Verwacht

Door Ds. Aart Mak

Tweederde van de Nederlanders is pessimistisch over de toekomst. In andere landen in Europa is overigens sprake van een soortgelijke stemming. Het merkwaardige is wel dat de meeste mensen in dit land aan de andere kant best tevreden zijn met hun eigen leven, concreet: met hun gezondheid en de eigen financiële situatie. Nederlanders lopen daarin, vergeleken met andere landen, zelfs voorop. Dus, wat is er nu aan de hand? Vergeet de getallen en de onderzoeken en denk even met mij mee.

Volgens de Koreaanse filosoof Byung-Chul Han lijden wij in deze moderne tijd niet meer aan cholera, tyfus en tbc, maar aan iets heel anders. In zijn boekje De vermoeide samenleving beschrijft hij hoe wij tegenwoordig lijden aan adhd, depressie, burn-out en borderline. In plaats van getroffen te worden door allerlei negatiefs – denk aan de vroegere generaties, worden wij nu geplaagd door het omgekeerde, het positieve. Dat zijn al die prikkels die wij tegenwoordig ontvangen over vrolijke, hardwerkende, snel levende mensen met allerlei mogelijkheden om zich heen die ze vooral moeten gebruiken om hun leven nog gemakkelijker en aangenamer te maken. Behalve die prikkels is er ook de voortdurende druk om te presteren. Want er is een algemeen aanvaard idee de maatschappij binnengeslopen dat een mens zich voortdurend van zijn beste kant moet laten zien, anders is hij een druiloor. De hedendaagse mens lijdt volgens deze filosoof die in een goed met Europa vergelijkbare samenleving woont, aan een teveel aan positiviteit. Denk aan onze goedgemutste, veel lachende minister-president die overigens onheus werd bejegend in dat spotje van de grootste vakbond. Mark Rutte staat een beetje symbool voor de moderne mens die de dagelijkse kleine en grote problemen van zich af kan laten glijden als is hij een pan met een tefal coating.

Het achterliggende idee is namelijk dat je tegenwoordig als mens een alleskunner moet zijn, je moet overal tegen kunnen, je moet overal mee om kunnen gaan. Als dat niet zo is, dan is er wel een cursus of een coach of anders een zelfhulpboek. Maar wat er in werkelijkheid gebeurt, is het volgende. Er komen talloze mensen die het tempo niet kunnen bijbenen. Ze worden er depressief van. Ze voelen zich een kneus. Ze verzuipen. En dat begint al op de scholen. De scheidslijnen lopen in de moderne maatschappij allang niet meer tussen bazen en arbeiders. Dat was vroeger zo misschien. Nu wordt de kloof gevormd door mensen die wel en die niet presteren, die wel of die niet psychisch toegerust zijn voor deze samenleving. En zo sneuvelen ook heel wat carrièremakers. Ze hadden de lat te hoog gelegd. En als het niet lukt, ligt het volgens de prestatie-ideologie altijd aan jezelf. En daar word je depressief van, aldus deze Koreaanse filosoof.

De psycholoog René Diekstra signaleert ook hoe het optimisme kenmerkend is voor het hedendaagse idee over het leven. Mensen met een optimistische levenshouding lijken ook meer kans van slagen te hebben, meer vrienden om zich heen te verzamelen en beter bestand te zijn tegen de tegenvallers van het leven. Maar dan wijst hij er op dat teveel optimisme juist weer leidt tot depressieve klachten. Met name ouderen die minder van het leven hebben te verwachten, doen er volgens Diekstra goed aan de toekomst niet zo positief te zien, eerder een beetje pessimistisch. Het valt dan minder tegen als er iets akeligs gebeurt. De psycholoog heeft natuurlijk gelijk. Optimisme dat niet samengaat met de realiteit, sneuvelt uiteindelijk altijd en leidt bij mensen tot zelfbeklag. Beter is het dan te aanvaarden dat jou ook van alles kan gebeuren en je daar geestelijk al in zekere zin op voor te bereiden. Ik zou dat persoonlijk eerder een realistische levenshouding noemen dan een pessimistische. Maar daarover kun je discussiëren. Zo’n discussie over wat beter is, realisme of pessimisme, doet mij altijd denken aan het gedicht van J.C. Bloem: ‘Alles is veel voor wie niet veel verwacht. / Het leven houdt zijn wonderen verborgen / Tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat. / Dit heb ik bij mij zelve overdacht, / Verregend, op een miezerige morgen, / Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.’

Intussen beoefen ik een tak van sport die meer is dan een gemiddelde psycholoog voor waar wil houden. Een mens is volgens mij ook nog eens ingebed in de eeuwigheid en zelfs object van de liefde van de Eeuwige. Dat moet je geloven – dat weet ik, maar als je het gelooft, kan het je wel helpen aan een flinke dosis relativering. De wereld draait niet om jou en je geluk hangt ook niet alleen af van wat anderen van je vinden. Een mens is ook meer dan wat hij van zichzelf vindt. Bij die geloofstraditie hoort trouwens ook het besef dat het brood van de een de dood van de ander kan zijn. En dat het daarom beschaafd is om een samenleving te hebben waar zo min mogelijk mensen er tussenuit vallen en op krukken lopen. Voorzieningen afbreken en op hulp bezuinigen horen daar dus niet bij. Suggereren dat het de schuld van mensen zelf is als ze pech hebben en de maatschappelijke rat race niet meer vol houden, zou ook niet mogen bestaan. Een mens is namelijk een vat vol tegenstellingen en er kan van alles uit komen. Het is doodvermoeiend om van jezelf of van anderen te moeten beantwoorden aan een ideaal. Het is ook niet vol te houden om altijd maar in termen van oorzaak en gevolg en dus in schuld te denken. Het leven is een vreemde reis en ons hart een donker ding, om maar eens een andere dichter te citeren. En dat is ook precies waarover het de komende, stille week gaat. Na het ‘halleluja’ zal het ‘kruisig hem’ klinken. De mens die eerst nog gezien wordt als een geluksbrenger staat er niet veel later bij als een gewond dier dat dood wordt gewenst. Hier gaan allerlei ideeën over optimisme en pessimisme ineens niet meer op. Hier komt een kant van de mens in beeld, die de gewone brave burger, pessimistisch dan wel optimistisch, volkomen in zijn hemd zet. Het is de mens die ten koste van een ander wil leven. Het is de mens die we ook zijn, met al onze drift, boosheid en drang tot vernietigen. Eerst moet die spiegel worden voorgehouden voor we met elkaar weer voorzichtig kunnen bouwen aan iets goeds. En dan graag zonder overspannen verwachtingen maar wel met enige hoop. We weten namelijk ook tot welke wanhopig stemmende ellende de mens in staat is. Dat is wat mij betreft de essentie van deze week tussen Palmpasen en Pasen. Ik zal dan, ik verklap het nu al, met Pasen vertellen hoe die voorzichtige hoop gerechtvaardigd is. Want volgens een andere psycholoog, over wie de volgende keer meer dus, wordt de mens in de loop der tijden steeds beschaafder. Ach, hoe optimistisch wil je het hebben?

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek uit de Mattheus en een fragment uit ‘The Arabian Passion’ (zie website links om te beluisteren. Gelezen werd uit 1 Korinte 1: 27-28. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..


 

Terug naar overzicht…