Koninklijk

Door Ds. Aart Mak

Deze week kunnen we terugkijken op twee koningsdagen, eerst in Groot-Brittannië waar prins William, de zoon van de stijve Charles en de veel te vroeg overleden prinses Diana zijn jawoord gaf aan het burgermeisje Kate Middleton en gisteren in eigen land, toen de koningin haar 73e verjaardag in het Oranje gekleurde Limburg vierde. Maar de blik gaat vandaag onmiddellijk verder naar Italië en Polen, waar massa’s mensen op de been zullen zijn om de zaligverklaring van Karel Woytila, de in leven al immens populaire paus Johannes Paulus II, bij te wonen. Al die vrolijke en bijzondere gebeurtenissen, midden in een tijd van catastrofen, door de moderne media bij iedereen ter wereld binnen handbereik gebracht, geven even lucht aan heel wat mensen met een geprangd gemoed. De wereld siddert onder de aardbevingen en milieurampen. In allerlei landen gaan mensen de straat op om meer vrijheid te eisen, ondanks de knoet en de kogelregen die ze ontmoeten. In de nog steeds rijke landen van het westen worstelt de bevolking met de excessen van de verrijking van sommigen en de angst voor de toekomst die zich helaas het sterkste laat zien in allerlei signalen van vreemdelingenhaat. Er is veel aan de hand, ook in de harten van mensen. Onrust, onzekerheid. Het tempo waarin alles zich afspeelt, ook in heel wat persoonlijke levens, is hoog.

Dan vervullen koningshuizen en een paus ineens een ouderwetse, eeuwenoude rol. Ze symboliseren in hun zijn een orde die de menselijke te boven gaat. Dat geldt uiteraard voor de paus. Hij is notabene de vertegenwoordiger van Christus op aarde en heeft daarvoor eeuwenoude papieren. De nuchtere protestanten van de 16e eeuw die tot op de dag van vandaag beweren dat elk mens een gezant van Jezus is, hebben op wereldschaal nooit zo heel veel kunnen veranderen aan het haast hemelse beeld van de omhooggevallen bisschop van Rome. Iemand als de Poolse paus die zoveel reisde, uiterst mediageniek was en met overtuigingskracht de ouderwetse moraal van de kerk uitdroeg, was een integer mens. Dat maakte indruk. En dat is nou precies de reden waarom  ook in moderne tijden wij met elkaar niet af willen van koningen en pausen. Als zelfs de priesters niet altijd te vertrouwen zijn, denk aan alle schandalen in de kerk en vooral ook het onnozele goedpraten van bisschoppen als Vangheluwe en als een aantal topbankiers er na de mede door hen veroorzaakte crisis toch weer vandoor gaat met de buit die ze schijnheilig een bonus noemen, wordt het er moreel gesproken bepaald niet prettiger op in de wereld. Wie moeten we aan onze kinderen ten voorbeeld stellen? Zijn er nog goeie mensen, behalve je eigen vader, oma, buurman of huisarts natuurlijk? En dan helpt een goede koningin als Beatrix om het morele spoor niet bijster te raken. Ze staat boven de partijen, werkt hard en vertegenwoordigt in haar persoon overduidelijk een samenleving waar naastenliefde en barmhartigheid de toon dienen te zetten. Iets vergelijkbaars hebben miljoenen rooms-katholieke gelovigen ook bij de paus. In hem hopen ze te zien wat ze nogal  eens vergeefs zoeken in hun naaste omgeving aan geloof, vertrouwen en, nogmaals, integriteit.

In de oude boeken die samen de Bijbel vormen worden ook vaak koningen genoemd. Koningen die vertegenwoordigers van de Eeuwige God op aarde dienen te zijn. In tijden waarin de maatschappijen in de verste verte niet leken op de rechtsstaat die wij nu kennen, moest de koning degene zijn die garant stond voor het recht en dus voor de bescherming van de zwaksten. Dat was in elk geval de droom van het volk Israël. Daarom was de profeet ook zo belangrijk. Die moest, ook als vertegenwoordiger van de Eeuwige, de koning aan zijn koninklijke opdracht herinneren en overigens ook anderen confronteren met hun handel en wandel. En zo ontstonden er de drie functies waarin de goddelijke waarachtigheid en rechtvaardigheid zichtbaar moesten worden: de koning, de profeet en de priester. De laatste was immers de man bij het altaar, de bemiddelaar, degene die zuiver moest maken wat onzuiver was geworden. In feite geldt dit nog steeds. In al onze moderniteit, met allerlei problemen die ons regelmatig het zicht op humaniteit ontnemen, verlangen we nog steeds naar mensen in ons midden die het platvloerse en banale eigenbelang ontstijgen en daarmee iets laten zien van de diepste bedoelingen van dit bestaan. En dat heeft met royaliteit, oprechtheid en eenvoud te maken.

Ik voeg daar nog iets aan toe. Toen ik vorig weekend hoorde van het overlijden van onze vroegere minister van buitenlandse zaken Max van der Stoel, las ik allerlei terugblikken op wat deze man gedaan had in zijn leven. Hij was een integer mens die misstanden aan de kaak durfde stellen. Dat werd vaak gememoreerd. Maar hij was vooral een diplomaat die alle geduld van de wereld had om anderen te bewegen iets niet of juist iets wel te doen. Denk aan de vader van prinses Maxima, die in al zijn  Latijnse vurigheid juist door de rustige en onversaagd doorpratende Van der Stoel overtuigd werd niet aanwezig te zijn bij het huwelijk van onze kroonprins en zijn sprookjesprinses. Als eerbetoon aan deze nooit naar rechts maar ook niet naar links buigende sociaal-democraat zou ik de rol van diplomaat daarom even in het licht willen zetten. Net als een koning of een paus, een profeet of een priester, kan ook een diplomaat, denk ook aan Dag Hammerskjöld, iets van een hogere orde vertegenwoordigen in alle menselijke bedrijf hier op aarde. Het werk van een diplomaat is niet in het oog lopend, het speelt zich vooral achter de schermen af, het vergt veel geduld en visie en een diplomaat moet alle menselijke ijdelheid en  grofheid trotseren. Voor een betere wereld en enige herinnering aan Gods goedheid en de menselijke statuur, hebben we dus niet alleen intelligente en edelmoedige koningen en voor mijn part zalig verklaarde pausen nodig. We hebben bepaald ook veel behoefte aan  bescheiden en integere diplomaten die vastberaden de weg van de menselijkheid banen naar de toekomst.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde muziek van Händel en gezang 460 uit het Liedboek. Gelezen werd uit Genesis 14: 18-19a. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

 

Terug naar overzicht…