Haat

Door Aart Mak

Ik ben verbaasd over mijzelf. Sinds woensdag afgelopen week kijk ik elk uur, wat zeg ik elk half uur, naar het verloop van het nieuws over de FIFA. Ik lijk wel verslaafd, een nieuwsjunkie. Woensdagmorgen stapten Zwitserse politieagenten een peperduur hotel in Zürich binnen en lichtten daar een aantal officials van de Wereldvoetbalbond van hun gerieflijke bed, op verdenking van corruptie, witwassen van geld en zelfverrijking. De FBI in Amerika bleek de laatste jaren niet stil te hebben gezeten en ook de Zwitserse politie had lont geroken en wil uitzoeken wat er achter de schermen is gebeurd toen Rusland zowel als Qatar de wereldkampioenschappen voetbal kregen toegewezen. Enfin, dat heeft u inmiddels wel gelezen en gehoord, of u het nu wilt of niet. En vandaag, zondag, weet u alweer veel meer dan ik wist op vrijdag toen ik achter de microfoon in de studio plaatsnam om dit in te spreken.

Maar wat bezielt mij om hier zo gretig zo veel mogelijk van te willen weten en niets te willen missen? Ik bespeur allereerst enig leedvermaak in mij. Mensen die al jaren zo met miljoenen dollars smijten en elkaar de banen en de luxe toeschuiven, worden nu eindelijk een halt toegeroepen. Gerechtigheid. De voorzitter van de FIFA, Sepp Blatter, sinds 1998 een uiterst slimme, zelfs als glad bekend staande leider van een organisatie die deze organisatie het liefst een familie noemt en zo met al zijn gemarchandeer het meest doet denken aan een Godfather, een Italiaanse maffiabaas, is de ergste van het hele stel. Hij lijkt zich overal uit te redden. De verhalen over het kopen van stemmen waardoor hij steeds weer opnieuw wordt gekozen voor een periode van vier jaar, doen al jaren de ronde, zonder dat daar bewijs voor wordt gevonden. En het ergste is dat hij met dubbele Bison-lijm aan zijn voorzittersstoel lijkt te zijn vastgeplakt en geschroefd. Wie krijgt hem daar weg? Maar waarom erger ik mij zo aan deze 79-jarige man en zijn paladijnen? Omdat hij als een dictator die zijn eigen wetten schrijft zijn godzalige gang gaat? Misschien. Ik houd van democratie en vooral van het onafhankelijke recht waar iedereen aan onderworpen is. Maar in de wereldsamenleving en in heel wat landen is dat dus niet zo. En naar het lijkt ook niet in een organisatie die de meeste belangrijke bijzaak in het leven – voetbal – op wereldniveau organiseert. Dat vind ik echt te gek voor woorden. Dat ook daar wordt meegedaan aan een wereld waarin de rijken hun gang gaan en de armen creperen. Want in het gloeiend hete Qatar worden in het woestijnzand stadions gebouwd door uit Azië geronselde arbeiders die daar een hongerloon voor krijgen en een behandeling die aan slavernij grenst en sommigen al de dood heeft ingejaagd. En ook hier worden weer beloften gedaan dat dit onderzocht en aangepakt zal worden en hoort de wereldbevolking er vervolgens niets meer van.

Misschien, bedenk ik, komt mijn aan woede grenzende ergernis wel door de moord op de onschuld. Alle jongetjes en tegenwoordig in toenemende mate ook meisjes ter wereld voetballen met elkaar, in sloppenwijken, op pleintjes van voorsteden, overal waar je met vier jassen al twee doelen kunt maken. Mag er nog iets in deze wereld zijn dat spontaan, echt en onschuldig is? Onnozele gedachte van mij natuurlijk, ik weet het. Want als er ergens veel geld in omgaat, is dat het professionele voetbal. Arjan Robben verdient in één week meer dan ik in twee jaar verdien. Niks onschuld. Jongens van acht jaar die aardig tegen een bal kunnen trappen worden contractueel al door een rijke club vastgelegd. En de Wereldvoetbalbond heeft dus al jaren in de gaten dat hier een hele hoop geld te verdienen is, vooral bij regeringen van arme landen die dolgraag zichtbaar willen zijn op het wereldpodium dat voetbal nu eenmaal is. Goed dat daar nu een halt aan wordt toegeroepen, hoe tijdelijk misschien ook. Ik verlang dus naar iets dat al haast niet meer bestaat. Ook sport is allang big business geworden.

Nog een ding. Het is zo lelijk om aan te zien ook. Mensen die staan te liegen achter een microfoon. Mensen die met een grote glimlach hun egoïsme staan weg te plamuren. Mensen die zeggen bezorgd te zijn over armoede en inboeken in een hotel waar de goedkoopste overnachting ruim 1300 euro bedraagt. Dat doet gewoon zeer als je hoopt dat er in deze wereld ook nog schoonheid, eerlijkheid en bezorgdheid om medemensen bestaan. Mensen die zo alleen maar op hun eigen gewin uit zijn en zich alleen bekommeren om dat te verbergen, worden in de psalmen ongelovigen genoemd. Maar nu ik zelf weer. Betrap ik mij toch ook op haat? Haat waarvan ik weet, dankzij de Boeddha en zeker ook dankzij Jezus, dat dat gevoel niets oplost, integendeel de ellende in stand houdt.

Er blijft dus werk te doen, daar in Zürich en ik in mijn binnenkamer. ‘Wie zegt in het licht te zijn maar een van zijn medemensen haat, bevindt zich in het duister,’ staat in de eerste brief van de oude Johannes. Oef…

Terug naar overzicht…