Moed

Door Aart Mak

De afgelopen week overleed de Tsjechische Vera Cáslavská op 74-jarige leeftijd. Zij was een fabelachtig goede turnster. Op de Olympische Spelen van Tokio won zij drie keer goud en op de Spelen vier jaar later, in 1968 in Mexico, veroverde zij zelfs vier gouden en één zilveren medaille. Geen vrouw heeft haar dat ooit eerder of later nagedaan. En ze is talloze malen Europees en wereldkampioen geweest, ik geloof wel vijftien keer. Maar wat haar echt bijzonder maakte, was hoe zij protesteerde tegen de inval van de Sovjetsoldaten in haar land, toen nog Tsjecho-Slowakije geheten. Terwijl ze in Mexico de medailles omgehangen kreeg en het volkslied speelde, draaide ze haar rug toe naar de vlag. Dat kostte haar haar loopbaan. Ze werd persona non grata, een vrouw zonder gezicht. Ze mocht niets meer doen. Pas ruim twintig jaar later, na de val van de muur, werd ze gerehabiliteerd. Zo iemand vind ik moedig.

Moed is een fantastische eigenschap. Maar er zijn niet zo veel mensen die moedig zijn. Ik ook niet als ik eerlijk ben. En degene die volgens de omstanders moedig is, zal het zelf niet zo voelen. Toen er iemand in het water viel en alle voorbijgangers aan de grond genageld bleven staan staren naar het gespartel in de gracht onder hen, was er maar één iemand die in het water sprong. De anderen zeiden dat ze de politie hadden gebeld maar waren in stilte beschaamd omdat zij de sprong in het koude en vieze water niet hadden gewaagd. Nu de werkelijk allerlaatsten die in het verzet zaten in de oorlog, oud en bijna overleden zijn, verliest deze samenleving nu en de komende jaren een aantal echt moedige mensen. Moed is namelijk, als ik erover nadenk, vaak de durf om tegen de stroom in te gaan staan voor de zaak. Er zit een fikse scheut eenzaamheid in het begrip moed. In situaties van heftige onderdrukking, denk aan vrouwen en homoseksuelen in helaas veel te veel landen in deze wereld, zijn er altijd weinigen die de moed kunnen opbrengen zichtbaar en hoorbaar in verzet te komen. Dat is onvoorstelbaar dapper. De betreffende persoon is blijkbaar bereid te sterven voor zijn of haar ideaal. En degenen die dat niet durven, ontdekken later dat wie zijn leven wilde behouden, het uiteindelijk toch verliest.

Mijn mijmeringen in de binnenkamer vandaag komen door een tekst die ik van Dag Hammerskjöld las. Hij schrijft ergens het volgende: ‘Om voor mensen een wereld te bouwen zonder angst, moeten we zelf zonder angst zijn. Om een rechtvaardige wereld te bouwen, moeten we zelf rechtvaardig zijn. En hoe kunnen we aan bevrijding werken als we zelf geen vrije geest hebben? En hoe kunnen we anderen vragen om offers te brengen, als we zelf daartoe niet bereid zijn?’ Ik vind het een buitengewoon indringende en confronterende tekst. Natuurlijk, ik kan het hebben over een voorzitter van een woningcorporatie die zelf in een Maserati rijdt of over een politicus die zegt op te komen voor de minst bedeelden, maar zich de beloningen van het bedrijfsleven graag laat welgevallen. Ik kan, zeker ook in deze tijd, met acht vingers om mij heen wijzen, maar dan blijf ik toch altijd met twee duimen zitten. Die hangen er wat bij en ze herinneren er mij aan om op mezelf te wijzen, als een gebaar van eerlijkheid. Moet je mij zien. Kijk eens wie het zegt.

De keren dat ik als pastor meemaakte dat iemand in plaats van de schuld bij anderen te leggen, zichzelf onder handen nam, heb ik altijd als zeer moedig van die man of vrouw ervaren. Het vergt namelijk moed om jezelf onder ogen te zien. En ineens is iemand dan aan het gevecht om het armzalige lijf te redden, voorbij. Het gaat niet meer om wat de ander van je vindt. Leven onthult zich in zijn ware gedaante. Leven is iets fantastisch, maar je moet bereid zijn er een prijs voor te betalen. Je kunt van alles wensen, herinner u de tekst van Hammerskjöld hierboven, maar begin er vooral zelf mee. Dat vergt moed. Vooruit, een tekst over moed nog in deze binnenkamer. In het programma dat hierop volgt citeert Rikko Voorberg de kerkvader Augustinus. Ik zou zeggen, luister eens naar deze Woord op Zondag. Ik verklap u alvast wat Augustinus ooit zei. Hij zei dat hoop twee wonderschone dochters heeft: ze heten woede en moed. Woede om hoe de wereld is. En moed om ervoor te zorgen dat ze niet zo blijft. Ik denk niet dat Vera Cáslavská Augustinus heeft gelezen. Maar zij deed het in elk geval, moedige vrouw die ze daarmee werd.

 

Terug naar overzicht…