James

Door Aart Mak

Het is en blijft een vreemd verschijnsel. De 24e film in de serie, Spectre, is uitgekomen en trekt wereldwijd tientallen, zo niet honderden miljoenen bezoekers. Ik heb het natuurlijk over Bond, James Bond. Ook de nieuwe film moet weer spectaculair zijn, met de mooiste locaties, de meest aantrekkelijke vrouwen en vooral vele hachelijke situaties waar de nooit zenuwachtige geheimagent met zijn license to kill zich natuurlijk weer uit zal redden. De eerste scene van de nieuwe film schijnt gelijk de mooiste te zijn, vijf minuten lang, aan een helikopter hangend in de lucht boven Mexico City, nou ja, enfin. Wat is hier aan de hand, behalve de na de Formule 1 met de inmiddels 85-jarige Bernie Ecclestone ongeveer beste publiciteitsmachine ter wereld? Oudtestamentische profeten zouden deze hele hype rond James Bond afgodendienst noemen. Omdat de Bond-films een wel erg  ruime etalering zijn van veel te rijke mensen, een decadente levensstijl, wreedheid bij de tegenstanders, achteloos gebruik van veel te dure spullen en bij veel mannen waarschijnlijk appelleert aan een leven als halfgod waar ze zelf nooit aan toekomen maar wel even van mogen dromen. En tegenwoordig zou je daaraan in een oudtestamentische razernij aan kunnen toevoegen: hoe kan het dat hele volksstammen zich verlustigen aan deze ooit door Ian Fleming verzonnen onzin, terwijl tienduizenden mensen uit het Midden-Oosten het geweld ontvluchten en hier maar moeten afwachten hoe ze ontvangen worden? Waar houden we ons eigenlijk mee bezig? Waar uw hart is, zal uw schat zijn.

Maar toch zult u mij dit niet horen zeggen. Ik kom als bijbellezer en bijbeluitlegger wel die oudtestamentische profeten regelmatig tegen. En natuurlijk ook die nieuwtestamentische, Johannes de Doper. En dan lees ik hen weer, hun vlammende tirades, hun bewogen oproepen, hun verdriet en vooral hun boosheid. Ik houd trouwens het meest van Jesaja. Zijn beeldtaal is fenomenaal. Bij hem en zijn opvolgers die zijn profetenboek in latere tijden hebben aangevuld, is er ook sprake van andere tonen, meer priesterlijk, pastoraler, met oog voor  wat mensen nodig hebben om te leven. Maar je zult toch maar zo’n oudtestamentische profeet als buurman hebben! Ik moet er niet aan denken. Je zou van de weeromstuit niet meer uit durven gaan, geen auto durven rijden omdat dat milieuvervuilend is, niet met een doos van een supermarkt durven sjouwen omdat ze daar nog steeds plofkippen verkopen. Altijd dat commentaar, voortdurend die prikkende ogen en dat zure gezicht…

Dat vind ik in het algemeen het lastige van de bijbel. Want dat boek is toch een soort buurman, dichtbij, al jaren naast je wonend, je bent met die buurman vertrouwd geraakt, met al zijn verhalen en scherpe opmerkingen. Als je zoekt naar ontspanning, moet je daar niet zijn. Wie zoekt in de bijbel naar verhalen over het leven en hoe je daarvan kunt genieten, vindt hooguit wat opmerkingen bij Prediker en misschien bij Jezus in de Bergrede. Niet veel. Er is altijd commentaar. In de brieven gaat het wel over dankbaar zijn, maar het lijkt vaak op de opdracht om spontaan te zijn. Alsof dat op commando kan. Wie bij die buurman-bijbel op bezoek gaat om eens lekker door te zakken, krijgt vast wel een glas wijn maar dan gaat de kurk er weer op en volgt er een verhaal over de gevaren van dronkenschap. Mag ik eigenlijk wel van het leven genieten? vraag ik. En het antwoord van hem is: kalm aan, mondjesmaat, je weet maar nooit. Overal loeren de gevaren en wie staat, moet opletten dat hij niet valt.

Het lijkt mij ook te veel gevraagd dat een verzameling geschriften van profeten en apostelen, stammend uit een nomadische en agrarische cultuur, met een totaal andere beleving van het mens-zijn dan wij tegenwoordig, alles te zeggen zou hebben over ons moderne leven. Protestanten zijn daar veel te puristisch mee omgaan, als zou in die bijbel alles staan wat je moet weten. De katholieken hebben altijd veel beter begrepen dat er ook volkswijsheid is, algemene morele inzichten, levenskunst en ook volksgeloof. Van Jezus is veel niet bekend en ik vermoed dat dit komt omdat hij ook van het leven genoot, etend met zijn vrienden, gesprekken voerend en wie weet ook de liefde genietend. En aangezien hij in die tijd niet twitterde of foto’s van feestjes via Facebook verstuurde, weten we daar dus niets van. Natuurlijk, als het gaat om overgave, je zelf aanvaarden, verlies durven lijden, anderen vergeven en verzoend worden, heeft Jezus en heeft die hele bijbel veel te zeggen. Maar het meeste in het leven bestaat uit dagelijkse dingen, is een kwestie van regelmaat en trouw, gewoon doen, leven en samenleven. En ik ga er dus net als die miljoenen anderen wel naar toe. Bond is de naam, James Bond. Een volkomen andere wereld. Gek, spannend, onwaarschijnlijk, bizar ook en gelukkig, het kwaad delft altijd tenslotte het onderspit. En als Jezus wederkomt, zit ik misschien wel in de bioscoop. Dan weet u dat, mocht u mij zoeken...

 

Terug naar overzicht…