Geel

Door Ds. Aart Mak

Na de al besproken kleuren rood, blauw en groen nu de kleur geel. De vraag is dan vooral wat voor een kleur dit is, welke gevoelens geel oproept en of je ook een mens of een type mens kunt aanwijzen die je de gele mens zou kunnen noemen. Nu weet ik ook dat er wel eens in ons deel van de wereld gesproken werd over het gele gevaar. Daarmee doelde men op China. Het land is immens groot, er wonen ontelbaar veel mensen en de huidskleur van de Chinees en overigens ook de Japanner en de Koreaan is enigszins te vergelijken met de kleur geel. U mag daarvan vinden wat u denkt. Opmerkelijk is wel dat de symbolische kleur van de keizers van China geel was. Als we China laten voor wat het is, kun je in Nederland ook nog denken aan Cees Geel, de acteur en Jacobine Geel, de presentatrice. Misschien dat de verre voorouders van deze en andere dragers van de achternaam Geel of Van Geel, afkomstig waren uit de Vlaamse stad Geel of gewoonweg van zonnebloemen hielden.

Geel is in elk geval een in de ogen van de meeste mensen vrolijke kleur. Misschien wel omdat de kleur aan het licht van de zon doet denken. Er hoort dan, wil de kleur geel warm overkomen, een tikkie oranje doorheen te zitten. Zie ook deze kleur in de schilderijen van iemand als Vincent van Gogh. De warm getinte kleur oranjegeel doet ook denken aan eieren. En daarmee aan wat er uit de eieren kan kruipen, kuikens. Wellicht dat het daarom is dat geel ook de kleur van Pasen is. En als we het nu toch hebben over het grootste christelijke feest, is het weer begrijpelijk dat de kleuren van Vaticaanstad en daarmee van de paus vanouds geel en wit zijn. In elk geval valt geel op. Je moet ervan houden. Wespen en bijen, geel zwart gestreept, hopen in elk geval dat je uit hun buurt blijft. Hier duidt geel toch weer op gevaar. En als het geel goud wordt, denk ook aan de parafernalia in de Rooms-katholieke kerk, dan weet je dat er sprake is van uitbundigheid. Goudgeel is de kleur van de adel, van de wapenschilden en dus ook van het hoogste geluk dat een kerk wil uitstralen in deze aardse bedeling.

Maar dan nu de gele mens. Wie zou dat kunnen zijn? Weer kijk ik naar de volgelingen van Jezus, de apostelen, mannen maar ook vrouwen als Maria. Dan noem ik Thomas. Thomas de twijfelaar, de mens die eerst wil zien en dan geloven. Zo staat hij bekend dankzij het Evangelie van Johannes, een officieel aanvaard bijbelboek. Maar er is meer aan de hand met Thomas. Hij schreef ook een eigen evangelie. Soms wordt dat veel later ontdekte, uit 114 spreuken bestaande boekje, het vijfde evangelie genoemd. Het is hoogstwaarschijnlijk ontstaan ten oosten van Jeruzalem, in de stad Edessa of omgeving daarvan. Thomas heeft vooral oog voor de wijsheid, de innerlijke weg die Jezus wijst. In zijn evangelie geen reisverhalen, geen gebeurtenissen tussen Galilea en Jeruzalem en helemaal geen kruis en verrijzenis. Het is bij hem een prachtige aaneenrijging van uitspraken die de mens tot verlichting willen brengen.

Dit laatste, de verlichting, is waarom ik bij de kleur geel aan Thomas moet denken. Bij hem lijkt het christendom op het Boeddhisme, het gaat om het gaan van de weg naar binnen, het onder ogen zien van je driften en hartstochten, het leren die te beteugelen, het vinden van je centrum, de stilte, God in jezelf. Ik geef een enkele uitspraak weer: ‘Jezus zei: Als je van twee een zult maken, en het binnenste als het buitenste, en het buitenste als het binnenste, en het bovenste als het onderste, dan zul je het Rijk binnengaan.’ Bij Thomas vind je wat bij de andere evangelisten ook wel staat maar veel uitgebreider. Waar is het koninkrijk van God? Het is niet elders of ergens in de toekomst. Het is vlakbij, zelfs in je. Dit is mystiek of beter nog, de bewust gekozen weg naar zelfkennis. Zelfkennis is Godskennis. Om die weg te kunnen bewandelen laat Thomas Jezus ook zeggen: ‘Wees voorbijgangers.’ Onthecht je met andere woorden van wat zich voortdurend aandient, neem met enige afstand deel aan het leven, maar blijf bij jezelf. In de verte denk je aan wat de dertiende apostel, Paulus ook ergens schrijft: ‘Wij leven wel in deze wereld maar vechten niet met wapens van deze wereld.’

Als u dit allemaal te ingewikkeld vindt, denk dan maar aan het licht van de zon. Wij kunnen dat licht niet verdragen, het is te sterk en te hel voor onze ogen. Maar het licht voedt wel ons leven. Wat wij niet kunnen bevatten, is tegelijk wel de bron van het leven op aarde. Zo is het vergelijkenderwijs met God ook. De mens die verlangt naar het licht, wil verlicht worden. Maar hij ontdekt dat hij dan de schaduwen in zichzelf onder ogen moet zien. Dat is een helletocht zonder welke je niet de hemel kunt bereiken. Het is een innerlijke reis, het is de weg van de gele mens, die mens die verlangt naar het licht, die moeite doet om verlicht te worden. En die daarvoor alles overheeft, ook begrijpt dat alles wat zekerheid verschaft vervolgens weer losgelaten moet worden. Zoals in dat verhaal dat gaat over de jonge monnik die voor het eerst de beurt had om in de Abdijkerk de schriftlezing te doen. Devoot nadert hij de katheder waarop de bijbel ligt. Hij buigt diep en neemt alle tijd om zijn eerbied te tonen. De abt roept hem na afloop bij zich. ‘Waarom buig je zo diep voor de bijbel?’ vraagt hij. ‘Omdat dit boek de goddelijke waarheid bevat,’  antwoordt hij. ‘Ach,’ zegt de abt, ‘dat boek is slechts een vinger die naar de zon wijst. Het gaat niet om die vinger, hoe waardevol ook, het gaat om de zon.’

Met muziek van Desplat en Rachmaninov. Verder hoorde u ‘Yellow Submarine’ van The Beatles en gezang 460 uit het Liedboek. Gelezen werd uit Openbaring 21: 21-22. Gebeden werd uit ‘Bij gelegenheid (II)’ van Sytze de Vries.

 

 

Terug naar overzicht…