Merkwaardige opgewektheid

Door Aart Mak

Ik lees nog eens na wat er tegen Coen Verbraak gezegd werd in zijn gesprekken met mensen die over afzienbare tijd zullen sterven. Op de Drempel heette de serie die in januari werd uitgezonden die een maand erna werd gevolgd door het gelijknamige boek met acht uitgebreide gesprekken. Claudia van Deudekom, geboren in 1972, getrouwd en moeder van een tweeling van drie jaar ten tijde van het gesprek, was 38 jaar toen ze haar doodvonnis hoorde. Tot dat moment was zij een begaafde communicatieadviseur die knetterhard werkte. En dan zegt ze tegen haar interviewer: ‘Ik vind mijn huidige leven toch fijn, zeker als ik terugdenk aan hoe ik vroeger leefde. Toen was ik net als de meeste mensen vooral bezig met het najagen van een bepaald imago om mijn ego te bevestigen. Ik had het goed voor elkaar. Ik dacht altijd dat ik zo hard werkte omdat ik een groot verantwoordelijkheidsgevoel had. Als ik er nu even over nadenk, werkte ik vooral heel hard zodat anderen konden zien dat ik het goed voor elkaar had. Ik vond dat ik heel maatschappelijk betrokken was. Ik gaf veel voorlichting op scholen voor het  COC Amsterdam. Ik was bestuurder. Nu denk ik dat ik eigenlijk vooral mijn eigen ego wilde strelen omdat ik zo’n goed mens was. Ik vond dat ik een groot sociaal netwerk had omdat ik een mensenmens was, maar ik wilde  eigenlijk gewoon populair zijn.’ En dan volgt haar conclusie: ‘Volgens mij leven heel veel mensen op een manier waarbij ze ongemerkt ver zijn afgedwaald van wie ze werkelijk zijn. Want maakt dat leven je nou werkelijk zo gelukkig? Ik heb nachten wakker gelegen van de stress.’

Claudia van Deudekom zegt dingen die de meeste mensen pas zeggen als ze niets meer te verliezen hebben. Als je weet dat je binnenkort doodgaat bijvoorbeeld. Lessen voor de levenden noemde iemand die ongemaskerde waarheid ooit. Dit is – ik zeg het beschroomd – wat ik nastreef in de binnenkamer. Mijn eigen binnenkamer, in het diepst van mijn gedachten, waarin ik niets hoef te verhullen of te verfraaien. Voor wie gelooft in God is dat het gebed waarin je jezelf onder ogen ziet en probeert jezelf zonder oordeel, afkeuring of schaamte te zien zoals je bent. Dat is een enorme klus. Mensen hangen aan elkaar van oordelen. En van angst. Angst om door de mand te vallen, angst om tegen te vallen dus, angst om toe te geven dat jij niet degene bent die anderen denken dat jij bent. Kan iemand dat van zich afschudden, ook zonder te weten dat hij over een maand of wat, misschien een jaar, de laatste adem uitblaast?

Dan iets heel anders dat er mijns inziens toch ook weer mee te maken heeft. Vorige week vrijdag, toen ik op het punt van weggaan stond voor een weekend met de kinderen in de Ardennen, las ik de strip van Anton Dingeman in Trouw en heb onbedaarlijk gelachen. Voor wie het dagblad Trouw niet leest of wel maar het zich niet herinnert, vertel ik wat Pieter Geenen in vier plaatjes getekend had. De aanleiding was ongetwijfeld de landelijke synode van de PKN die dagen. Plaatje een: ‘Er is een nieuwe energiebron ontdekt, beter nog dan zon en wind. Wat? Antwoord: protestanten! Eén protestant produceert per dag ong. 1000 kilowatt opgewektheid, staat boven het tweede plaatje. Twee figuurtjes zijn aan het woord. De één zegt: ‘Ja, de kerk loopt leeg. Maar ik zie weer bloei bij de jongeren.’ De ander zegt: ‘Juist in zware tijden ontstaat groei.’ Plaatje drie met tekst: eind 2016 wordt in Amersfoort de eerste centrale opgestart. Je ziet een machine met daarnaast een ingenieur die zegt: ‘Wij zetten dus die enorme massa opgewektheid om in elektriciteit.’ Volgt het laatste plaatje waarin de ene helft van een echtpaar zegt: ‘Ons huishouden draait al drie jaar op gereformeerden. Nooit haperingen!’ En de andere helft van het echtpaar voegt daaraan toe: ‘Leve de protestanten!’

Hoe een bij vlagen geniale striptekenaar de waarheid blootlegt achter al die kerkbestuurders en dominees zoals ik die in feite alsmaar roepen dat achter de wolken de zon schijnt, dat een crisis het begin is van iets nieuws en dat de leegloop van de kerk ons dichterbij het echte geloof brengt. En meer van dat. Dus is de vraag, met dank aan Claudia van Deudekom en Pieter Geenen, wat nu eigenlijk de reden is dat ik net als heel veel anderen zo’n moeite heb het leven te zien zoals het is. Natuurlijk, het lijkt mij niet verkeerd je beste beentje voor te zetten of een sombere situatie toch van een enkel lichtpuntje te voorzien. Mijn moeder was daar een ster is en misschien is dat ook kenmerkend voor degene die gelooft. Maar al die ridders te paard die weigeren toe te geven dat ze gewoon voetvolk zijn, al die opgepompte presentaties waarachter angstige mensjes schuilgaan, het is altijd goed dat iemand daar doorheen kijkt. En nog beter als dat over jezelf gaat, zoals bij die vrouw die niets meer te verhullen heeft omdat ze weet dat ze gaat sterven. Misschien dat elk mens een binnenkamertje nodig heeft om zichzelf te durven zijn; het echte gesprek met jezelf voer je namelijk daar, zonder luistervinken en pottenkijkers.

 

 

Terug naar overzicht…