Veilig

Door Ds. Aart Mak

Ergens eind jaren twintig vorige eeuw was Alexander Fleming bezig met een onderzoek naar stafylokokken. Dat zijn bacteriën die ontstekingen kunnen veroorzaken zoals bijvoorbeeld een steenpuist. Hij ontdekte toen waar hij niet naar op zoek was. Op een van zijn voedingsbodems trof hij een schimmel aan, Penicillium notatum, en zag dat rondom deze schimmel alle bacteriën verdwenen waren. Het bleek dat deze schimmel in staat was een bacteriedodende stof af te scheiden, die door Fleming 'penicilline' genoemd werd. Pas tien jaar later, in 1938, werd er echt iets met de ontdekking van Fleming gedaan. Een groep wetenschappers begon toen met het isoleren van kleine hoeveelheden penicilline, het zuiveren ervan en het verkrijgen van grotere hoeveelheden. Ze testten het op dieren en uiteindelijk op mensen. De productie van penicilline nam een enorme vlucht toen de Verenigde Staten betrokken raakten bij de Tweede Wereldoorlog. De Amerikaanse regering stak er veel geld in en op D-Day (1944) was er voor elke gewonde soldaat genoeg penicilline beschikbaar. Na de ontdekking van de penicilline volgden nog vele andere antibiotica. Alom werd deze uitvinding als een zegen voor de mensheid beschouwd.

Maar wat gebeurt er al enige tijd? Steeds vaker blijken varianten van bacteriën als E.coli en gonorroe niet te reageren op antibiotica. Britse wetenschappers sloegen de afgelopen week groot alarm. Resistentie tegen antibiotica is één van de grootste gevaren voor de volksgezondheid, zeggen zij. Hoe dat kan? Antibiotica zijn de laatste tientallen jaren vaak onnodig gebruikt om milde infecties te bestrijden. Veel medici maar vooral ook gewone mensen zijn vergeten dat het eigen lichaam ook tot veel opruimwerk van bacteriën in staat is en zelfs lui wordt als het voortdurend voorzien wordt van hulpmiddelen om zelfs simpele bacteriële aanvallen te weerstaan. Ik herinner mij hier hier al jaren geleden tegen gewaarschuwd werd door mensen uit wat meestal het alternatieve circuit wordt genoemd. Maar nu is het dan doorgedrongen tot bijvoorbeeld de Britse regering. Sally Davies, de Britse chief medical officer die de regering adviseert over medische zaken, zegt: ‘Antibiotica verliezen hun effectiviteit met een snelheid die alarmerend en onomkeerbaar is – te vergelijken met de klimaatverandering.’ ‘Ik verzoek patiënten dringend om goed na te denken over de medicijnen die zij aanvragen en gebruiken. Bacteriën passen zich aan en vinden manieren om de effecten van de antibiotica te overleven, waardoor ze uiteindelijk resistent worden en de medicijnen niet meer werken.’

Wat hier in mijn ogen aan de hand is, is een gevolg van een bepaalde levensfilosofie. Die heeft zich sinds de stormachtige opkomst van de wetenschap, techniek en welvaart sinds die eerder genoemde Tweede Wereldoorlog alom in onze harten genesteld. En niet alleen in de westerse wereld. Het is de gedachte dat alles maakbaar is. Daarin is de mens een soort machine waaraan veel, zo niet alles (ooit in de toekomst) gerepareerd kan worden, de dood zo lang mogelijk kan worden uitgesteld en in elk geval heel wat, zo niet alle ziekten kunnen worden voorkomen. Dezelfde onuitgesproken vooronderstelling zie je ook in het denken en praten over incidenten, ongelukken en rampen. Onmiddellijk wordt uitgezocht wie of wat de oorzaak is en worden er commissies benoemd om met maatregelen te komen zodat het in de toekomst niet meer plaatsvindt. De huidige burger wil veiligheid en doen wat hij wil en zals het tegenzit, moet de overheid zorgen dat hij weer zo snel mogelijk in een windstille, gevaarloze zone komt. Die manier van denken loopt mijns inziens parallel met het wonderlijke idee dat overal wel een pilletje voor is en dat wij tot in het oneindige kunnen doorgaan met onszelf vrijwaren van bacteriën, virussen en alles wat het lichaam bedreigt.

Zo lijkt het ook op het eerste gezicht heel sympathiek en zelfs beschaafd om het bevolkingsonderzoek naar darmkanker te gaan organiseren. Dit onderzoek kan, volgens de officiële website, zorgen dat in een vroegtijdig stadium darmkanker wordt ontdekt en behandeld. Als darmkanker vroegtijdig wordt ontdekt, is de kans op genezing groter en de behandeling minder zwaar. En dan volgt een berekening. Het bevolkingsonderzoek kan over de periode 2010-2039 een gemiddelde van 1400 sterfgevallen per jaar voorkomen. Op langere termijn kan een gemiddelde van 2400 sterfgevallen per jaar worden voorkomen. Dit is op advies van de Nederlandse Gezondheidsraad. Maar wat gebeurt hier? Een overkill aan controle waardoor veel te veel mensen zich onnodig zorgen maken, want er wordt altijd wel ‘iets’ gevonden. Los van de jaarlijkse kosten die worden geschat op 40 miljoen euro, is hier weer hetzelfde mechanisme aan het werk: wij denken met onze machines en onderzoeken te kunnen voorkomen en controleren en raken daar zo verslaafd aan dat we vergeten dat ons lichaam een complex en ingenieus systeem is dat heel veel zelf kan en, sterker nog, we vergeten dat wij nu eenmaal sterfelijk izijn En dat laatste is een boodschap die niet past in deze materialistisch – in de zin van niet rekening houdend met geestelijke dimensies – denkende hoofdstroom in deze samenleving. Om financiële redenen zal er heftig geprotesteerd worden. Maar hopelijk ook om andere redenen, zoals al gebeurt door medici zoals Anco Vahl pas in Trouw, een vaatchirurg, die schrijft dat preventief controleren de zorg ontwricht en mensen nodeloos bang maakt.

We zullen sowieso merken dat de wal het schip gaat keren. Niet alles kan meer. Er blijkt teveel geld mee gemoeid om onze fantasie overeind te houden dat we alles kunnen voorkomen, oplossen en regelen. Zo dreigt ook de zorg voor kankerpatiënten onbetaalbaar te worden. Er komen steeds meer dure medicijnen en het aantal patiënten stijgt fors. We naderen met andere woorden een grens die zich al langer geleden aandiende door de alsmaar stijgende ziektekosten. Of hier een goed begin van is te maken, weet ik niet goed. Wel dat het goed zou zijn om eens wat vaker persoonlijk en ook in grotere verbanden na te denken over wat gezondheid nu eigenlijk is. Het is volgens elk onderzoek het hoogste wat moderne mensen nastreven. ‘Als ik maar gezond ben!’ Maar het kan zomaar een vorm van afgoderij zijn, waarbij de medici de moderne priesters zijn voor wier boodschap en handelingen iedereen elke dag op de knieën gaat, koste wat het kost. En ergens ver weg draaien de grote farmaceutische bedrijven op volle toeren, met zoveel geld dat ze met gemak hun lobbywerkzaamheden kunnen bekostigen en zo de politici beïnvloeden. 

Is dit een al te somber beeld? In elk geval zijn er, ook als wat ik net zei zou meevallen, tegenkrachten nodig. Mensen die zelf nadenken, niet zo snel bang zijn, zich niet laten meeslepen door allerlei ideeën over zogenaamde gezondheid en controleerbaarheid en her dwaze idee dat daar de sleutel tot geluk zou liggen. Daarom is het ook goed dat het Advent wordt. We moeten het niet allemaal zelf willen uitvinden en maken. Er is ook iets anders nodig, van de andere kant komend. Niet alleen goede ideeën, zoals inderdaad de uitvinding van penicilline maar ook evenwicht en rust in de toepassing daarvan. En we hebben mensen nodig die in allerlei ballonnen van gezondheid en geluk willen prikken of langs de kant van de weg roepen dat de keizer helemaal geen kleren aan heeft. Wie riep dat ook al weer? Een kind. En waar kijken we ook alweer naar uit met Advent? Een kind.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde muziek van Bossi en ‘Nu daagt het in het oosten’. Gelezen werd uit Lukas 12: 33-34. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a.

Terug naar overzicht…