Dankbaarheid

Door Aart Mak

Op de vierde donderdag in november wordt in  Noord-Amerika Thanksgiving Day gevierd, een dag waarop je dank zegt voor de oogst en niet alleen voor wat het land je heeft gegeven maar voor alle goede dingen. Dat was dus afgelopen donderdag. Het zou wel eens kunnen gebeuren dat dit feest gaat overwaaien naar Europa, net als Halloween trouwens, en dat de protestantse kerk met haar moeizaam in stand gehouden dankdag voor het gewas, meestal op een woensdagavond gevierd in een kerkdienst waar bijna niemand op afkomt, ook dit ritueel overgenomen ziet worden door de samenleving. Want het is een ritueel. Midden in de herfst, als het koud wordt, waait en stormt en het land braak komt te liggen, beseft de mens hoe goed de zon en de zomer waren en dat er veel was waar je van genoten hebt. Dat vier je dan en dat doe je voordat de stilte van de winter invalt. Maar ik schets nu wel een erg romantisch beeld. De moderne mens heeft geen idee meer van de natuur. Het land met zijn boer bestaat nog wel maar het is een grote agrarische industrie geworden. En ik begreep dat we door de klimaatcrisis, waarover dit weekend en de komende week veel te doen is in Parijs, in toenemend warme novembermaanden leven. De herfst wordt nog eens zwoel en de winters gaan lenteachtig aanvoelen.

Maar daarom juist kan zo’n feest als Thanksgiving Day ook hier wel eens heel populair worden. Het gaat namelijk om dankbaarheid in het algemeen, niet alleen voor wat de de oogst je biedt. Ik las een artikel waarin terecht gesteld werd dat het tonen van je dankbaarheid er vaak bij inschiet. Terwijl het voelen en tonen van dankbaarheid een van de eenvoudigste manieren is om je in korte tijd een stuk gelukkiger te voelen, stress te verlagen en je sociale contacten te laten bloeien. De Amerikaanse psycholoog Martin Seligman hield in 1998 een beroemd geworden speech waarin hij opriep meer onderzoek te doen naar wat mensen gelukkig maakt in plaats van naar psychische stoornissen. Sindsdien zijn er duizenden onderzoeken gedaan naar eigenschappen als doorzettingsvermogen, wijsheid, tevredenheid en zelfvertrouwen. Dankbaarheid springt daaruit, doordat ze zulke grote en duidelijk positieve effecten heeft op onze gezondheid, ons geluksgevoel en onze relaties. Dus, zou je zeggen, waarom geen dankbaarheidsdag?

Ik herinner me nog dat Robert Long ooit dat lied zong over dankbaar zijn. Hij noemde in dat lied allerlei schrijnende situaties en het refrein was steeds dat we dankbaar moesten zijn, ook al waren we nederig en klein. Ik heb de indruk dat we in dit land met zijn hier en daar vroeger onderdrukkende godsdienstige structuren, nu wel over wat hij aanduidt heen gegroeid zijn. Dus waarom zouden we de boel niet opengooien, ergens in de maand november waarin we ook al de doden herdenken en op een ander moment dus, als levende mensen, elkaar laten merken hoe we die ander waarderen, elkaar complimenteren, elkaar laten weten hoe goed het samenleven is. Want het komt er vaak niet van om dat te zeggen, met de haast waarmee we leven en de drift om alles op tijd klaar te krijgen. Over dankbaarheid gesproken. De afgelopen week kwam er ook een postzegel uit met de portretten van drie Leidse hoogleraren die zich in 1940 verzetten tegen het ontslag van hun Joodse collega’s. Het bijzondere in dit verhaal is dat er eindelijk recht wordt gedaan aan twee van de drie. Want het ging altijd om Rudolph Cleveringa. Die werd beroemd en werd na de oorlog geëerd om zijn protest. Maar er waren ook anderen, Ton Barge en Lambert van Holk. De een, hoogleraar anatomie, fileerde de rassenleer van de nazi’s; de ander, ethicus, maakte diepe indruk op zijn studenten toen hij in grote welsprekendheid blijk gaf van zijn afgrijzen van de maatregel van de Duitse bezetter. Alle drie zijn opgepakt en naar kamp Vught gebracht waar zij de oorlog overleefden. En het blijft merkwaardig dat Cleveringa wel en de andere twee niet herinnerd werden  als dappere mannen die in verzet kwamen toen tien van hun Joodse collega’s werden ontslagen. Nu dus die postzegel. Dankbaarheid is soms postuum.

In mijn binnenkamer realiseer ik me dat het mij soms ook zwaar valt om niet bedankt te worden voor iets waar ik veel tijd in heb gestoken, hoe pijnlijk het voelt als een ander met de eer gaat strijken en dat ik ook niet altijd een ander de eer geef die hem toekomt. Maar ik besef ook dat ik heel wat mensen ken die iets doen voor anderen zonder dat zij zich daarop willen voorstaan. Ze vinden het vanzelfsprekend. Ik vind dat hoogstaand. Je doet iets en je hoeft er niet voor bedankt te worden. Maar  dát laatste zou toch een goed idee zijn. Want als er één ding duidelijk wordt in deze politiek zo woelige dagen, is hoe een samenleving draait om vertrouwen, om mensen die zich inzetten voor anderen en om blijdschap om alles wat goed gaat. Hoera voor de dankbaarheid dus.

 

Terug naar overzicht…