Familie (2)

Door Ds. Aart Mak

Van je familie moet je het hebben. In deze zomerweken wil ik het een aantal keren met u daarover hebben. Dus tot en met eind juli geen actualiteit, maar familieverhalen. Alle verhalen zijn afkomstig uit het pas verschenen boek Zielenroerselen en Speldenprikken, dat ik schreef met Astrid Hart samen. Het boekje met veertig verhalen, gedichten, bijbelteksten en vragen die te denken geven, is in elke boekhandel te verkrijgen. Terug naar de familie. Een verhaal over een moeder:

Stof

Stil, in zichzelf gekeerd, ligt ze op bed, mijn moeder. Ik zit naast haar en kijk naar haar lichaam. Ooit was ik daar, negen maanden lang, en hebben zij en ik gevochten om van elkaar te scheiden. Toen was ze een sterke, vitale vrouw. Op foto’s ziet ze er met haar prachtige lange haren en regelmatig gevormde gezicht uit als een filmster van de jaren vijftig. Nu, zo veel jaren later als ik oud ben, heeft ze het bijna opgegeven. Haar lichaam veelt nog nauwelijks voedsel. Mager en klein ligt ze daar onder haar dunne dekbed, de getuite bekers met drinken bij de hand.

Ze slaat haar ogen op en kijkt me aan. De verrassing die ik in haar ogen lees, verraadt hoe ver weg ze was en hoe ze zich niet bewust was dat ik al die tijd naast haar zat. Ik vraag voorzichtig waar ze was. Haar antwoord klinkt me bekend in de oren: ‘Vroeger, waar we woonden tijdens de oorlog. Je weet toch dat we toen vaak verhuisd zijn?’ ‘Ja moeder, dat weet ik. En ook hoe u dat vond.’ En ze begint gewoontegetrouw te praten over haar vader en moeder, haar zussen en broers. Ze heeft haast nooit anders gedaan. Altijd bezig met anderen, soms liefdevol, soms oordelend. En ik stel mij voor hoe zij, meisje dat ze toen nog was, door de spleetjes van haar ogen keek naar de stofjes die in het zonlicht dansten en ’s avonds in bed tuurde naar de patronen in het behang van haar slaapkamer. Ze moet eenzaam zijn geweest, zonder het te voelen. En zoals zo veel in de oorlog opgegroeide kinderen klampt ze zich nog steeds vast aan een flinkheid die geen lastige gevoelens toelaat.

‘Dag lieverd’, zegt ze als ik afscheid neem en wegga. Ik sluit de deur van haar kamer en besef als altijd de laatste maanden, dat dit voor het laatst kan zijn …

Mijn moeder heeft in alle stilte veel gedaan voor anderen, voor haar kinderen en man het meest. Nog steeds heb ik allerlei vragen, terugdenkend aan haar. Maar dat paste ook bij haar. Ook zij leefde met vragen die geen antwoord kregen. En toch leefde ze en kon ze veel genieten van weinig.

Gelezen werd Prediker 12:3-4 (De dag waarop de wachter trillend voor het huis staat, de soldaten kromgebogen voortgaan, de maalsters langzaamaan verdwijnen, de vrouwen uit het venster staren en een schaduw lijken. Wanneer de deuren naar de straat worden gesloten, de molen geen geluid meer maakt, het fluiten van de vogels ijl van toon wordt, wanneer hun lied versterft.) Daarnaast hoorde u o.a. lied 435 uit het Liedboek gezonden worden.

Terug naar overzicht…