Vocabulaire

Door Aart Mak

Zou het nog een keer goed komen? De groffe taal en ongemeen felle scheldkanonnades zijn al langer dan vandaag niet van de lucht. Maar Sylvana Simons kreeg het op een dusdanig groffe manier op Facebook voor haar kiezen, alleen maar omdat zij besloot zich aan te sluiten bij de politieke groepering ‘Denk’, dat zelfs minister Asscher zich publiekelijk zorgen maakt. Er is sprake van een haatcampagne met racistische trekken. Het had ook te maken met haar opmerking dat de journaliste Ebru Umar, op vakantie in Turkije, in haar ogen niet zomaar alles op haar Twitter-account kon zeggen over de Turkse president Erdogan. En toen kreeg ze de meute over zich heen, al die mensen die vinden dat iedereen alles mag zeggen wat hij wil, want het gaat toch om de vrijheid van meningsuiting. Deze discussie woedt al langer dan vandaag als een soms oplaaiende veenbrand in de politieke arena en trouwens ook in de rechtbank, waar Wilders zich zal moeten verdedigen voor het goed recht van zijn uitspraak over minder Marokkanen. De cabaretier Erik van Muiswinkel liet weten dat hij het welletjes vond om nog langer voor hoofdpiet te spelen bij de door de televisie vastgelegde aankomst van Sinterklaas. Hij bleek geen gehoor te vinden voor zijn pleidooi de pieten minder zwart te maken. En Van Muiswinkel weet ook wel dat de zwartepieten-discussie in Nederland helemaal op slot zit, door diezelfde groffe taal en scheldkanonnades.

Schelden doet geen zeer, leerde ik toen ik opgroeide. Maar de huidige felheid en vooral massaliteit zetten alle boze woorden die kinderen op een schoolplein naar elkaar roepen, in een ander licht. Er is meer aan de hand. Ik wil het nu niet over mogelijk racistische onderstromen in deze samenleving hebben. Ik wil het in deze binnenkamer hebben over de taal. Mij trof de afgelopen week een interview met een aantal Polen over de veranderingen in hun door een nationalistische partij gedomineerde land. Opvallend daarbij is de rol van woorden. Iemand die protesteert heet nu ineens een landverrader. Een patriot was vroeger een gewoon woord voor iemand die van zijn land houdt. Tegenwoordig is een patriot in Polen iemand die het recht heeft anderen te haten. Woorden en hoe je die woorden gebruikt, doen er dus toe. Ik zal zo een aantal voorbeelden daarvan geven en dan heb ik het nog niet eens over de manier waarop sommige mensen anderen de dood toewensen op de sociale media.

In Turkije is het ongewenst en zelfs gevaarlijk om het woord genocide te gebruiken als het gaat om de slachting waarmee het Turkse leger ongeveer een eeuw geleden het Armeense volk decimeerde. In Nederland was in de zaak met Indonesië – jaren veertig vorige eeuw - geen sprake van oorlogshandelingen maar van politionele acties. Bezuinigingen mogen in het moderne Nederlands niet zo heten. Het zijn herstructureringen of zoiets. En je kunt er gif op innemen dat er mensen ontslagen gaan worden als er sprake is van een grote reorganisatie in een bedrijf. De laatste voorbeelden noemen we al langer dan vandaag eufemismen. Denk ook aan de verkleinwoorden en het gebruik van woorden als een beetje en soms. Ik heb daar in mijn preken ook last van. Maar het woord vrijheid misbruiken voor het recht iemand anders tot op het bot te beledigen is een heel ander verschijnsel. Het is een aanval op de omgangsvormen en op de moraal, vergelijkbaar met de nazi’s die de joden ratten noemden en een crimineel die de status van held krijgt. Los nog van het kwalijke verschijnsel om alle mensen met dezelfde uiterlijke kenmerken over één kam te scheren, verraadt het toenemend groffe en beledigende gebruik van woorden een manier van denken die zomaar tot discriminatie, racisme en het inferieur verklaren van hele bevolkingsgroepen kan leiden, vergelijk het ook maar met de manier waarop Donald Trump, de kandidaat-president van de Verenigde Staten en met Rodrigo Duterte, de nieuwe president van de Filippijnen, zich presenteren.

In mijn binnenkamer heb ik geleerd dat slordig woordgebruik nergens toe leidt. Als de met woede gepaarde gaande groffe woorden die ik ook wel eens heb, voorbij zijn, komt het inzicht om niet een ander de schuld te geven maar mijzelf onder ogen te zien. De juiste woorden doen er dan toe. Schelden is een manier om de ander weg te jagen, maar er gaat altijd ook iets van jezelf op de vlucht. De waarheid kan hard zijn, maar dan moet er een hogere waarde op het spel staan: rechtvaardigheid of mededogen bijvoorbeeld. Veel discussies nu gaan daar niet over, zij komen voort uit van het angstig makende gevecht om het eigen gelijk ten koste van het gelijk van de ander. Zo zijn in het verleden de geesten rijp gemaakt voor talloze oorlogen. En daarom hoop ik dat het nog een keer goed komt, dat we van mening met elkaar kunnen verschillen over heel veel, zonder elkaar het land of dit leven uit te wensen. Democratie is voor dappere mensen (het wordt wel eens gezegd) – maar dapperheid is allereerst je eigen angst onder ogen zien en daarover de baas worden. Werk voor de binnenkamer dus.

Terug naar overzicht…