Einde

Door Ds. Aart Mak

Elk einde is tegelijk een nieuw begin. De kranten lopen dezer dagen over van terugblikken en jaaroverzichten. Tegelijk spel ik de waaier aan actuele berichten en hoop daarin tekenen van een nieuw begin te ontdekken. In Los Angeles hebben mensen in de rij gestaan om hun wapens in te leveren voor een boodschappenbon van 150 euro. Al waren het maar 136 wapens, het is een wolkje als eens mans hand, hoopvol dus. In New York probeert een directeur van een school de kantine ander eten te laten serveren. Obesitas, overgewicht, is in de VS een groot probleem, onder volwassenen maar ook onder jongeren. Je spreekt dan al gauw over een derde deel bij wie het ernstig is en bedreigend voor de gezondheid. Maar die mevrouw Caterina Stanczuk doet er wat aan en laat jonge mensen broccoli en andere gezonde groenten eten.

In een ander groot land, India, blijkt die ene vreselijke verkrachting van een vrouw in een rijdende bus het topje van een ijsberg. Vrouwen zijn daar niet alleen tweederangs maar ook zonder blikken of blozen te betasten. Schokkende verhalen over politiemannen die even de andere kant opkijken of het slachtoffer aanraden met een van de verkrachters te trouwen, komen nu los. Tegelijk is dit zoals het vaker gaat. Een eeuwenoude, als vanzelfsprekende cultuur waarin aan zonen alle rechten worden verleend die meisjes ontberen, loopt nu tegen haar grenzen. Het aanzwellende protest veroorzaakt dat er geen weg terug meer is voor de politici. Ze zullen iets moeten doen en hopelijk zijn dat niet alleen hogere straffen, maar is dat ook investeren in opvoeding en onderwijs. U hoort het al, ik gebruik het woordje hopelijk. Je weet het namelijk nooit. Het pas gevierde kerstfeest moge een feest zijn waar mensen zich weer even herinneren dat er zoiets als hoop bestaat of hoe wezenlijk een begrip als vertrouwen is, zoals koningin Beatrix pas zo voortreffelijk verwoordde.

Of het wat wordt met die hoop en dat vertrouwen, weet je nooit. Zo zal het nog wel even duren voor we in dit land dat dwaze vuurwerk niet meer door iedereen die er geld voor over heeft laten afsteken, maar er alleen nog maar naar kijken, gewoon met z’n allen op een markt, aan de rand van het dorp waar je woont of desnoods op de televisie. Op lange termijn zal dat meldpunt voor vuurwerkoverlast wel zijn uitwerking hebben. Maar je weet het nooit. En het echte vuurwerk, waar intussen al tienduizenden mensen bij zijn omgekomen, in Syrië, met een president die ongetwijfeld steeds meer in zijn eigen, door wanen gecreëerde wereld leeft, zal ook een keer stoppen. Je weet het nooit, maar er zijn nu eenmaal van die processen die lijken op het koken van water of het smelten van sneeuw. Het duurt even, maar het komt.

Intussen is dit dan een wereld waarin we elkaar over een dag of twee veel heil, zegen en gewoonweg geluk toewensen. Het is een mooie gewoonte. De meeste mensen menen het ook, evengoed als zij een week geleden nog gemeend zongen over vrede op aarde. Het is van grote waarde. Je kunt en moet niet altijd alleen maar bezig zijn met werken, met veel doen, redderen en regelen, leven en overleven. Mensen moeten soms samen zijn, weten van elkaars bestaan, de kans krijgen het leven ook te vieren en elkaar een hart onder de riem te steken. Dus wensen we elkaar het beste toe en hopen werkelijk dat wat ons te wachten staat eerder meevalt dan tegenvalt. Want we weten allemaal dat er van alles kan gebeuren. In de eerste dagen van het nieuwe jaar leid ik een aantal uitvaarten van mensen die nog in het oude jaar de laatste adem uitbliezen. Verdriet en gemis dus. Ik ken talloze mensen die als mantelzorger met veel liefde doen wat gedaan moet worden, maar die, ook emotioneel, slijten aan het leven. Er staat ons allemaal nog heel wat te wachten, zeker als je beseft dat een tijdperk van vanzelfsprekende welvaart ten einde gaat. Het is niet toevallig dat zowel koningin Beatrix als koningin Albert van België, de een wat meer verhuld dan de ander, waarschuwden voor het groeiende wantrouwen dat zich nestelt in de maatschappij. Bij dat wantrouwen kun je denken aan sommige jongeren van Marokkaanse komaf die erop losslaan bij de minste of geringste aantasting van hun trots, maar ook aan hun luidruchtige bestrijders, de populisten in beide landen, die de zogenaamde stem van het volk gebruiken om hun eigen rancuneuze gedachten steeds maar weer te verspreiden.

Wat naar het zich laat aanzien ook steeds meer ten einde gaat, is de tijd dat het christendom een geaccepteerd bestanddeel van de samenleving vormde. Niet alleen door de ontkerkelijking en vervreemding, maar zeker ook door de manier van doen van de top van de rooms-katholieke kerk, leidt alleen al het woord religie tot stress, verontwaardiging en afkeer bij een mensen. Op dit vlak gaat veel ten einde. En tegelijk mag je juist hier de tekenen in zien van een nieuw begin. Moderne mensen zijn wars van alles waar ze niets mee kunnen. Veel godsdienst blijkt ook bij nader inzien opgeklopte rimram te zijn van oude mensen en dingen die voorbijgaan maar nog kunstmatig in leven worden gehouden. Mensen zijn geëmancipeerd. Ze willen niet gehoorzaam zijn omdat iemand dat zegt. Ze gruwen van allerlei vernedering, seksisme en wereldvreemd gedrag die in veel godsdienst zitten ingebakken. Maar intussen zoeken die mensen wel naar wat hen raakt, ontroert en bodem in dit bestaan geeft. Soms vind je die grote gevoelens in de kunst. Soms is er een cabaretier die te tot tranen toe roert omdat hij, in al zijn boosheid om wat er aan dwaasheid in deze maatschappij bestaat, precies de snaar raakt van het verlangen dat verscholen in ons allen aanwezig is. En soms kan het die oude kerk zijn, dat mooie grote  gebouw dat we dan toch maar bewaard hebben en dat nu zomaar de plek wordt waar mensen zich herkennen in wat gezegd wordt, waar het beste in ons naar boven wordt gehaald, waar we op adem komen na alle onrust en blessures die we opliepen in het leven en waar we elk einde vieren als een nieuw begin.

Dat juist, het leren door de gebeurtenissen heen te kijken, is waar het in een zinnige en roerende religieuze samenkomst om zou moeten gaan. En, dat moge ook tenslotte aan het eind van dit jaar gezegd zijn, het gaat om het besef dat niet alleen het ondergaan van dit leven maar ook het ondergaan in dit leven, met alles wat je te geven hebt aan goedheid, schoonheid en waarachtigheid, altijd leidt tot nieuw leven, zelfs tot opstanding uit de doden. Het is de kleinste gelijkenis met de grootste betekenis die Jezus ooit verteld heeft. Het eeuwige schuilt in het tijdelijke en daarvan deel te mogen uitmaken maakt op een wonderlijke manier gelukkig.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek uit Paradise Road en ‘Tijd van vloek en tijd van zegen’. Gelezen werd uit Johannes 12:24. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

Terug naar overzicht…