Straf

Door Ds. Aart Mak

De Uruguayaanse aanvaller van het steeds armetieriger spelende Ajax, Luis Suarez, heeft van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond straf gekregen. Hij had tijdens de wedstrijd tegen PSV zijn tanden gezet in het lichaam van Otmar Bakkal, ergens in de buurt van diens sleutelbeen. Zeven wedstrijden mag Suarez door Ajax niet worden opgesteld. Het VVD-kamerlid Bart de Liefde gaat aanstaande maandag minister Schippers vragen of er niet hardere maatregelen moeten worden genomen om het geweld op de sportvelden, ook bij amateurs, tot staan te brengen en de daders harder te straffen dan nu gebruikelijk is.

Pas vroeg mijn erbij gekomen dochter mij wat vierendelen is. Omdat ik een leraar geschiedenis had die met een soms wat ongepaste smaak wist te vertellen wat een barbaarse straffen de overheid van de Middeleeuwen achter de hand had voor bedriegers, dieven en moordenaars, kon ik het haar vertellen. Overigens had de grote economische motor van dit land in de daarop volgende eeuwen, de Verenigde Oost-Indische Compagnie, ook forse straffen achter de hand voor de opvarenden van haar talloze schepen. Het in boeien slaan of voor enige tijd opsluiten op water en brood was nog de meest milde straf die aan boord kon worden uitgedeeld voor vechten, plukharen, het aan boord brengen of maken van dobbelstenen, kaarten en andere gokspelen. Men kende ook het aan land zetten. De matroos werd eenvoudig met een strop om de nek, wat brood en een kruik water op een onbewoonde kust aan land gezet waar hij dan het vooruitzicht had binnenkort te zullen verhongeren. Dit kwam nog aan het eind van de 18e eeuw voor.

Ik zal hier niet uitleggen waar de vaak toegepaste lijstraffen zoals het geselen, ravallen, kielhalen of spitsroeden lopen voor stonden. Maar niet alleen op zee, ook aan land wist men op dit gebied van wanten. Toen ik een maand of wat geleden ronddwaalde in het gevangenismuseum in het noordelijk gelegen Veenhuizen, moest ik weer aan die geschiedenisleraar denken met zijn verhalen over openbare terechtstellingen en alle manieren waarop mensen elkaar naar de andere wereld kunnen helpen. Daar ontdekte ik trouwens dat mensen vroeger alleen werden opgesloten in afwachting van hun berechting en niet als straf. Mensen kregen toen lijf- en schandestraffen opgelegd, verbanning of de doodstraf. Aan het einde van de 19e eeuw en helemaal in de 20e eeuw veranderde er iets. Men ging anders aankijken tegen misdadigers, de rechtspraak verbeterde en de maatschappij vond dat straf niet alleen een vorm van vergelding moest zijn, maar ook een doel moest dienen, heropvoeding bijvoorbeeld. Het grote misverstand van de laatste jaren is overigens dat de rechters in Nederland te lichte straffen zouden uitdelen. Vergelijkingen met het buitenland laten zien dat de straffen die in Nederland worden opgelegd, bepaald niet lichter zijn dan in de ons omringende landen.

Maar het is sommigen nog niet hoog genoeg. In de sfeer van de laatste jaren waarin allerlei primaire reflexen als verstandig worden aangeprezen, heeft de PVV van Geert Wilders een wetsvoorstel gereedgemaakt met voorstellen voor hogere straffen voor onder meer vandalisme, verkrachting en moord. Op straatroof wil de PVV een minimumstraf van acht jaar, voor verkrachting moet zeker tien jaar en maximaal dertig jaar celstraf gaan gelden en voor moord zou de straf ten minste twintig jaar en maximaal zestig jaar cel moeten worden.
Ook zouden 16- en 17-jarigen die al een strafblad hebben opgebouwd als volwassenen moeten worden berecht. Geen aai meer over de bol, zo stelde de partij maandag. Met dit soort opmerkingen – ‘aai over de bol’, wordt gesuggereerd dat het allemaal slappe hap is en dat er nodig moet worden opgetreden. Vergelijk het maar met de Tweede-Kamerleden van die partij, Eric Lucassen en Jhim van Bemmel, die van bovenmeester Geert straf krijgen omdat ze met vrouwelijke ondergeschikten hebben gerommeld, de buurt onveilig hebben gemaakt dan wel een vrachtbrief hebben vervalst. Het zijn vreemde tijden waarin de leider van een partij die maar niet democratisch wil worden, langzamerhand iedereen in de tang heeft met zijn duim die naar believen omhoog of omlaag gaat, als een vroegere, ook streng bewaakte Romeinse keizer in het Colosseum van Rome.

Intussen is het onder christenen een niet uitgemaakte zaak of God wel of niet van straffen houdt. In Oostenrijk was er in augustus een bisschop die beweerde dat de 21 doden bij de Love Parade in Duisburg een straf van God waren. Ondanks alle weerzin die zo’n uitspraak oproept, moet ik toegeven dat deze geestelijke gezagsdrager prima aansluit bij de oude christelijke traditie dat alle ziekte en ellende in ons leven een straf zijn van God. Waarom? Antwoord: omdat wij zondig zijn. Het beeld van God dat eeuwenlang vanaf kansels en vanachter altaren werd geschetst, was van een dusdanige boosheid vanwege de zonde en wrekende gerechtigheid jegens de zondaren, dat iemand zich er diep in de 20e eeuw nog over verbaasde waarom hij nooit gehoord had dat in psalm 103 ook staat dat diezelfde God ons niet vergeldt naar onze schuld en alle overtredingen van ons wegdoet. Zo kan beeldvorming doorwerken. Ten diepste schreven wij eeuwenlang aan God toe waartoe we zelf niet in staat waren: de wereld verbeteren en slechte mensen op het goede pad brengen. Dat moest Jezus maar doen, die dan ook nog eens de voor ons bestemde doodstraf van God en het sadistische universum van mensen moest trotseren. Maar God is geen Romeinse keizer of Nederlandse partijleider die zijn duim naargelang zijn humeur omhoog of omlaag steekt. En Jezus lijkt ook niet op Hero Brinkman die het allemaal wat democratischer wil hebben. De vergelijking gaat mank, natuurlijk, ik weet het, maar ik wil vastgeroeste beelden doorbreken. Ik denk werkelijk dat je dit goddelijke strafrecht anders moet zien. Dat proces om het anders te gaan zien, begint met het doorzien van je eigen motieven. Ik heb ook wel eens zin om iemand te bijten, verrot te schelden, in het gezicht te slaan of naar de hel te verwensen. Elke keer als ik dat toch niet doe en ook nog eens mijn innerlijke kookpan onderzoek op zijn ingrediënten, kom ik een stapje dichter bij waar ik moet zijn en waar naar mijn idee (dat is dus ook een beeld) God allang zit te wachten: in een heilige ruimte waar geen oordeel en straf meer zijn en waar een vrede heerst die al mijn verstand te boven gaat.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u Paradise Road (fragm.) en Eric Versloot improviserend op gezang 124 uit het Liedboek van de kerken. Gelezen werd uit Romeinen 12: 17-18. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.

 

 

Terug naar overzicht…