Tijdgeest

Door Ds. Aart Mak

Pasen is een goed begin. Als het weer een beetje meezit, kunnen aardig wat mensen zich daar iets bij voorstellen. De winter is voorbij, de lente dient zich aan, de bollen komen uit, de vogels fluiten weer. Maar is Pasen ook een goed begin voor ons denken en doen, kortom voor wie wij zijn en hoe we in het leven staan? Met de moderne tijdgeest, de alom aanwezige onzekerheid en de zakelijke kilte die zich overal aandient, moet je wel heel diep graven om met iets glinsterends tevoorschijn te komen dat herinnert aan de oerervaring bij het open graf en de schallende kreet: ‘Christus opgestaan’. De afgelopen week las ik dat de hoogleraar preventieve geneeskunde in Maastricht, Van Schayk, erbij blijft dat hij twintig jaar geleden een been één à twee centimeter zag aangroeien. Nu voegt hij eraan toe dat daar geen enkel wetenschappelijk bewijs voor is. In een interview indertijd had hij gezegd dat het voor hem onomstotelijk vaststond dat daar ooit een klein wonder was gebeurd. Deze Onno van Schayk is de afgelopen maanden wetenschappelijk bijna gelyncht. En dat alleen maar omdat hij zich in het openbaar al te stellig uitdrukte over wat hij als een wonder zag.

Dit is de geest van de tijd in optima forma. Wonderen bestaan niet en mensen moeten zich aan de wetten van normaliteit en bewijsbaarheid houden. Mensen met een Bijna Dood Ervaring hallucineren, volgens de heersende opinie. Alternatieve medicijnen werken niet, volgens de dominante farmaceutische industrie die de politici de laatste jaren steeds meer in haar greep krijgt. Mensen die geloven in een leven na de dood moeten dat zelf weten, maar zijn volgens de meeste opiniemakers eigenlijk nooit echt volwassen geworden. En geloven in wonderen is iets voor simpele mensen, in Zuid-Europa of zo, waar ze nog niet beter weten en echt denken dat een Mariabeeld kan huilen. Bij onze westerburen, de Britten, gaat twee derde deel van de bevolking nooit naar de kerk. Terwijl Groot-Brittannië vanouds de plek is waar niet alleen de mooiste kerkelijke liederen maar ook de meest nuchtere en praktische theologie vandaan komt. Dan is er altijd nog een derde deel dat wel zo nu en dan naar de kerk gaat, hoor ik iemand zeggen. Lees dan dat prachtige artikel in TROUW over Wales en hoe daar de mijnen dicht zijn gegaan en de kerken leeg staan. Het is een haast zinnebeeldig verhaal over wat er in veel landen in Europa gaande is en voorlopig nog wel doorgaat.

In dat continent Europa staat intussen veel op wankelen en is er behoefte  aan een groot verhaal dat hoop en richting geeft. Wij hebben met elkaar geen idee waar het naar toe gaat met de klimaatverandering. Volgens wetenschappers als Jennifer Francis smelt het poolijs zo hard dat de luchtstromen ver boven ons hoofd aan het veranderen zijn en zorgen voor deze langdurige kou die we eind maart beleven. Met pijn en moeite heeft Europa het kleine Cyprus financieel gered, maar ieder voelt aan dat dit niet eeuwig zo kan doorgaan. Wat zich ten diepste al langer dan vandaag aandient, is de vraag of Europa wel de welvaart kan vasthouden. En of, nieuwe vraag die daarachter weer opdoemt, de afzonderlijke staten in staat zijn om bescherming te bieden aan hun burgers, voldoende zorg voor de oude dag en perspectief op werk voor de jongeren. En, andere vraag, blijft er een politieke meerderheid die voldoende weerstand biedt aan de neiging tot egoïsme, vreemdelingenhaat en de barbaarse ondertoon die het ziek of zwak zijn bestempelt als een gevalletje eigen schuld?

In die onzekere tijden doemt ineens een nieuwe paus op die eenvoudig wil leven, sympathiek overkomt en vindt dat  priesters geen managers maar herders moeten zijn. Het is een vrolijk vlammetje in de geestelijke kou. Maar het vuur brandt nog niet. De lijkwade van Turijn, de doek met de wonderlijke afdruk van het gezicht van een man die Jezus zou kunnen zijn geweest, blijkt toch uit de eerste eeuw te zijn. Ook dat is een kaars die in het schemerdonker van de huidige tijd wordt aangestoken en laat zien dat het christendom niet alleen maar een groot sprookjesbos is. In Den Haag werd op witte donderdag The Passion voor de derde keer gespeeld, een spektakel waar heel wat mensen bij wilden zijn en vooral via de televisie naar keken. Dit is tenminste een zinnige manier om één van de grote verhalen die aan onze beschaving ten grondslag liggen, niet verloren te laten gaan in een soort geheimtaal in steeds kleiner wordende kerkelijke gemeenschappen.

Maar een echt goede begin is het nog niet. Dat is vooral omdat er teveel niet deugt en mis gaat. De oud-luchtmachtofficier Meindert Stelling zou zeggen dat het kwaad nog altijd overwint, als wij ons niet verzetten. Je moet, met andere woorden, niet naïef doen over wat mensen uitspoken. De geschiedenis van de mensheid is geen Disney-film die altijd wel goed afloopt. Het kwaad is daarvoor veel te sterk. Op het Tahrirplein in Cairo worden meisjes en vrouwen zomaar verkracht en er zijn in Egypte vooraanstaande politici die beweren dat het hun eigen schuld is. In Syrië gaat het geweld zo gewoon als de dood door. Mensen sterven daar of zullen onze kant op vluchten. Er deugt teveel niet en er gaat teveel mis. Wat is dan Pasen vieren in deze dwaze, angstaanjagende en tegelijk toch ook luisterrijke en liefdevolle wereld?

‘Het belangrijkste is dat we onze geest weer op de toekomst richten. Dat we ophouden met het consumeren van ons eigen chagrijn via peilingen en de altijd-slecht-nieuws-media. Dat we in discussie gaan, over alternatieven denken en nieuwe collectieven vormen. Dat we het juk van de tijdgeest afschudden en laten zien dat we niet doof zijn en ook niet lam. Dat we het idealisme herkennen in elkaar.’
Ik citeer nu Rutger Bregman, een twintiger, historicus, die een prachtig stuk schreef in de Volkskrant. En zijn mooiste opmerking: ‘Wij moeten waarde gaan hechten aan het goede boven het nuttige.’ Op de website van KZG kunt u zijn verhaal in z’n geheel lezen. Waar het mij om gaat is dat hij de spijker op zijn kop slaat. Ergens moet de economische ongeest die ons als Prikkebeen met zijn reisgenoten doet tollen op een bootje, gekeerd worden. Het gaat om het doorbreken van de verlamming die zich van ons meester maakt als we het oude willen behouden. Het zal moeten gaan om tegenwicht bieden aan een manier van denken die voortdurend rekent en daarmee dus ook mensen afrekent op het nut van hun bijdrage aan het geheel. Als opstanding iets betekent, dan is dat het begin van een andere manier van denken. Ik geloof in leven na de dood. Misschien is dat in de ogen van andere mensen kinderlijk. Het zij zo. Maar ik geloof ook in leven voor de dood. Juist de opstanding van Jezus doet mij niet in het nuttige maar in het goede geloven. Wij kunnen veel, veel goeds en veel moois tot stand brengen. Maar niets is van werkelijke waarde zonder de liefde. En dat is dus volgens Lucebert altijd weerloos. Dat is wat ik beschaving noem. En daar herinnert mij het allerbeste van het christelijk geloof aan. De zelf geslagene zal anderen troosten. De zelf gemartelde zal anderen zalig spreken. De dode zal leven. In het woeden van de tijden gaat iemand ons voor, altijd, over alle grenzen heen. Hij is zelf overal al geweest en heeft overal al zijn licht laten schijnen. Dat is het goede begin waardoor ik, verlamd en teleurgesteld soms, weer in beweging kom en het wonder van de warmte opnieuw verwelkom.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde geluiden van hanen en kippen en ‘De steppe zal bloeien’ van Oosterhuis / Oomen.   Gelezen werd uit Mattheus 28:5-7. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

 

Terug naar overzicht…