Dichtbij

Door Ds. Aart Mak

Steeds meer zielenherders zijn in de vergrijzende kerken in feite senioren-pastores. Het begint zelfs een specialisatie te worden, zoals de geriater dat is in de medische wereld. En zoals dat altijd gaat, ook deze specialisatie blijkt te helpen om scherper te zien. Eén pastor van ouderen, Ton Vernooy, zegt: "Kennelijk is het grootste compliment dat je in onze tijd iemand kunt geven dat hij of zij zich zo goed zelf kan redden. Op dat individualistische denken lopen ouderen dikwijls stuk. Het leidt ertoe dat ze krampachtig proberen niemand tot last te zijn, zeker de kinderen niet. Met alle negatieve gevolgen van dien: verborgen armoede, vereenzaming, verwaarlozing, geestelijke terugval. Dat idee van zelfredzaamheid kom je ook in de ouderenzorg steeds meer tegen." En tegenwoordig is het zoals u weet ook regeringsbeleid geworden. Een collega van Vernooy, Adri Verweij, vult aan: "Het idee dat mensen zichzelf moeten zien te redden is de grootste ketterij die er momenteel wordt verkondigd. We zijn niet op aarde om ons zelf te redden, maar om elkaar te redden en zo iets te ervaren van Gods nabijheid."

Degenen die mij bellen, schrijven of mailen behoren voor 2/3 tot deze leeftijdscategorie. Velen lopen op tegen het altijd weer en telkens opnieuw alleen zijn, het er alleen voor staan, het op zichzelf teruggeworpen zijn. Ze snakken soms naar een ander die hen ergens van redt. Kunnen wij elkaar dan redden en brengt dat God naderbij? Verweij zegt het hierboven. Ik denk: wij mensen kunnen elkaar minstens redden van het waanidee anders dan anderen, gekker dan gek en dommer dan dom te zijn. Wij zijn allen, stuk voor stuk, wel unieke wezens, maar lijken in gevoelens, gedachten en belevingen veel op elkaar. Het helpt van een ander te horen dat hij of zij dat ook wel eens heeft. Dat kan je redden uit de put van eenzaamheid. Ieder ligt wel eens wakker van zorgen om geld. Niemand kent geen angst voor de dood en de schaduw van het lijden die deze doorgaans voor zich uitwerpt. Het is heerlijk om dapper, vrolijk en humoristisch te zijn, maar aan niemand gaat de twijfel, de zwaarmoedigheid en het wantrouwen voorbij. Wij hebben allen de neiging ons beste beentje voor te zetten, maar het troost als je merkt dat een ander, net als jij, ook last heeft van dat tweede, wat slepende been.

Mensen die ons nabij willen zijn, ervaren wij als geschenken uit de hemel. Het verlicht ons bestaan hier op aarde en het helpt ons onszelf te leren zien als een door God nog op te delven edelsteen. En getroost worden is altijd ook op jouw beurt weer aan ander kunnen troosten. In het grote spel van de liefde – want daarin vormt de troost een kwartet - zijn wij allen tegelijk gever en ontvanger. Wie ooit geholpen werd met een enkel woord, een onverwacht bezoek, een prachtige bos bloemen, een briefje met een handgeschreven bemoediging, weet voortaan hoe hij een ander met een klein maar subtiel en liefdevol gebaar kan helpen. Het is ook in dit geval allemaal niet te hoog en te diep. Niemand hoeft ervoor naar de overzijde (Dt.30:13). Woorden en gebaren van nabijheid zijn in ieders eigen mond en vooral hart gelegd.

Er zit namelijk een andere kant aan dit verhaal. In ons eigen levenslange gevecht om maar zo goed mogelijk voor de dag te komen en zo lang mogelijk niemand tot last te zijn of nodig te hebben, kunnen wij anderen degraderen tot stakkers of egoïsten. Beide benamingen komen voor. Sommige mensen kunnen wij tot slachtoffers van onze goede-dadendrang maken, anderen veroordelen wij omdat zij niet die liefde voor hun naaste opbrengen die wij wel menen te bezitten. En zo plaatsen we ons buiten de stroom van de liefde en ten diepste buiten de levensstroom waarvan de bron in Gods hart opwelt. Wij allen, niemand uitgezonderd, zijn voorbestemd om geopend te worden door de nabijheid en liefde van anderen. Wij maken allemaal wel fouten, maar zijn in de eerste plaats onwetenden. Wij weten niet wat echt goed voor ons is en sluiten ons op in onze zelf gebouwde huizen met op het behang allemaal oordelen en vooroordelen. Wanneer Jezus om zich heen ziet, ziet hij allereerst mensen die moe zijn van het lasten dragen. Welke lasten? Vele, maar ongetwijfeld ook de last van het denken dat jij het niet waard bent dat een ander je nabij is. Of, wat op hetzelfde neerkomt, het denken dat jij de nabijheid van een ander niet nodig hebt. Daar word je dus heel erg moe van. Een verhaal dat ik aantrof, heeft hier zeker mee te maken:

'Twee kleine mensen liepen langs de rivier. Hoog stond het water. Het stroomde. "Ze zeggen dat je moet blijven leven," zei de één. "Ja", zei de ander, "dat zeggen ze! Maar waarom zou je nog?" De ander zei niets, maar liep langzaam voort en keek soms in het water en soms naar de lucht. "Waarom zou je nog?", zei de één nog eens. En toen ineens: "Bewaar me, houd me vast; o bewaar me!" Maar de ander zei niets en keek naar het water. En ze hielden elkaar bij de hand. Toen zei de ander: "Ik kan het leven niet geven. Ik heb de bron niet. Het water stroomt." De ene mens bleef stilstaan en keek de ander gespannen aan. "Maar iemand moet me toch bewaren, iemand moet dat doen." Toen liepen ze verder. De ander zei: "De stroom komt van heel ver. Ik kan mijn hand in het water houden. Soms kan ik je helpen je hand in het water te houden, net als ik: dat je het voelt. En misschien moet er straks iemand komen die mijn hand in het water houdt." Toen zei de ene mens tot de ander: "Houd mijn hand in het water."

Zo weinig lijkt het en zoveel kunnen mensen betekenen voor elkaar. En terwijl de meeste deelnemers aan kerkdiensten en bijeenkomsten van  geloofsgemeenschappen denken dat het een aflopende zaak is, hebben zij niet in de gaten dat ze een schat in aarden vaten met zich meedragen die eens, ooit weer op veler nieuwsgierigheid en aandacht zal kunnen rekenen. Want dan keren we in deze zogenaamde participatiesamenleving terug naar de vraag wat een mens ook al weer tot z’n mooi wezen maakt en waarom we onszelf redden door elkaar te redden.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde muziek van Purcell en het lied ‘Zingt voor de Heer een nieuw gezang’. Gelezen werd uit Mattheus 11: 28-29. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

Terug naar overzicht…