Vergetelheid en vergeetachtigheid

Door Ds. Aart Mak

Hoe ver terug gaat uw herinnering? Kunt u nog beschrijven wat voor weer het was toen u voor het eerst naar school ging en een klaslokaal betrad met andere kinderen? En weet u nog waar u uw eerste zoen gaf of kreeg? Niet de kus op je wang of voorhoofd van uw vader of moeder, maar die van een leeftijdsgenootje. Of de dag dat u ging verhuizen. Of dat de hond waarmee u was opgegroeid, niet meer verder kon en naar de dierenarts moest worden gebracht om niet meer terug te keren. Ach ja... En weet u nog toen u gestraft werd om iets wat u niet had gedaan? Of dat iemand zo ongelooflijk boos op u was en u angst had dat hij u iets zou aandoen? Of dat u hoorde dat iemand van wie u hield, iemand die als vanzelfsprekend bij u hoorde, overleden was. Dood. En u, kind nog, wilde weten wat dat was, dood. Zulke ervaringen die emotioneel diep ingrijpen, weten de meeste mensen nog wel. Ze zijn als het ware geëtst in ons geheugen. Maar andere herinneringen? Hoe lang gaan de meeste van uw herinneringen mee? Gelukkig vergeten wij ook veel…

Ik ben soms verbaasd over wat anderen zich nog weten te herinneren. Klasgenoten van vroeger. Sporttoernooien. Eindexamenfeesten. Uitspraken van leraren. Ik heb een redelijk geheugen, maar mensen zijn daarin blijkbaar heel verschillend van elkaar. Ik herinner mij vooral sferen, geuren, tinten. Als ik ergens kom waar ik ooit eerder ben geweest en er hangt nog dezelfde sfeer, komt alles wat ik dacht niet meer te weten, zomaar weer terug. Dat gebeurt mij ook in mijn werk. Ik bezoek iemand die ik een tijd niet heb gezien en gesproken – een jaar of wat – en door de klank van de stem, de gelaatsuitdrukking, de sfeer van het huis, de lichtinval komt alles weer terug. En soms overvalt het mij. De schrik. Dan zegt iemand wat, thuis of bij een vriend en vraagt: weet je dat niet meer? En ik weet het echt niet meer. En ik fantaseer in een seconde hoe ze later zullen zeggen dat dit het moment was dat de achteruitgang van mijn geheugen begon. Ergens moet het toch beginnen. En toen dat pas weer eens gebeurde – ja, ik word toch langzaam wat ouder -, hoorde ik mijzelf pleiten voor het recht op vergetelheid.

Ja, had ook ergens wat gelezen. Het recht op vergetelheid. Dat is een betrekkelijk nieuwe term die slaat op alle gegevens die van en over ons tot in der eeuwigheid zijn opgeslagen op databestanden en die die je tot in lengte van jaren kunnen achtervolgen. Kleine vergrijpen, domme dingen. Altijd op internet, als je je naam intikt, kunnen anderen lezen dat je veertig jaar geleden een scheve schaats hebt gereden. Dat zou gewist moeten worden, zeggen de juristen. Ze hebben een goed punt. En ik weet ook wel dat dat recht op vergetelheid iets heel anders is dan mijn quasi getob met mijn geheugen. Maar toen ik de afgelopen week de tranen over mijn wangen voelde stromen bij de laatste scenes van Anne Frank, dat drie uur durende toneelstuk dat nu speelt in Amsterdam, was ik dat joodse meisje ineens zo dankbaar dat ze haar dagboek had bijgehouden. Al die herinneringen van Anne. Om nooit te vergeten. Dan wijkt het recht op vergetelheid voor de plicht om te weten.

Tekst: Gelukkig wie gelooft in een oordeel dat ons niet hetzelfde aandoet als wat wij deden, niet op vergelding uit is en alle schuld vergeet. Bestaat zo’n oordeel? Mijn God, wat een vooruitzicht. (naar psalm 103)

 

 

 

 

 

Terug naar overzicht…