Verbazing

Door Ds. Aart Mak

Thuiskomen na een week of wat weg te zijn geweest, is om allerlei redenen een begin van opnieuw kijken naar wat je dacht dat je kende. Met zo'n rolkoffer achter ons aan trekkend, liepen we vanaf het station de stad Haarlem in. Het was aan het eind van een vrijdagmiddag. De gracht lag er stil bij, de bomen hadden zware groene kruinen, de zon speelde over de daken en straten, de wind woei aangenaam. Ik ontroerde zo dat ik stil moest houden. Ik was weer thuis en ik was gelukkig, hoe heerlijk en ontspannen onze vakantie ook was geweest. Het huis hield een vergelijkbaar wonder verborgen. Even, het duurde een handvol seconden, zag ik, na het openen van de voordeur, ons huis zoals een bezoeker die voor het eerst komt het ziet. En ik besefte nu zonder omhaal dat ik daar op mijn plaats ben, uit de voeten kan en blij met deze plek waar je in alle seizoenen waakt en slaapt, werkt, piano speelt en lief en leed deelt met anderen.

Maar de verbazing ging nog verder. Ik ben nu weer meer dan twee weken thuis en nog steeds doe ik nauwelijks wat ik al die maanden voor mijn vakantie gewoon was te doen. Het is omdat ik het nog niet kan velen. Ik bedoel het heen en weer gepraat. De gewichtige commentaren. De toon waarmee allerlei nieuws wordt opgedist. Ik word er onrustig van. Er gebeurt zoveel. Moet ik het allemaal weten? En in welk verband moet ik het zien? Na de rust en het trage leven van de vakantieweken, de stille  persoonlijke mijmeringen en de heerlijke gesprekken waarin de ziel menigmaal trilde, sta ik te treuzelen of ik alle drukte en gedoe wel wil. Wil ik er wel bij horen? De wereld lijkt een rivier waar ik niet omheen kan. Ik moet erin, zwemmen. Maar dan ook de kans lopen meegesleurd te worden en kopje onder te gaan. Oh, ik wil baas zijn over mijn eigen leven!

Nu valt dat laatste, de macht over mijn eigen leven, in de praktijk later dan wel weer mee, zeg ik uit ervaring, maar ik verbaas me nu. Over alles dat zich aandient en hoe moeilijk ik het nu vind om daar weer bij te horen. Want een straat, een stad, de bekende mensen weer zien – daar is niets mis mee. Integendeel. Heerlijk weer thuis te zijn. Maar tegenwoordig ben ik als ieder ander ook weer wereldburger, consument van het nieuws, surfer op internet, politiek dier, luisteraar, iemand met een mening, deelnemend aan confrontaties, discussies en allerlei vreemde kronkels der mensheid. In Brussel vergeet een man zijn baby 's morgens naar de crèche te brengen voor hij aan het werk gaat. Het kleintje ligt achter in de auto in een reiswieg. 's Middags om 4 uur, als hij terugloopt naar zijn geparkeerde auto, stokt zijn adem. Het kind! Vergeten! Hij treft het levenloos in de auto aan. Het kleintje had de hitte niet overleefd. Ik hoor het dan toch op het nieuws. En ik weet het nu. Wilde ik dit weten? Eigenlijk niet. Moet alles wat gebeurt door iedereen worden geweten? Nee, maar hoe onttrek ik mij daaraan? Want wie de mens kent, weet dat alles gebeurt wat mogelijk is. De werkelijkheid is vaak erger dan de fantasie. De menselijke wreedheid kent geen grenzen. Ik verbaas mij. Of wist ik het wel? De niet aflatende haat jegens andersdenkenden van Anders Breivik bijvoorbeeld. De waan van die jongen van Holmes die in die Amerikaanse bioscoop om zich heen ging schieten. De angst van de twee presidentskandidaten van de Verenigde Staten, zowel van Obama als van Romney, om werkelijk tegenwicht te bieden tegen de machtige wapenlobby. Want geen van beiden wil de verkiezingen van november verliezen. De alsmaar oplopende spanning in Syrië, het beleg rond Aleppo. De onmacht en zelfs onwil van de wereld om in te grijpen. De geheime wapenleveranties, en niet alleen van Rusland.

In Griekenland, ook zo'n weerkerend dagelijks nieuwsitem, merkte ik in ieder geval dat de soep niet zo heet gegeten wordt als hij wordt opgediend. Mensen gaan daar soms de helft in salaris achteruit. Dan dus nog maar een baantje erbij. Een familielid heeft nog wel ergens een lapje grond. Zelf groente verbouwen. Een kind moet dan maar niet gaan studeren. Misschien dat een oom in de USA iets kan doen. In die maatschappij, waar de rijken allang hun geld elders hebben ondergebracht, moeten de gewone mensen de problemen oplossen. Maar ze doen het, naar wat ik merkte, met een opgeheven hoofd, in hun wiek geschoten over het kleinere aantal toeristen en het Noord-Europese idee dat zij er de kantjes van af lopen en de geldautomaten geen geld zouden geven. Ik voorvoelde het al in het voorjaar. Wat hier geldt als betrouwbaar nieuws, is gefilterd en wordt gelezen met de bril van ons eigenbelang. En dan zijn er ook nog de golven van oordelen over die luie Zuid-Europeanen en met name door de PVV en de VVD aangewakkerde nationalistische sentimenten. De werkelijkheid is altijd anders, verrassender, dichterbij en bekender. Zo verschillend zijn mensen niet, noch in hun kortzichtigheid als in hun veerkracht en zorg voor mensen die bij hen horen.

Intussen ben ik dan toch maar weer deel gaan nemen aan het leven hier in Nederland, anno 2012. Opnieuw ben ik op zoek gegaan naar tekenen van leven en signalen van hoop. Buiten, ergens onder mijn raam huilt een pasgeboren baby bij de buren. Dat kindje wordt wel gehoord en gezien. Het leven is mij niet onverschillig en niet de moeite van de inzet niet waard. Daarover gaat doorgaans elk Een Goed Begin. Het heeft wat mij betreft met het gevecht om menswaardigheid te maken. Mezelf en u op de huid zitten. Zeggen wat ik zie. Luisteren naar u. En dan ook: wie gelooft, uiteraard met vallen en opstaan, mag toch verwachten dat er iets beweegt? Wij komen toch ergens vandaan en gaan toch ergens naar toe? Dit leven is toch om een bepaalde reden? Wij zijn hier toch niet toevallig en zomaar? Mensen zijn toch wezens die in staat zijn tot inzicht, omkering, bewogenheid? Egoïsme bestaat, is zelfs aanwezig in ieder van ons, maar het samentrekken op jezelf en je eigen belang is niet het enige. Er is daarnaast zoveel bewogenheid, schoonheid, oprechtheid en opofferingsgezindheid. Je zou bovendien met je geloof in de profeten, apostelen en de Messias er vanuit mogen gaan dat er aan ons ook getrokken en geschud wordt. Ja toch? Het is vaker gebeurd. De mens is ook een project. En al gaat de weg van mensen soms door ravijnen, onze ogen zijn toch op hun best als ze de wijde vlakten kunnen aanschouwen? Ik bedoel maar. Er is nooit reden om de moed te laten zakken. Er is juist veel dat zich aan het nieuws onttrekt omdat het geen nieuws is. Genegenheid en toewijding worden niet besproken maar zijn bepaald niet dun gezaaid. En ik zou, aan het begin van dit seizoen, althans voor mij, wensen dat geloof in God ook altijd geloof in de mens is. En geloof in de wijsheid van de traditie ook altijd geloof in de toekomst is. Ik hoop mij nog vaak te verbazen over hoe eenvoudig de oplossing kan zijn van waar wij doorgaans lang over piekeren. Wie weet. Ook dat is thuiskomen. En gelukkig zijn.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek van Purcell en gezang 408 uit het Liedboek van de Kerken. Gelezen werd uit Romeinen 8: 25-26a. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.

 

 

Terug naar overzicht…