Laatste zaken

Door Aart Mak

De laatste dagen van het jaar. Tijd om de balans op te maken. Of had ik dat al eerder gedaan? Ja, er zijn dit jaar al eerder van die momenten geweest dat ik tijd nam, zomaar op een dag, in een zogenaamd loos uur. Natuurlijk ook op een vakantiedag. Of tijdens het ploeteren en zweten in de sportschool. Maar ook op avonden dat ik onrustig ging slapen, niet wetend wat zich in mij ontwikkelde of voltrok. Ik nam de tijd maar het wilde mij niet dagen wat er in mij gaande was. Ik leef nu eenmaal voor een deel van wat mijn ogen niet zien en mijn oren niet horen. Intuïties,  voorgevoelens, angsten, ook angsten van anderen waarmee ik mij soms laat besmetten. Maar ook dingen die ik lees en die mij doen verzeilen in vaag bekende landschappen van mijn ziel. Was ik daar niet al eerder? Natuurlijk, er waren ook voor mij dit jaar die momenten die een mens deelt met anderen. Dat zijn de dingen waarvan de meeste mensen denken dat daar het leven om draait. Ze willen gebeurtenissen horen als ze vragen hoe het met je gaat. En zo was er bij mij de geboorte van een kleinkind. Maar ook de dood van een nicht. En natuurlijk ook het besluit om niet te wachten met de aanpassing van de stichting Kerk Zonder Grenzen aan de alsmaar veranderende tijdgeest.

Maar er zijn ook zaken die ik voor mezelf houd. Mensen die nog steeds in leven zijn en een grote indruk op mij maakten met hun verhaal. Of met iets wat ik zag en mijn innerlijke wereld binnendrong. En de gesprekken of terloopse opmerkingen die ik deelde met degene die ik lief heb en met wie ik ga slapen en met wie ik opsta. En mijn zondagen. Ik ben er veel mee bezig geweest, met dat verschijnsel. Elke zondag maar weer werken en opgewekt bidden om de Geest die andermans en mijn woorden zou doen indalen. Vaak twee keer voorgaan, twee keer opladen, dreutelen, afwezig zijn, onzeker of het weer zou lukken. Na de doordeweekse drukte waarin ik niet aan alles toekwam wat ik mij voornam, knoopte ik er nog vaak een bezoekje aan een ziekenhuis aan vast. En toen op een zeker moment voelde ik dat ik klaar was met dat circus van zestig of meer uur per week bezig zijn met werk. Natuurlijk, ik zeg dit hardop in de publieke ruimte die een radio of een website is, maar ik meen het ook: al die mensen en alle contacten met hen maakten mij in zekere zin gelukkig en hielden mij overeind. In al die contacten met mijn medemensen geef ik en meer nog, ontvang ik. Daar leer ik, elke keer opnieuw. Maar tegelijk voelde ik ook, in die drukke weken en op al die drukke zondagen, dat ik met drankjes en versnaperingen heen en weer draafde op het al hellende dek van de Titanic.

Iets anders even in deze kleine terugblik. Vanaf 1 maart dit jaar, dat was Aswoensdag, ben ik gestopt met vlees eten. Eindelijk. Mijn verstand was me al jaren eerder vooruit gehold maar nu wilde ik het ook echt. Maar in de herfst was ik op een receptie waar ineens van die kleine frikadellen voorbij kwamen. Nota bene, een van de meest omstreden vleesproducten. Ik moest en zou proeven hoe ze smaakten. Jawel, drie zelfs heb ik met smaak verorberd. En ik heb, terugkijkend, beloften gedaan die ik niet nakwam. Zelfoverschatting. En ik heb soms ook last gehad van Messiaswaan. Dat is, voor wie dat niet weet, het idee dat je onmisbaar bent en dat een ander niet verder kan zonder jou. En ik heb in stilte woedend geschamperd over anderen, terwijl ik maar één ding had moeten doen: mezelf in de spiegel aankijken. En dan had ik ook een keer of wat een echt nieuwe ervaring in dit bijna voorbije jaar: ik voelde me in de marge staan, als een muurbloempje dat niet ten dans wordt gevraagd. Ik werd over het hoofd gezien. Ai, wat een aanslag op mijn ijdelheid. Was het vanwege de leeftijd? Nog drie maanden en ik ben 65. Ik weet dat alle ouder wordende mensen die ervaring opdoen, ik hoor het vaak van mensen ouder dan ik. Ze zeggen dan: ineens hoor je er niet meer bij.

Het is ook natuurlijk dat ik al langer dan vandaag consequent met u wordt aangesproken. Dat is prima en oké eigenlijk wel. Maar je kinderen houden feesten en partijen in de randen van de nacht en de ouders worden overdag op de thee gevraagd. Dat voelt toch raar. Ik heb me nooit inwoner van een reservaat gevoeld. Of iemand met een ingewikkelde gebruiksaanwijzing. Maar ik merk ook dat ik soms echt niet weet over wie het gaat, een musicus, een band, terwijl het lijkt of iedereen, ook Astrid, acht jaar jonger en twee avonden per week in de weer met jonge danseressen, dat natuurlijk allang weet. In mijn werk, de theologie, de organisatie kerk, kan dat muurbloempje ook zomaar opduiken. Ik kan gretig indrinken wat anderen te zeggen hebben, in toespraken, boeken of artikelen. Ik kan zelfs vol bewondering zijn om de moed waarmee ik jongere collega’s zich zie begeven naar oude stadswijken, seculiere Vinex-locaties of zich zie storten in het debat met eendimensionaal, zeg maar platvloers denkende medemensen. Maar ik verbaas me ook. De kerk lijkt zich te hergroeperen. Begrijpelijk misschien in tijden van teruggang. Maar veel kerken zijn weer zo braaf, zo wij tegenover de wereld, zo simpel en eenduidig over het geloof. Het wordt weer zo vroom, streng soms, orthodox, zeker ook onder allerlei jongeren. Ik volg dat niet. Het gaat toch niet om ons maar om de mensheid, niet om de kerk maar om de wereld? Hier wil ik het in 2018 vaker over hebben. Maar nu geldt dat hier speelt wat altijd, in alle generaties aan de orde is. Er is niets nieuws onder de zon, maar iedereen doet alsof dat wél zo is. Maar nu is het tijd om het jaar in deze binnenkamer af te sluiten. Ik dank u voor alle aandacht en meedenken. Volgend jaar pakken we de draad weer op. Een binnenkamer is en blijft namelijk een onuitputtelijke schatkamer vol gedachten en gevoelens, zoekpogingen en inzichten. En elke balans is voorlopig…

 

Terug naar overzicht…