Het leven: mooie en verdrietige dagen

Door Aart Mak

Het zijn mooie dagen en het zijn verdrietige dagen. Het is altijd hetzelfde van half april tot en met de eerste week van mei. Het is feest, Pasen, Koningsdag, vroeger Koninginnedag, Bevrijdingsdag, allemaal vrije dagen ook. En daar komt dan de zon bij die toeneemt in kracht, de kleuren van de bollenvelden en de bloemen in het algemeen, het langere licht ‘s avonds. En er is altijd het verdriet, de pijn bij sommigen, de algehele weemoed om wat onherroepelijk gebeurd is in die oorlog, al meer dan meer dan zeventig jaar geleden. Op vier mei zingen de vogels uitbundig en laten de bomen zien hoe ze de winter met verve hebben overleefd. En toch lopen we daar, de mensen, we zwijgen, de ‘last post’ klinkt met in ons hoofd de herinnering aan wat we lazen en hoorden de afgelopen weken, hoe sommige mensen pas nu tevoorschijn durven komen met hun verhaal, hoe vergeten anderen zijn in hun eenzame strijd. Het zijn mooie dagen en het zijn verdrietige dagen. Gemengde gevoelens. Zoals koning Willem Alexander, met al zijn geluk en stabiliteit die hij uitstraalt, de herinnering aan de dood van zijn broer Friso dagelijks met zich meetorst. Het ontroerde velen, merkte ik. Zo gaat dat. We herkennen ons in zijn strijd om in evenwicht te blijven, niet te vergeten en toch door te gaan, gelukkig te zijn en toch ook de rauwe dood en zijn slachtoffers niet te negeren, zeker ook degenen die omkwamen in vlucht MH17. Dit is blijkbaar het leven, in al z’n schoonheid en lelijkheid.

Ik zeg dit allemaal zo met nadruk omdat ik de laatste dagen las in het pas vertaalde boek van Peter Rollins met de titel Verslaafd aan God. Rollins is een Noord-Ier, filosoof, theoloog, die behalve dat hij spreekt en schrijft, vooral gemeenschappen opricht waarin het heel anders toegaat dan in de gebruikelijke christelijke liturgie. Hij is zo iemand die de zaak op z’n kop zet. Het boek dat ik net noemde laat m.i. helder zien – voor wie zich tenminste als lezer wil laten meevoeren – hoe het vele gebruik van het woordje GOD in de kerk vaak over een afgod gaat. Christenen gebruiken het begrip god als iets dat de leegte in hun harten vult en vrede geeft als je diep ongelukkig bent. Daarmee lijkt de kerk op iedere willekeurige industrie, door te beweren dat zij het gevoel van verlies dat ons bestaan bepaalt, kan wegnemen. Het goede nieuws van het christendom wordt zo vervormd tot het slechte nieuws van de afgoderij.

Dus als u vindt dat geloof het beste vergeleken kan worden met een geestelijk doekje om het bloeden te stelpen, moet u Rollins niet lezen. Of juist wel. Hij pleit voor het niet-weten. Voor de leegte. De aanvaarding dat het ons vaak bij de handen afbreekt. De dood is er en valt niet weg te redeneren. Dat is, in zijn taal, het kruis. Het kruis is het einde van alles wat zinvol lijkt. Wat we dachten te weten of betrouwbaar genoeg vonden om in te geloven, stopt gewoon. We gebruikten God om de gaatjes te vullen (zoals de theoloog Bonhoeffer ooit al zei) en geloofden in god als een afgod. Niets nieuwe schepping, geen nieuwe wereld, geen opstanding uit de doden. Waar Rollins met zijn afbraak-theologie voor pleit, is dat we weg moeten van alle geconstrueerde zekerheid. Geloof is niet een zeker weten, maar leren leven met onzekerheden. Hij signaleert een dergelijke wijsheid al in het bijbelboek Prediker. Daarin is iemand aan het woord die wijst op het wisselen der tijden en vertelt over iemand die alle wegen die tot geluk zouden leiden, het genot, de wijsheid, de schoonheid, het verbeteren van de maatschappij, betreden heeft. En geen van die manieren geeft hem bevrediging. Elke keer wordt hij opgejaagd door de onvermijdelijkheid van de dood en de zware gedachte dat hij met het verstrijken van de tijd zal worden vergeten.

De Prediker kiest er dan voor om het leven te omhelzen. Geniet van dit bestaan, eet, drink en wees vrolijk. Dat is niet oppervlakkig, zoals ik in mijn door het calvinisme gestempelde traditie leerde. Dat is het leven aanvaarden zoals het zich aandient en vooral niet vergeten om dat leven lief te hebben. Wie liefheeft vindt zelfs in de kleinste dingen vervulling. Voedsel gaat voor wie liefheeft niet over het onderhoud van het lichaam maar over de gemeenschap met anderen. Drinken lest niet zozeer de dorst maar brengt mensen samen. Werk is niet om er zelf beter van te worden maar een bijdrage aan wat van waarde is. Dat doet de liefde. Door de liefde, waarvan Christus volgens Rollins vol was tot en met zijn laatste snik, kun je deelnemen aan dit leven, in al zijn grilligheid, ook met pijn, tot en met de dood. Alleen de liefde geeft er betekenis aan, niets anders. Het is het nieuwe leven van Pasen. We zijn niet zeker, we zijn niet compleet, we zijn grotendeels onwetend. Maar dat juist is christelijk geloof volgens Rollins: je snapt er niets van maar je viert het leven, je omhelst het, je neemt het, het leven, jezelf en de ander, voor lief! En om dat te kunnen moet je eerst van je verslaving aan god en geloof af zien te komen. Je zoekt namelijk zekerheden waar ze niet zijn. En daarmee kom ik terug op het begin, de tweede helft van april en de eerste week van mei, de tijd met al die tegenstrijdige gevoelens en wisselende stemmingen. Het is zoals het is. De vogels zingen. Wij zwijgen. Het is goed zo. Wij leven. Anderen zijn dood. Het is zo. En het is heerlijk om niet alleen elkaars lach maar ook elkaars tranen te mogen delen. Dat is met liefde het leven omarmen.   

 

Terug naar overzicht…