg te redeneren.

In die wereld waarin we leven speelt religie op één of andere manier een prominente maar merkwaardige rol. Ik kan me heel goed voorstellen dat Stef Bos, u kent hem wellicht - ik vind dat hij prachtige teksten schrijft en daar ook mooi over zingt, als kunstenaar aanraakt waar wij nog niet op waren gekomen maar wel herkennen. Hij heeft dat lied over God, het staat op een CD met liederen over Petrus en allerlei bijbelse figuren. God geeft hij in de mond dat deze zegt: ‘Nu ik terugkijk op mijn leven met nog een eeuwigheid te gaan en ik zie wat voor ellende zich heeft voltrokken in mijn naam, verlang ik terug naar het begin toen ik nog door niemand werd herkend.’ Dit raakt mij, dat mag u weten. Ik kan niet ontsnappen aan de geschiedenis en ik wil ook niet weglopen uit de verantwoordelijkheid die ik heb. Het betekent dus dat ik het zal moeten doen met wat mijn ouders en mijn grootouders en alle generaties daarvoor aan goed en kwaad verzameld hebben en aan mij hebben doorgegeven, ook religieus. We kunnen niet meer terug. Maar ik snap Stef Bos wel.

Het is het verlangen naar oorspronkelijkheid. Konden we nog maar een keer opnieuw beginnen. Konden we nog maar zo over God praten dat hij echt een geheim was, een grote onbekende. Maar we hebben allemaal al zo veel gedachten over God. De meningen zijn al lang geleden gevormd, de standpunten ingenomen. Sommige christenen weten het zo goed! Dat raak je niet zomaar kwijt. Hoe zouden we het oorspronkelijke kunnen ervaren en  de verwondering opnieuw beleven? Want godsdienst / religie gaat in feite over het idee dat je heel veel in het leven niet weet. En hoe ga je om wat je niet weet? Hoe trotseer je het onbekende? Wat denk je en wat doe je aan de grenzen van het leven, bij geboorte en dood? Bij grote beslissingen, over relaties bijvoorbeeld, kan het je ook overkomen: het niet weten en tegelijk een diepe ervaring daarin een te zijn met alle mensen. Daarom hebben we de riten, de rites de passage, de manieren om de overgangen in het leven te markeren. Dan ben je maar een mens en zoek je naar iets dat je te boven gaat. Dat is in deze maatschappij aan de orde. De riten en de algemene, wat vage religie komen veel voor, maar waar is God en hoe erg zoek is God?

Vraag: kun je terug naar de bron? Nee, dat kun je dus niet. Je kunt zelfs niet zeggen: ‘We gaan achterhalen wie Jezus precies was en wat hij gezegd heeft.’ Want we zijn ook nog eens sinds de 18e eeuw behept met alles wat de wetenschap ons heeft geleerd. Die wetenschap heeft ons heel duidelijk geleerd dat de bijbel een samenstelling is van allerlei handschriften die ook niet of nauwelijks oorspronkelijk zijn. De bijbel is gemaakt door allerlei redacteuren, door mensen die als kinderen van hun tijd ook interpreteerden en net  zo verlangden naar de oorspronkelijke aanraking als wij. De bron is onvindbaar. Vraag opnieuw: hoe erg zoek is God dan wel niet in een tijd van religieuze verwarring als deze?

Uiteraard dacht ik, toen ik dit allemaal overwoog aan het beroemde gedeelte uit het boek Handelingen. Dat heb ik ook laten lezen. Het is het gedeelte met een van de weinige confrontaties met de tijdgeest van toen. Paulus begeeft zich in de kring van filosofen op de Areopagus. Hij begint met uit te spreken dat hij zich herkent in hun zoeken naar God. Wat zijn jullie godsdienstig, buitengewoon zelfs! Jullie halen overal een god bij, ik zie overal  altaren, zelfs een altaar voor een onbekende god. Ik herken onze tijd in dit verhaal. Er wordt veel gepraat over het goddelijke.. over het idee dat er meer is tussen hemel en aarde. Het is het ‘je-weet-maar-nooit gevoel’. Het is zichtbaar in het toch slaan van een kruisje,  ook al ga je nooit meer naar de kerk. Het wordt herkenbaar in de gesprekken als een kind  geboren is: ‘Moeten we het toch maar niet laten dopen? Maar ja, de afstand tot de kerk is zo groot geworden, zouden we het wel doen?’ Maar het godsdienstige besef is er, het vage gevoel dat er meer aan de hand is met dit leven. Dat voelt Paulus als daar rond loopt.Wat hij zegt vind ik erg treffend. Hij spreekt over degene die dit alles, zo lijkt het, gewild heeft en in beweging heeft gezet. Schepping, evolutie, hoe zit het en is God daarin te ontdekken? Wat een immens vraagstuk. Maar laten we vooronderstellen dat dit leven, alles wat is, niet zomaar zijn. Niet bij toeval. Dat is toch het waagstuk van het geloof. Laten we proberen aan te nemen dat dit allemaal met een bedoeling is. En diegene, de intelligentie die dat gewild heeft, heeft ons zo gemaakt dat wij eigenlijk voortdurend op zoek zijn om hem te ontmoeten, om het onbekende te veroveren, om datgene wat we in onszelf niet kennen toch te vinden en te omarmen. Wij zijn onaf, onvoltooid en we zijn op zoek naar wat wel af is, voltooid is. Ik zeg het nu met mijn woorden, maar dat zegt Paulus hier volgens mij. Hij spreekt over de zoektocht, het verlangen en de eeuwige hunkering van de mens. Waarom ben je niet tevreden als je alles hebt? Je hebt genoeg bezit, je maakt deel uit van een heerlijk huwelijk, er zijn kinderen en kleinkinderen. Er is niets meer te wensen en toch ben je niet gelukkig. Wat is dat in een mens? Waarom zijn wij zo? Is dat waar het hier over gaat? Is dat waar religie over gaat? Gaat het over mensen, wezens die op zoek zijn naar wat hun nu nog niet geopenbaard is?

Tot nu toe zijn dit zijn niet meer dan wat schetsen bij een gigantisch groot thema. Wat ik erover in elk geval wil zeggen, zijn twee dingen:

Het eerste is: in alles wat je ziet tegenwoordig aan religie, dus de fascinatie voor bij voorbeeld het Boeddhisme, alle cursussen mindfulness die je kunt volgen, alle manieren waarop mensen hun goddelijke zoeken en vinden, ik vind het belangrijk of in dat alles ook sprake is van transcendentie. Excuus even voor het chique woord. Transcendentie is het besef dat er ook nog een andere wereld is. Een andere kant. Veel hedendaagse religie is eigenlijk meer een soort verkenning van jezelf. Daar is op zich niets mis mee, daar kunnen mensen in het algemeen ook beter van worden, maar als het daartoe beperkt blijft, verdwijnt het besef dat er ook nog iets vreemds en anders tot je kan komen. In de Christelijke traditie en ook in de Joodse traditie spreken we over een openbaring die zich aandient als een roeping. Een inzicht als een goddelijke stem. Alsof je aan de grond genageld staat. Het is een gebeurtenis in je leven die je bestaan volkomen overhoop haalt. Dat komt volgens de genoemde godsdiensten van de andere kant. Dat wordt in feite door alle religies als waar erkend. Dat is transcendentie. Het idee dat er ook nog iemand of voor mij part iets is, die ons in de gaten houdt, die met ons bezig is en signalen op ons afzendt. Als dat besef of geloof verdwijnt, moeten we het geen religie meer noemen. Dat vind ik zelf voor mezelf  wel een soort ijkmeter om te beoordelen wat er tegenwoordig gebeurt. Ik vind al dat religieuze gedoe vaak heel interessant. Ik zal ook niet zeggen daar niet aan mee te doen. Het gaat wel om een universele zoektocht van mensen in een modern jasje. En we zijn in deze tijd vind ik ook wel bezig met een enorme omvorming. Er vindt een democratisering van het geloof plaats. Vroeger was het autoritair, ging het om  gehoorzaamheid, was het doen zoals je ouders doen, met enig protest maar toch ging het allemaal op dezelfde weg verder. Dat is ingrijpend aan het veranderen, daar zitten we middenin. Dat is op zich niet erg. Maar die transcendentie, het besef dat er ook nog iets tot je kan komen van de andere kant omdat die niet zintuiglijk waarneembare andere kant bestaat, zou ik wel graag vast willen houden.

Het tweede is waar Paulus op duidt en wat ik bewust niet heb laten lezen maar wel heb laten zingen. Paulus komt te spreken over een bijzonder mens. Ik zeg het nu maar in de berijmde versie, zoals u het net zong:
God heeft zichzelf ons toegewend:
Een man verscheen op aard,

Een mens, in wie Hij onherkend
Zich aan ons openbaarde.

Ja dat is dan Jezus. Ik hoor het sommigen al denken: oh, gaat het weer over Jezus? Maar dat is wel de kern van het Christendom. En Jezus, ook Jezus hebben we helaas opgehemeld. Van Jezus hebben we een hele leerstelligheid gemaakt. Ook van die oorspronkelijke Jezus, die rabbi uit Nazareth, die goed deed en uitstraalde wat mensen fascineerde en die dingen deed die ze nog nooit gezien hadden maar ook sprak zoals ze nog nooit gehoord hadden. Van die Jezus hebben we ook een heel bouwwerk gemaakt. We hebben hem gezet naast God de Vader en toen kwam er ook nog de Heilige Geest. Dat was de leer van de drie-eenheid die veel te ingewikkeld was en is om te begrijpen. Arme Jezus. Over oorspronkelijkheid en authenticiteit gesproken! Maar Jezus als de kern van het Christendom, is voor mij ook een ijkmeter. Daar bedoel ik vooral ook mee dat het in religie en spiritualiteit om de menselijkheid, zeg maar de humaniteit moet gaan. Ik had het net over godsdienst en geweld. Alle godsdiensten hebben trekken van geweld, ook het Christendom. Denk aan het oordeel, het vuur, de hel, alle beelden van straf en pijn. Maar dan denk ik altijd aan Jezus. Hij staat voor mij voor het meest intense en intieme wat die andere kant, diegene die ik God noem, te zeggen heeft. Het gaat niet alleen om die ene mens maar het gaat om de mensheid. Het gaat niet om het zijn alleen, maar het gaat ook om het goed zijn voor elkaar. Het gaat om een manier van leven. Ik geloof niet dat de hele wereld bekeerd moet worden om Christen te worden. Ik geloof al jaren dat het in het Christendom gaat om een echt mens te worden. Om goed te zijn voor elkaar, voor de dieren en voor het milieu. Om van deze wereld iets bewoonbaars te maken en om over de grenzen heen anderen te herkennen in de zoektocht en elkaar niet te oordelen vanwege het anders zijn. Het zal zelfs gaan, zie de verhalen over Jezus, om de herkenning van goedheid, barmhartigheid en mededogen, alles waar Jezus voor stond en waar het christelijk geloof op zijn best nog steeds voor staat.

Ik kan me voorstellen dat dit een antwoord is als je vraagt: ‘Hoe erg zoek is God in deze tijd van religieuze verwarring?’

Laat het laatste dat ik hierover wil zeggen dit zijn. Het is toch niet zo verkeerd om in deze tijd ook als gemeente van Bloemendaal en als Stichting Kerk Zonder Grenzen in alle openheid, met een zekere bravoure en modern, alles te onderzoeken en met elkaar te praten over wat goed is? Het kan geen kwaad om de traditie even te laten voor wat zij is, die loopt heus niet weg. En in plaats daarvan elkaar in alle openheid en vrijheid te ontmoeten en elkaar diep bevragen op wat wij met elkaar willen. Elkaar vragen stellen: Wat bezielt ons, wat willen we doorvertellen aan onze kinderen en kleinkinderen? Waar hopen we op in deze wereld? Wat doen we daaraan? Hoe houden we de moed erin? Wat is toch dat geloof dat voor ons in leven en sterven zo belangrijk is? Dan zullen er vele antwoorden komen, als wij het elkaar gaan vragen. Maar ik hoop dat we elkaar blijven herkennen als een gemeenschap van mensen die op elkaar rekenen door hun verbondenheid, zeg: een verbond van menselijkheid. Ten diepste is dat de gemeente. Wij zijn een verbond van menselijkheid in een wereld die niet alleen verward is maar ook slecht kan zijn. Mensen kunnen slecht zijn voor elkaar, ze kunnen elkaar laten vallen en pijn doen. In die wereld is de gemeenschap die de naam van Christus draagt ook een verbond van menselijkheid waarin openheid en hartelijkheid de toon aangeven. Zo en alleen zo valt er te praten met de traditie en met elkaar over de hoogten en diepten van het bestaan. Amen
 

Terug naar overzicht…