Bij de dag leven

Door Aart Mak

Langzamerhand begin ik beter te begrijpen waarom de overgang van het oude naar het nieuwe jaar gepaard gaat met zulke enorme knallen. Ja natuurlijk, het zou een oude Germaanse gewoonte zijn om de boze geesten te verdrijven. Of het komt bij de Chinezen vandaan, zou ook kunnen. In mijn beleving lijkt het nog het meest op overmoedig gedrag, een soort vlucht naar voren, flink van je afschreeuwen in de hoop dat de ander bang wordt en niet in de gaten heeft dat jij zelf bang bent. En als dit ook nog eens gepaard gaat met een overdosis aan alcohol, lijkt me de diagnose compleet: luidruchtige verdringing van angst voor de toekomst. Het is ook wat. Een heel nieuw jaar ligt maagdelijk blank op je te wachten. Met al je goede voornemens weet je ook wel dat er van alles kan gebeuren waar je geen enkele macht over hebt. Voor christenen is daarom de eerste dag van het nieuwe jaar belangrijk: je komt samen en bidt dat ook het nieuwe jaar een jaar des Heren zal worden, aan God gewijd en door God gezegend. En daarom namen de protestantse christenen uit eerdere tijden op oudjaarsavond afscheid van de gestorvenen, ik herinner het me nog. Als het oude volk Israël laat je de doden achter waar je hen begraven hebt, met een gedenkteken, en je trekt weer verder, een nieuw land of een nieuwe tijd tegemoet.

De gewoonte om in jaren te tellen, speelt ook een sluimerende rol in het stille deel van onze geest. Wij tellen onze leeftijd in jaren. We bepalen de gebeurtenissen van de geschiedenis met jaartallen. Jaren zijn goed hanteerbaar, een mens wordt zeventig, tachtig of als we heel sterk zijn negentig jaar oud. Dan, als je heel oud mag worden, zo luidt de uitdrukking, gaan de jaren tellen. Alleen als een mens nog niet geboren is, tellen we in weken. Veertig weken telt een voldragen kindje ongeveer als het geboren wordt. Veertig is trouwens een bijzonder getal in de bijbel. Het heeft altijd te maken met voorbereiding en verwachting. En die kunnen hand in hand gaan met beproeving. Maar, over die zelfde bijbel gesproken en terug naar het meten en tellen in jaren, het zou ook wel eens kunnen helpen om niet in jaren maar in dagen te rekenen. Als je de toekomst in menselijke maat wilt zien, moet je het hebben over morgen. Lekker slapen en morgen gezond weer op. Verder kijken kan ook eigenlijk niet. En wil je wijs worden, dan moet je volgens de eerder geciteerde psalm 90 je de kunst eigen maken om je dágen te tellen.

Leren je dagen te tellen en, zegt Jezus in zijn Bergrede, leer zo je geen zorgen maken over de dag van morgen omdat de dag van vandaag genoeg heeft aan zijn eigen kwaad. Dat is een geestelijke toonzetting van het leven die we in het algemeen volledig zijn kwijt geraakt. Denken in kleine eenheden. Dat kan niet altijd. Er moet ook gepland worden. Beleid maken is ook durven vooruitlopen. En wijs word je ook door overzicht te willen hebben en bepaalde ontwikkelingen te leren waarnemen. Dat overstijgt de dagen. Dan tel je in jaren. Neem nu deze eeuw, we zijn al zeventien jaar onderweg en wat is er in hoofdzaak gebeurd? Maar geestelijk, voor een mens met zijn dagelijkse behoeften en ook dagelijkse zorgen, geeft het werkelijk rust om je te oefenen niet verder te willen kijken dan wat je kunt weten. Dat wordt anders angst en spokerij. Anders gezegd – en dat staat ook in de bijbel, in Prediker – wie op de wind blijft letten komt niet aan zaaien toen en wie naar de wolken blijft kijken, komt niet aan oogsten toe. Het staren naar de grote gebeurtenissen leidt tot verstarring. De angst voor de richting die de toekomst inslaat, versterkt alleen maar de neiging tot passiviteit. Gewoon doen wat je moet doen en gewóón doen in plaats van omslachtig en ingewikkeld, dat lijkt een recept om het leven te kunnen hanteren.

Op een van de eerste uren van deze prille nieuwjaarsdag wens ik u daarom het goede toe, heil en zegen. Natuurlijk, ik zou willen dat dit voor u voor een heel jaar moge gelden. Maar dat is een heel end, 365 dagen van uw leven. Maar één dag is te overzien, vandaag. En misschien dat u, net als ik, ook wat terugkijkt en vooruitblikt, los van wat de jaaroverzichten en politieke prognoses ons allemaal voorschotelen. Daar zit namelijk meer dan genoeg bij om de angst te laten winnen van de hoop. En ook genoeg lawaai om te vergeten dat de belangrijkste dingen in het leven zich in stilte voltrekken. Maar als u het nu eens bij uzelf houdt? In uw eigen binnenkamer? Mijmeren zonder schuldgevoel. Niet steeds denken dat het beter had gekund en gemoeten. Het is gegaan zoals het is gegaan. En denk dan ook eens na over wat komen gaat. Geen idee, zegt u. Maar vang dat ‘geen idee hebben’ nu eens met het woord genade. We zijn tenslotte in 2017 terecht gekomen, het jaar waarin we Luther herdenken. En genade is wat ons toevalt. Het is als een zon die onverwacht door het wolkendek heen breekt. En het is een geschenk. Zoals niet een heel jaar als een geschenk aanvoelt, maar wel een dag.

 

Terug naar overzicht…