Natuur

Door Ds. Aart Mak

Sinds de prehistorie is de zomereik, met zijn brede bladerkroon, het symbool van vruchtbaarheid. Dat komt doordat een eik van honderd jaar in de loop van zijn leven wel vier miljoen eikels kan produceren. In vroegere tijden maakte men brood en ander voedsel van tot meel vermalen eikels. Later hebben allerlei graansoorten de eikel verdrongen als hoofdvoedsel.

Voor de mensen in de Middeleeuwen was de natuur er niet om (zoals nu) vrijblijvend daarvan te genieten. De natuur had vooral een symbolische en een praktische waarde. Alles in de natuur had een naam, een vorm en eigenschappen gekregen om Gods bedoeling met de wereld aan ons duidelijk te maken. Natuur als 'boek van God'. Voor wie de code kende was de wereld een grote vertelling en het bewijs dat God bestaat en het Evangelie juist is. Daarom kon het ook geen toeval zijn dat de walnoot uit twee helften bestaat die toch met elkaar verbonden zijn. Daarmee werd de walnoot het symbool dat Jezus zowel een goddelijke als een menselijke natuur had.

Het symbool van Gods liefde is de roos en het is geen wonder dat de bladeren van die roos uit drie lobben bestaan, want het is de afspiegeling van de Drie-eenheid van God. Dat lijkt ook op hoe de heilige Patrick de Kelten bekeerde door hen te wijzen op het klavertje drie als het bewijs van het bestaan van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. 

Ik vertel u een verhaal uit het evangelie over de natuur. Er zijn er meer maar wat dacht u van deze: ‘Hij vertelde hun deze gelijkenis: ‘Iemand had een vijgenboom in zijn wijngaard geplant en ging kijken of de boom vrucht droeg, maar hij vond geen vijgen. Hij zei tegen de wijngaardenier: “Al drie jaar kom ik kijken of die vijgenboom vrucht draagt, maar tevergeefs. Hak hem maar om, want hij dient tot niets en put alleen de grond uit.” Maar de wijngaardenier zei: “Heer, laat hem ook dit jaar nog met rust, tot ik de grond eromheen heb omgespit en hem mest heb gegeven, misschien zal hij dan het komende jaar vrucht dragen, en zo niet, dan kunt u hem alsnog omhakken.”’ (Lucas 13)’

De natuur is een en al vruchtbaarheid. Wij verwachten het zelfs van haar. En hoe zit dat met mensen? Als je jong bent, draait alles erom. Jongeren stuiteren over straat, vol testosteron en weten zich met hun energie geen raad. Als de natuur goed functioneert, dan doet zij het ook overvloedig. Mensen dienen zich te vermenigvuldigen. En daarvoor heeft de natuur, net als bij de planten, de bomen en de dieren, allerlei slimme manieren ontwikkeld. Als het leven maar verder gaat..! In de gelijkenis is sprake van onvruchtbaarheid. Al drie jaar lang draagt de boom geen vrucht. Volgens de wetten van de natuur is die boom dus zonder waarde. Weg ermee. Dan volgt nu de geestelijke les: er is altijd nog een mogelijkheid, als je het wil zien, als je er moeite voor doet, als je hulpmiddelen gebruikt, als je de tijd neemt en geduld hebt. En nu mensen. Moeten mensen vruchtbaar zijn? Is een mens die al drie jaar of langer geen werk heeft gehad, geen partner heeft gevonden, drie keer is gezakt voor zijn rijexamen en verder ook niet veel bij de buren over de vloer komt, onvruchtbaar? Antwoord: gaat je niets aan. Mag niemand zeggen. Kan niemand zeggen. Het mens zijn is behalve mannetje, vrouwtje, kindje, huisje, boompje, beestje, ook nog veel meer. Wij zijn geen zaadproducenten en ook geen broedmachines alleen. En een mens is ook meer dan een economische optelsom. Dat is geestelijke wijsheid. En tegelijk is dat een teken van beschaving. Ook de chronisch zieke, ook de zwaar gehandicapte, ook degene die mislukt in zijn werk, is een boom. En al lijken er geen vruchten aan te zitten – dan is elk mens wel een boom met voeten in de aarde en armen die zich als takken uitstrekken naar de hemel. Of omgekeerd, zoals ik collega Klaas Goverts pas hoorde citeren: met de wortels in de hemel en de takken met vruchten hier op aard. Vergelijk het gedicht van Nijhoff:

Impasse

Wij stonden in de keuken, zij en ik.
Ik dacht al dagen lang: vraag het vandaag.
Maar omdat ik mij schaamde voor mijn vraag
wachtte ik het onbewaakte ogenblik.

Maar nu, haar bezig ziend in haar bedrijf,
en de kans hebbend die ik hebben wou
dat zij onvoorbereid antwoorden zou,
vroeg ik: waarover wil je dat ik schrijf?

Juist vangt de fluitketel te fluiten aan,
haar hullend in een wolk die opwaarts schiet
naar de glycine door het tuimelraam.

Dan antwoordt zij, terwijl zij langzaamaan
druppelend water op de koffie giet
en zich de geur verbreidt: ik weet het niet.

Martinus Nijhoff

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u gezang 350 en muziek van Telemann. Gelezen werd het bovenstaande gedicht van Nijhoff. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

 


 

Terug naar overzicht…