Schaduw

Door Ds. Aart Mak

Er is de afgelopen week iets bijzonders gebeurd. Ik kon mijn oren aanvankelijk niet geloven en mijn ogen niet van het nieuws uit Den Haag afhouden. Het Catshuisoverleg brak vorig weekend af omdat iemand de moed niet had verantwoordelijkheid te nemen voor impopulaire maatregelen. Dat kan ook niet anders bij een populist. De woede van zijn politieke gesprekspartners was groot. De vooruitzichten voor Nederland waren ineens erg somber stemmend. Het aantal mensen dat lijdt onder de crisis, zou toenemen en op allerlei manieren zouden we dieper in de put wegglijden. Een demissionair kabinet, nieuwe verkiezingen en vooral een periode van politieke inactiviteit dreigde. En toen gebeurde er iets. Mensen stonden op. Na jaren van politiek gekrakeel, geharrewar over details, op de man spelen en grof taalgebruik van enkelingen, deden de politici van de middenpartijen ineens weer waar Nederland altijd zo goed in is geweest: met elkaar praten en compromissen sluiten. In recordtempo dit keer. Ze begrepen dat het vertrouwen moest worden hersteld in de politiek en ze namen  maatregelen die een uitweg bieden uit de crisis. Ik ben daar zeer van onder de indruk en betrapte mij zelfs op euforische momenten. Ik was en ben vol bewondering voor de dapperheid en het doorzettingsvermogen van een aantal politici. Dit was een veelbelovende week die wel eens het begin kan zijn van een hele nieuwe fase in de politiek. En dat zou mij lief zijn. Maar omdat dit Goede Begin niet moet opgaan in politieke beschouwingen, wil ik het met u hebben over een uitdrukking die nogal eens in en om het gebouw van de Tweede Kamer werd gebezigd. Die uitdrukking is: ‘Over je schaduw heen springen’.

Menigmaal klonk de volgende zin: Als we iets voor elkaar willen krijgen, moeten alle partijen over hun schaduw heen springen. Tja. Het was weer zo’n uitdrukking waarvan ieder deed of hij het begreep. Het klonk vooral als iets waar je niet tegen kan zijn. Maar wat betekent het? Weet u het? Stel ik heb een diepgaand gesprek met u – dat zou ik toch hopen, en ik beëindig dat gesprek met de opmerking dat u nu over uw eigen schaduw moet heen springen, of, als u niet zo kwiek meer bent, moet heen stappen. Weet u dan wat ik bedoel? Het zal wel iets met zonde te maken hebben, hoor ik sommigen van u denken. Zou het dan je zelf vergeven zijn? Twee jaar geleden werd deze uitdrukking overigens al uitgeroepen tot de Haagse uitdrukking van het jaar. Het werd en wordt gebruikt in de betekenis dat je iets moet doen wat onmogelijk lijkt. Jezelf overtreffen, zou je ook kunnen zeggen. Het aantrekkelijke van de uitdrukking is waarschijnlijk dat het oproept om een nieuw begin te maken, het licht op te zoeken en het donkere verleden te laten rusten.

Het woord schaduw komt in de bijbel nogal eens voor in de psalmen. Het duidt daar op beschutting en op het voorbijgaande karakter van een mensenleven. Opmerkingen als ‘Wie overnacht in de schaduw van de Allerhoogste’, en ‘Verberg mij in de schaduw van uw vleugels’ zijn duidelijke uitingen van een hevig verlangen om even beschut te zijn tegen de stormen van het bestaan. Dan is God als een moeder bij wie je als een kind zo bang mag schuilen. Maar ook gaat het over ‘het verdwijnen als een schaduw die lengt’ en over een ‘mens, vluchtig als een ademtocht, wiens dagen als een schaduw wegglijden’. Dan gaat het dus over het vluchtige en voorbijgaande karakter van het leven. Ook dat is een reden trouwens om je hoofd op te heffen en je te richten tot degene die Eeuwige wordt genoemd. Maar wat te denken van psalm 121? Daar staat iets dat mij lange tijd verbaasd heeft. In de nieuwe Bijbelvertaling staat: De Heer is je wachter, de Heer is de schaduw aan je rechterhand: overdag kan de zon je niet steken, bij nacht de maan je niet schaden. Dat de maan je niet kan schaden heb ik trouwens ook nooit zo goed begrepen. Wat is er nou mis met een beetje maanlicht, daar zitten toch geen schadelijke stralen in? Maar dat de Heer je volgt als een schaduw is en blijft een verrassend en intrigerend beeld. Bij God denk je aan licht, zelfs aan verzengend licht. Maar het is dus ook omgekeerd, het donker dat jij zelf veroorzaakt is tegelijk een plaats waar je God mag vermoeden. Dat is uiterst verrassend.

Hier naderen wij de betekenis die in de psychologie van Jung aan schaduwen wordt gegeven. Een schaduw is daar de andere kant van de medaille van een karaktertrek. Geen mens is volmaakt. Het goede dat je doet, veronderstelt ook het kwade dat je wegstopt. In de mens die royaal is, huist ook ergens de hebzucht. Een wellevend iemand die dat welgemeend doet, zal ooit een keer zich verstaan moeten hebben met zijn eigen lompheid. Dat heet in die psychologie schaduwwerk. Een mens wordt pas geestelijk volwassen als hij de moed opbrengt zichzelf onder ogen te zien en te begrijpen dat je pas een echt, authentiek mens kan zijn als je ook je eigen donkere kanten onder ogen ziet en een plaats geeft. Dat namelijk is de enige manier om anderen met hun duistere kanten te aanvaarden. Nu, dat is te kort door de bocht. Maar terugkerend bij die psalm over God als een schaduw aan je rechterhand, zou ik zeggen dat dit ook betekent dat wat wij wegstoppen als slecht of zondig in ons, juist het begin kan worden van verlichting. Juist dat wat je als vijandig ervaart, kan je leermeester worden. En dat lijkt  precies de manier waarop God ons aan het vormen, kneden en schaven is.

Terug nog even naar de Nederlandse politiek en naar die merkwaardige uitdrukking ‘over je schaduw heen springen’. Het heeft in elk geval effect gehad omdat een kleine meerderheid van vijf, zelfs zes partijen in de Kamer bereid was om concessies te doen teneinde er samen uit te komen. Het bijzondere is ook dat ze daarmee waarschijnlijk definitief een einde gemaakt hebben aan het populisme dat de hele politiek en zelfs een heel land jaren lang in de greep had. Het was dat populisme dat als de doornstruik in de Bijbelse gelijkenis zegt: ‘Als u mij tot koning wilt zalven, kom dan hier, in mijn schaduw is het goed toeven.’ Niet dus, dat stond al in het boek Rechters en dat is nog weer eens gebleken in de afgelopen week in dit land.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek van Camille Saint-Saëns en psalm 150, gezongen door de Schola Davidica in Utrecht. Gelezen werd uit psalm 121: 5-8. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

 

Terug naar overzicht…