Beweging

Door Ds. Aart Mak

Zoals altijd is de zomer een tijd waarin mensen zich meer dan anders in beweging zetten. Je hoeft maar naar Schiphol te gaan om te zien hoe waar dat is en aan Duisburg in het Duitse Roergebied te denken om te zien hoe gevaarlijk dat kan zijn. Elke dag van de afgelopen week kwam er als gevolg van het ongeluk op de Love Parade in het Roergebied een slachtoffer bij, weer iemand die het inferno van de samengeperste mensenmassa uiteindelijk niet overleefde. Ook de politici van België zowel als Nederland zijn in beweging. Ze moeten ook wel, willen we hier in de lage landen niet gedwongen worden tot waarschijnlijk tot nog meer chaos leidende nieuwe verkiezingen. Het blijft overigens altijd weer een merkwaardig schouwspel. Eerst zwepen onze volksvertegenwoordigers elkaar en ons op om zoveel mogelijk de verschillen te benadrukken en dan moet er onder leiding van ervaren en soms al gepensioneerde informateurs geprobeerd worden om zoveel mogelijk overeenkomsten te vinden.

Ook dat hoort dit jaar in elk geval bij de zomer. Het lijkt al met al nog het meest op het weggaan om weer thuis te komen. Mensen zoals ik ook hebben er de nodige moeite voor over om één of meer weken naar andere oorden te gaan, om vervolgens weer terug te keren en vaak dan ook nog te verzuchten hoe fijn het is om weer thuis te zijn. De oude Prediker zou van dit bewegen om weer opnieuw tot stilstand te komen, ongetwijfeld ook zeggen dat het ten diepste lucht en leegte is en onuitsprekelijk vermoeiend. De mens is een wezen dat veel doet om niets te hoeven doen. Ik moet in deze prachtige zomer ook denken aan een cartoon van jaren geleden waarin een man uit het westen een man uit het zuiden die ligt te dommelen onder een palmboom, benadert om toch vooral in beweging te komen. Er moet gewerkt worden, geld verdiend, kortom: de welvaart moet groeien. Maar waarom dan?, vraagt de man uit het zuiden. Om de rest van je leven heerlijk onder een palmboom te kunnen liggen dommelen, is het antwoord. En alleen een cartoon kan dan zonder woorden laten zien wat een kind allang had gezien; waarom al die moeite als het resultaat hetzelfde is als het begin? Het doet me ook denken aan iemand die mij haar levensvisie toevertrouwde: waarom zou ik stofzuigen en het stof met een doekje afnemen, als het stof altijd maar weer terugkeert? Laat maar waaien, bedoelde zij met andere woorden.

In de praktijk van het leven werkt dat niet zo natuurlijk. Het hoort bij de mens om zich teweer te stellen tegen de chaos. Als wij niets zouden doen, zouden we vervuilen, verarmen en als samenleving imploderen. In meerdere tijden van de westerse beschaving dook het oude romantische ideaal op om terug te keren naar de natuur, meestal omdat men vond dat de beschaving de mens van zichzelf vervreemdde. Toen de Europeanen in Amerika arriveerden, troffen zij er indianen die mooier, langer en gezonder waren dan zijzelf. Maar de indianen waren helemaal geen natuurmensen. Zij zetten de natuur naar hun hand, net als de Europeanen. Begin 16de eeuw was de Mexicaanse stad Tenochtitlán groter dan Parijs. In Cahokia, bij het tegenwoordige St. Louis in de Verenigde Staten, bouwden indianen een aarden heuvel van vier verdiepingen die hoger was dan de piramide van Gizeh. Toen blanke kolonisten in de 19de eeuw de resten hiervan aantroffen, geloofden zij niet dat indianen hiertoe in staat waren geweest. Alle mensen zijn, met andere woorden, toch altijd in de weer om het leven vorm te geven. De natuur wordt bedwongen, aangepast of zelfs verwoest om leven en samenleven mogelijk te maken.

Het leven in een dorp mag dan aantrekkelijk lijken, maar veel mensen doen dat voor even in hun vakantie om dan weer terug te keren naar de stad. Veel mensen maken gebruik van technisch hoog ontwikkelde apparaten zoals vliegtuigen, om een aantal zomerweken niets meer te doen dan slapen, lezen en eten aan een zonnig strand. Dat geldt ook voor het zogenaamde primitieve wandelen in bergen of afgelegen gebieden. Zonder de modernste, nauwelijks iets wegende tenten, geavanceerde hulpmiddelen en gadgets gaan de meeste natuurliefhebbers niet op stap. Wij barsten van de tegenstellingen. Als wij bewegen, doen we dat om stil te mogen zitten. En als we stil zitten, denken we na over hoe we gaan bewegen. Ik heb me hierover eerlijk gezegd altijd verbaasd en dat werd vooral veroorzaakt omdat het zo bij mijn eigen innerlijk hoort. Mijn moeder werd er soms horendol van en dat kan ik me achteraf heel goed voorstellen: ‘Kind, wat wil je nou weer?’

In dit verhaal dat in feite iets verwoordt van de eeuwige tweestrijd tussen stilstand en beweging, past tenslotte ook de vraag wat godsdienst hierin kan betekenen. Het komt mij voor dat steeds meer mensen de gastvrije en stille kerkjes in het buitenland bezoeken om daar een paar kaarsen aan te steken. In Nederland zijn kerken doorgaans alleen op zondag open en dan moet er ook gelijk wat gedaan worden: zingen, bidden of geld geven. De moderne mens die zich steeds meer bevrijdt van allerlei oude, zogenaamd natuurlijke vanzelfsprekendheden, laat deze kerk voor wat zij is en zoekt liever zijn eigen weg, zoekt zelf zijn momenten van stilte en aanbidding en creëert zijn eigen soms bijna extatische feesten, zoals allerlei muziekfestivals (ja, ook de eerder genoemde Love Parade), het met tienduizenden lopen van de Vierdaagse in Nijmegen of de massale Oranjefeesten in dit land om de voetballende landgenoten in Zuid-Afrika te volgen. Op enkele uitschieters zoals pastor Paul Vlaar in Obdam na, lijken de vertegenwoordigers van de kerk het liefst zo min mogelijk te bewegen. Daar valt wat voor te zeggen gezien de eeuwige pendelbeweging van de mens die zowel rust als beweging zoekt, het oude wil koesteren en tegelijk ook het nieuwe wil ervaren. Maar toen ik pas sprak met mensen die elkaar ontmoet hadden op de pelgrimsroute naar Santiago, besefte ik dat wat wij in deze maatschappij godsdienst noemen, zich ook allang niet meer beperkt tot een bepaalde plek of een vaststaand patroon. Ook daar, in de wereld van wat we het geloof noemen, is de mens in beweging om rust te vinden en oefent de mens zich in stil zitten om juist weer in beweging te komen. Die hele wereld van godsdienst en geloof zou opener, gedurfder en avontuurlijker mogen. Ik ben blij dat ik weer in beweging ben.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u ‘Hot Air Balloon’ van Joseph Vitarelli en gezang 350 uit het Liedboek van de Kerken. Gelezen werd uit Prediker 11: 4 en 6. Het gebed kwam uit de bundel ‘Bij gelegenheid (II)’ van Sytze de Vries.

Terug naar overzicht…