God almachtig, wat hoor ik nou toch?

Door Aart Mak

De afgelopen week legden iets meer nieuwe ministers en staatssecretarissen de eed af dan degenen die het hielden bij de belofte. En elke keer als de plechtige woorden hadden geklonken, om het even welke, knikte koning Willem Alexander de spreker vriendelijk toe. De belofte klinkt zo: ‘Dat verklaar en beloof ik.’ En de eed die gepaard gaat met twee opgestoken vingers van de rechterhand, luidt als volgt: ‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig.’ Het blijft fascinerend om deze laatste woorden anno 2017 zo vaak te horen zeggen. Terwijl allerlei doorgestudeerde dominees het uit hun hoofd laten om het woord almachtig nog als bijvoeglijk naamwoord aan het woord God te plakken, wordt in Nederland en overal trouwens in de wereld ten overstaan van koning en rechter gedaan alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Bij God hoort almacht, what else? Terwijl talloze mensen, ook diegenen die zich gelovig noemen, zich nauwelijks nog iets kunnen voorstellen bij God, doen we wel alsof dit tenminste duidelijk is: God is almachtig. Deze omschrijving – denk aan de eerste geloofsbelijdenissen van het jonge christendom - ontstond in een tijd dat ze nog op voorspraak van de Griekse astroloog Ptolemaeus dachten dat de aarde het centrum van het heelal was en dat God dit om de aarde draaiende universum gemaakt had, zelfs helemaal uit het niets tevoorschijn had geroepen. Nu weten we al langer dan vandaag alles of eigenlijk nog bijna niets over het zich uitdijende heelal, met in een hoekje van de Melkweg ons kleine zonnestelsel met daar dan een betrekkelijk kleine planeet die Aarde heet. Deze week hebben de astronomen trouwens een raadselachtig rotsblok met een middellijn van zo’n 150 meter ontdekt, dat ergens in ons zonnestelsel rond suist en afkomstig is uit een ander sterrenstelsel. De twee vrouwen die maanden lang hebben rondgedobberd op de Grote Oceaan, en zijn gevonden door een Taiwanese vissersboot en opgepikt door de Amerikaanse marine, moeten zich gevoeld hebben als dat rotsblok, een oceaan zo groot als een zich uitdijend heelal.

Hoezo God almachtig? Veel vooraanstaande theologen doen al ruimschoots meer dan een eeuw hun stinkende best om een ander beeld van God te creëren, opdat mensen maar niet met het badwater van de almacht het kind God weggooien. Dat gaat dan ongeveer zo: het vuur is verdwenen, maar laten we elkaar wel het verhaal over het vuur blijven vertellen. Dan voelen we nog steeds iets van de oorspronkelijke warmte, als het ware. Of, als het om de almachtige God gaat: hij is dan niet meer boven in het uitspansel boven de aarde, maar misschien wel beneden op aarde, in de sloppenwijken en onder de bruggen waar de daklozen slapen. God is niet meer in het eindeloze licht, maar wel in het duister te vinden. Zoiets. Redden wat er te redden valt! Intussen ontpopt de mens zich als een alleskunner die ook nog eens de almacht heeft deze aarde met atoombommen, waterstofbommen en wie weet met een tot een verstikkend niveau opgejaagd klimaat te vernietigen. En daarmee lijkt de ooit almachtige God gedegradeerd tot een torretje achter een plint van ons levenshuis, volslagen onbelangrijk. Hoezo God almachtig?

Of zou de uitdrukking ‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig’ iets heel anders betekenen? Is het een restant van een oud besef dat de mens niet alles kan en dat ook niet moet willen? Het leven blijft iets grilligs. Je kunt nooit alles en iedereen onder controle krijgen. Dingen mislukken ook vaak. Dat hoort bij het leven. Wijs mij iemand aan die altijd zuiver van hart is. Politiek is een strijd om belangen. Niemand die weet hoe de toekomst eruit zal zien. De samenleving is op haar best een broos evenwicht tussen allerlei conflicten. Democratie is georganiseerd wantrouwen. En mensen blijven mensen. Ze trappen er regelmatig in en lopen tegen de lamp door hun verlangen naar macht, naar geld en naar status. Dan ontspoort er weer iemand en staat het twitterende deel der mensheid gelijk weer op z’n achterste benen. Meer mannen dan je zou denken kunnen hun handen niet van vrouwen afhouden. En in het algemeen geldt: je kunt wel van alles willen en denken dat het jou niet zal overkomen, maar dan ken je jezelf of het leven nog niet. Dus je kunt verklaren en beloven wat je wilt, maar laat er alsjeblieft ook nog een instantie zijn die groter is dan jouw copernicaanse wereld, slimmer dan jij kunt bedenken en barmhartiger dan mensen voor elkaar kunnen opbrengen.

Maar nu maak ik het te mooi. Dat moet God wel zijn. God in mooie woorden verpakt: groter, slimmer, barmhartiger. Maar als je het papier van de taal eraf haalt, blijft er niets over. Het is zonder inhoud. Het doosje is leeg, zoals Freek de Jonge ooit in dat verhaal vertelde. Maar dat lijkt mij dus waar het om gaat bij ‘God almachtig’. Hij is niets en daarin is hij juist alles. Mensen vullen de leegte met hun eigen afgietsels, hun projecten die niet meer zijn dan een ademtocht in de eeuwigheid. Wij kletsen de tijd wel vol, maar gaat het ook ergens over? Al die opvulwerkzaamheden doen we volgens mij omdat wij de leegte vrezen, het totale niets, het tot een nooit eindigende depressie leidende idee dat wij hier zomaar zijn en dat niets er toe doet. En daarom hebben we het nog steeds, tot diep in de 21e eeuw over ‘God almachtig’. Het is eigenlijk onvoorstelbaar. Het is te mooi om waar te zijn. Maar als het waar is – vooruit, laten we het kattenluikje in de keukendeur van ons levenshuis nog maar niet dichtschroeven -, wordt het zomaar toch heel mooi en hoor je zo’n minister of staatssecretaris zeggen dat hij (zij) hoopt dat hij (zij) er niet alleen voor staat…

 

Terug naar overzicht…