Loslaten

Door Ds. Aart Mak

Draken (tekst van Rob Crispijn)

Als je draken wilt verslaan
(stond in de handleiding te lezen)
moet je eerst van ze gaan houden,
zodat je alles van ze wilt weten.
Hoe ze slapen: op hun buik of op hun zij.
Wat ze lekker vinden of opwindend.
Hoe hard ze lopen in de regen
en hoe langzaam in de sneeuw.
Wanneer ze vuur gaan spuwen of juist tevreden zijn.
Als je al hun eigenschappen kent
beter dan je eigen broekzak, sla je toe!

En als je niets met draken hebt,
vul je voor dat woord
iets anders in: een bullebak,
je beste vriend, de valse hond van de buren
of je eigen angst.

Tekst uit Job:

Er is een plaats waar zilver wordt gewonnen, een plaats waar goud gewassen wordt.
IJzer wordt uit de aarde opgedolven en koper wordt uit erts gesmolten.
De mens verdrijft de duisternis, hij dringt door tot in het binnenste der aarde,
tot aan de steen van diepst verborgen donkerte.
Hij hakt een schacht, daalt af in de verlatenheid, tot waar zijn voet geen steun meer vindt en hij verloren in de leegte hangt.
Op de aarde schiet het koren op, maar diep in haar woelt een vuur.
Daar zijn de stenen van saffier, daar is het stof van gouden korrels.
De roofvogel kent niet het pad daarheen, het haviksoog ontdekt het niet.
De trotse dieren zullen het nooit betreden, ook de leeuw waagt zich er niet.
De mens zet het houweel in het gesteente, hij keert de bergen om vanaf hun voet.
In de rotsen hakt hij tunnels uit en zijn oog ontdekt hun kostbaarheden.
Hij damt de ondergrondse stromen in en brengt naar het licht wat diep verborgen is.

Maar de wijsheid – waar moet je haar zoeken, en het inzicht – waar is het te vinden?

Tekst uit Markus:

Meteen daarna dreef de Geest hem de woestijn in. Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar hij door Satan op de proef werd gesteld. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor hem.

Toespraak

U moet leren loslaten, zeggen we tegen iemand die al te veel te lang iets of iemand vasthoudt. We voelen allemaal aan dat het werkwoord loslaten ook past bij de oude christelijke waarheid dat mensen zich niet moeten hechten aan de aarde en aardse goederen. Maar de tirannie en de willekeur liggen op de loer als we niet goed nadenken. Kun je iemand vragen los te laten die niets in handen heeft? Vergelijk het met al die vrouwen van vorige generaties. Hun leven was geven en zij dienden hun medemensen van de vroege ochtend tot de late avond. Wat moesten zij loslaten? Wat hadden zij dan in handen? En hoe zou je aan een jong iemand voor wie de wereld nog open ligt, durven vragen om los te laten? Laat zij of hij eerst maar eens de wereld veroveren, z’n ogen de kost geven en zich het leven in al z’n uitbundigheid toe eigenen. Tot hen zeggen dat ze moeten loslaten is het verkeerde woord aan het verkeerde adres. eerst maar eens zien wat in ons is en dan nog eens kijken. Er moet ook hier geen kadaverdiscipline zijn. Mensen zijn verschillend, karakters lopen uiteen, behoeften variëren, wat voor de een geboden is, kan voor de ander vergift zijn. Wat de een juist moet loslaten, heeft de ander hard nodig om het leven te omarmen. Ook geloven is maatwerk. Daarom begint bewust leven, de overgave aan een bepaalde stijl van leven, een gelovige manier van denken en doen, altijd bij zelfkennis. Zelfkennis is antwoorden geven op vragen als: Wie ben ik, wat is mijn erfenis, wat zijn mijn talenten en wat zijn mijn valkuilen? Onbegrensdheid bestaat niet. Elk mens heeft zijn grens. Wat voor de een kernkwaliteiten zijn, is voor de ander onbegonnen werk. Maar die ander zou weer zichzelf schromelijk tekort doen, als hij opkijkt de welbespraakte medemens en zijn eigen handigheid en levenswijsheid niet onderkent. Zelfkennis is het begin van alle wijsheid. Iemand als Calvijn durft zelfs beweren dat Godskennis onmogelijk is zonder zelfkennis.

Laten we gaan naar het verhaal van deze zondag. De geroepene, de geliefde zoon, wordt níet naar zijn medemensen gedreven om te gaan doen wat zijn roeping is. De Geest drijft hem de woestijn in. Eerst moet er wat anders gebeuren. De confrontatie met zichzelf. De plaats is de woestijn. Die staat voor leegte en eenzaamheid. Er is geen afleiding. Je zult het met jezelf moeten doen. In de tijden van vroeger waar het land de stad verre overtrof en de woeste hoogten en eenzame steppes het landschap bepaalden, kunnen wij ons voorstellen hoe iemand veertig dagen in alle eenzaamheid, als een kluizenaar, de tijd doorbracht en moest zien te overleven. Er zit uiteraard een diepere betekenis achter. Een antropoloog zou zeggen dat het hier om initiatie gaat. In allerlei culturen moest jonge mannen het gevecht aangaan met de in de natuur aanwezige krachten. In plaats van onder moeders rokken te schuilen, was het nu zaak zelf het gevecht aan te gaan met de wilde dieren, het duister van de nacht en daarmee te ontdekken hoe een mens ook een vat vol angsten is die hij moet zien te hanteren. In het verhaal van het evangelie heeft de woestijnreis van Jezus ook duidelijk deze betekenis. Bij hem is het nog extra gelaagd. Hij wordt op de proef gesteld door Satan, staat er. Hier klinkt een oud bewustzijn in door dat hoe hoger je roeping is, hoe zwaarder de tegenstand. Wie later door het leven zal gaan als een kind dat bij God vandaan komt, hoe u zich dat ook moge voorstellen, zal ook de grootste tegenstander van het licht en de goedheid tegenkomen. Dat is een oude wet. Hoe hoger de berg die een mens mag beklimmen, hoe dieper de afgrond die je ook zult ervaren. De Christus komt de antichrist tegen, met ander woorden. Zo moet het blijkbaar zijn.

Wij als lezers zitten op allerlei manieren in dit verhaal. Het gaat namelijk over het menszijn. Alles is herkenbaar en heeft een dubbele bodem. Neem nu wat Vincent las over draken. Draken zijn mythische wezen, monsters die je in je dromen tegenkomt, vliegende reptielen, vuurspuwende gedrochten. Maar mensen weten van oudsher dat dit niet louter fantasie is. Draken vormen een deel van ons innerlijke leven. Zij vertegenwoordigen de wereld in haar onbekendheid, haar duistere, dreigende krachten. Een mens is niet veilig. Alles kan ons overkomen. Verzwolgen door de aarde, weggesleurd door het water, getroffen door de bliksem, geveld door een woedende koorts. De inwoners van de Syrische stad Homs zullen voor hun gevoel niet alleen te maken hebben met de tiran Assad met zijn legers, maar ook met hogere, duistere machten. van een afstand zien wij hoe de machtswellust, de overlevingsdrang, de angst om zelf vernietigd te worden, krachten kan oproepen die een mens te boven gaan. De geschiedenis staat vol met deze voorbeelden. Het gaat om krachten en tegenkrachten. Maar het gaat bij die draken ook om van ze te gaan houden, alles van hen willen weten, en dan sla je toe! Al zal dan blijken dat er al heel wat draken geslonken zijn tot vriendelijke, aaibare dieren, die zich onderwerpen aan jouw leiding.

Dit wordt namelijk ook gezegd in het evangelie. Jezus leefde temidden van de wilde dieren en engelen zorgden voor hem. Prachtige zin met een grote diepgang. De mens beweegt zich tussen de grommende wezens van de aarde en de lichte hemelse dienaren. Het lijkt een varen van Odysseus  tussen de Skylla en de Charibdis. Maar dat beeld klopt niet. Het gaat niet om het ertussendoor laveren en daarmee het wegvluchten. Het gaat om de confrontatie en de integratie. Wat je tegenkomt, is in feite een verbeelding van je angsten. In het donker in je huis komt elk geluid van een inbreker. Voor sommige mensen geldt elk pijntje waar ze mee naar de dokter gaan, als het begin van een allerverwoestende kanker. Veel zit in onszelf en onze binnenwereld maakt van veel buitenwereld een woeste, angstaanjagende vijand. Maar wat ons helpt, bevindt zich in feite ook in ons. Waar je als kind hoopt dat je vader in de bres zal springen en je moeder zich altijd over je zal ontfermen,  zul je als volwassenen leren inzien dat de gevraagde dapperheid en ruimhartigheid allang in jou zelf aanwezig zijn. Volwassen worden is ook dat je gaat zien wat je wilt zien. Het is keuzes maken. Het is de confrontatie met de ander aangaan en ontdekken dat jouw beeld van die ander bijstelling verdient. In het verhaal wordt de mensenzoon er sterk door. Hij leert zichzelf kennen en zal nadien precies weten wat hem te doen staat.

Het gelezene in Job sluit er mooi bij aan. Het is in feite een prachtige poëtische verbeelding van wat een mens kan en weet. Zilver en goud, ijzer uit de aarde gedolven, schachten tot in het donkerste donker, kostbaarheden in het binnenste van de aarde. De mens kan veel en ontdekt veel. Ook zelfs graven in het binnenste der aarde. of reizen naar het middelpunt der aarde, zoals Jules Verne een van zijn boeken noemde. Maar de wijsheid, waar moet je haar zoeken? En het inzicht? Waar is het te vinden? Om die vraag gaat het. En ook: durft een mens dan te graven in zichzelf? Te reizen naar het binnenste van zijn innerlijk? En niet bang te zijn omdat u ook wel weet dat de reis naar binnen de langste en moeilijkste reis is. Want in jezelf kom je het dierlijke tegen. Wilde krachten die als je deze niet temt, je hele leven kunnen verwoesten. Dieren zijn altijd al symbolen van de krachten van de ziel geweest. In sprookjes komen veel dieren voor. Dieren weten. Mensen moeten wijs worden. En daarvoor is een lange weg nodig. Alles wat in ons leeft, is kan ten goede of ten kwade zijn. De hartstocht voor rechtvaardigheid kan even fel branden als de blinde drift waarin een mens van zich afslaat. Jaloezie is een wilde kracht die mensen kan verteren als een laaiend vuur. Crimes passionele, de misdaad uit hartstocht kan er het gevolg van zijn. Maar evengoed kan het wilde dier in je getemd worden en zich aan de hand van concentratie en zelfkennis omvormen tot mededogen en een grote liefde voor mismaakte medemensen. Wij kunnen willen bezitten en onze bezitsdrang kan, zoals u weet, verwoestende vormen aannemen. Maar onze drang om ons leven veilig te stellen door materie en bezit, kan ook omgevormd worden tot een bewust besef dat geluk ontstaat door loslaten wat je hebt en genieten van het geluk dat je deelt met een ander.

Het gaat na de confrontatie (‘Ben ik zo, zit dat ook in mij, ben ik hiertoe in staat?’) om de integratie. Wij zijn als mensen door God geschapen. We kunnen niet zeggen dat we maar de helft willen van wat we in onszelf aantreffen. We kunnen niet de goed eigenschappen voor onszelf bewaren en de slechte aan anderen toeschrijven. We zullen het moeten doen met alles wat in ons is, aan krachten die onze grenzen te boven gaan ook, of die nu wild en ongebreideld zijn als de dieren, of zacht en teder als de engelen. De Schepper heeft het blijkbaar zo gewild. mensen zijn wezens die leven tussen hemel en aarde, tussen de hoge bergen en de diepe afgronden. Daar helpt geen lieve moedertje aan. Om daarmee ter leren omgaan, kun je alleen als je, net als in dit verhaal, de woestijn wordt ingedreven. Dat doe je niet zelf, dat wordt je aangedaan. Het is het werk van de Geest. Wij noemen dat het leven. Het leven of het toeval. Het overkomt je, zeggen we dan. Maar ook: het heeft zo moeten zijn. Net alsof iets pas gebeurt als de tijd er rijp voor is. Een ongeluk komt nooit alleen. Een ontmoeting kan het begin zijn van een ommekeer. Er zit zoveel in het leven verborgen dat we er nooit van zijn levensdagen greep op zullen krijgen. In de oude traditie heet dit de Geest. het moet zo zijn. Het hoort bij je leven. Sommige mensen komen pas tot zichzelf in de ziekenkamer. De vlucht die we alleen en collectief in de huidige tijd zo vaak maken, weg van onszelf, ons overgeven aan amusement, ons laten afleiden door het oordeel over medemensen, de weigering om naar onszelf te kijken, al die manieren van vluchten komen een keer tot staan. Dat is het werk van de Geest. Ooit, ergens, een keer moet een mens het gevecht met zichzelf aangaan. Je eerzucht onder ogen zien en hoe die je leven heeft misvormd. Je harde oordeel, je onmogelijke bijdrage aan je huwelijk, je kinderlijke verlangen om met rust gelaten te worden, er is zoveel dat als een ongetemd dier onze innerlijke wereld bezet houdt. We willen maar niet onszelf leren kennen. Vormeloos en ten diepste krachteloos waaien we mee met elke gril. We zijn iemand, maar ten diepste niemand. 

Nu, hierover gaat het evangelie. Loslaten begint met onder ogen zien van wat in je is. Wie zijn  eigen geestelijke huis niet kent en durft opruimen, kan niet echt het huis van de wereld ingaan. Gebrek aan zelfkennis kan nooit leiden tot een afgewogen, evenwichtige mensenkennis. Wat je ziet bij de ander en veroordeelt in de ander, is vaak een onontdekt, niet bewust deel van jezelf. Mensen die voortdurend willen veranderen, of weglopen als het spannend wordt, of nooit tevreden zijn en altijd meer willen, zijn naar mijn overtuiging mensen die nooit de leegte, de woestijn zijn aangegaan. Niet in je eigen binnenste als een mijnwerker ooit afgedaald. Niet de harde, soms therapeutische weg om jezelf en je angsten, oordelen en weggestopte verlangens onder ogen te zien. De draken schreeuwen nog steeds in je binnenste, ergens van achter de hoge bergen en je huivert nog steeds als een kind, hoe volwassen je ook bent in jaren gemeten.

Loslaten kun je pas als je jeelf eerst hebt leren kennen. Want Jezus later zal vragen aan zijn discipelen, om huis en haard te verlaten, werk of bezit, ouders of geliefde, behoort voor de meesten van ons tot de onmogelijke vragen van zijn kant. Ik wil wonen en liefhebben, ik wil familie en vrienden, ik wil niet blind gaan maar overzicht hebben over mijn leven. Dat moge allemaal zo zijn. Maar er zijn momenten in ons aller leven dat we er alleen voor staan. Dat er iets moet gebeuren en dat moeten we zelf doen. Dan, op zulke momenten, vaak van grote lichamelijke of geestelijke nood, zijn we met onszelf alleen. Als in de woestijn. En dan komt het erop aan of je de wilde dieren in jezelf al eens eerder bent tegengekomen. Je angsten, je driften, je zelfvernietigende gedachten. Hoe beter je die kent, hoe minder krachtig ze zijn en hoe opener je zult staan voor wat er ook is. Engelen die voor je zorgen. Geruststellend. Troostend. Moedgevend. Je wiegend als een kind. Ook dat is in je. Ook dat is de weg van de mens. Overgave is vrijwel altijd na veel strijd. Het is de weg van de mens. Vallen en opstaan. En de diepste waarheid van het evangelie is naar mijn overtuiging toch vooral deze, over loslaten gesprokene, dat niemand valt, of hij valt in Gods handen. Maar dat leer je elke keer weer pas gaandeweg. Elk jaar opnieuw, veertig dagen lang, op weg naar Pasen.

Preek, gehouden 26 februari 2012 in de Ontmoetingskerk, Haarlem (uitgezonden door IKON)

Terug naar overzicht…