Midden

Door Ds. Aart Mak

Ik bedacht een aantal dagen geleden dat het CDA ons met zijn keuze voor het radicale midden wel even aan het denken gezet heeft. Er is namelijk enige verwarring over hoe je het radicaal zijn combineert met een middenpositie. Dat laatste, het midden, staat in de beeldvorming gelijk aan kleurloosheid en een vervelende manier van niet laten weten waar je aan toe bent. Zonder u of mijzelf nu het CDA op te dringen – ieder moet dat zelf weten uiteraard, wil ik toch wat kwijt over het midden. Want het is een mooi woord en in de verhalen van de bijbel staat het midden voor een bijzondere positie.

Laat ik beginnen met op te merken dat door de profeet Johannes van Jezus gezegd wordt dat deze ‘midden onder u staat’. Dat duidt op een onopvallende en tegelijk krachtige aanwezigheid. Midden onder u staat hij die jullie niet kennen. Dat klinkt ook als een geheim. Alsof hij zonder dat je het weet naast je kan staan. Misschien is hij wel degene die bloedt en degene die het bloeden stelpt. Misschien is hij wel degene die honger heeft en die brood uitdeelt. Of misschien wel degene die jou iets vraagt en degene die jou antwoord geeft. Ergens in ons midden is de aangewezene, de Messias te vinden. Maar waar?

Het is misschien goed even stil te staan bij de diepere betekenis van het gemakkelijk gebruikte woord ‘midden’. Het menselijke denken rekent altijd in tweeën en in tegenstellingen. Mannelijk en vrouwelijk, licht en donker, lichaam en geest, goed en kwaad, hemel en aarde. Het bestaan is ook een tweestrijd. Woorden als tweespalt en tweeslachtigheid duiden op hetzelfde verschijnsel: help, ik moet voortdurend kiezen en ook in mij leven er twee zielen (Goethe). Nu gebiedt de logica van de geest om met die tweestrijd in het reine te komen. Er moet iets gebeuren om die tegenstelling op te heffen. Dat noemen we ook wel verzoening. Dat kan gebeuren als er een derde bijkomt. Een derde kan de twee die tegenover elkaar staan, met elkaar verbinden of hun tegenstellingen overbruggen. Daarom zeggen we ook dat alle goede dingen in het leven in drieën bestaan. Van twee naar drie dus. En de deugd moet uiteraard in het midden zitten. Hier gaat het om als wij het over het midden hebben. Hoe essentieel dat is, laat ik u zien aan de hand van de volgende tegenstellingen: water is het midden tussen waterdamp en ijs. De gematigde zone is het midden tussen de poolkap en de tropen. Een boom houdt het midden tussen de lucht van de hemel en de grond van de aarde en verbindt deze met elkaar. De extremen zijn onleefbaar. De derde die erbij komt vormt de brug tussen de uitersten. In veel sprookjes is sprake van drie broers, drie zussen, drie beproevingen, drie raadsels en drie ontmoetingen. Driemaal is scheepsrecht. Een mens leert door als een slinger van links naar rechts te pendelen en dan in het midden rust te vinden. Het gaat om de middenweg, de gulden middenweg. En wie even verder denkt, beseft dat het echte leven te vinden is tussen verleden en toekomst, tussen naar buiten gericht en naar binnen gekeerd zijn, tussen vasthouden en loslaten. Ingewikkeld? De waarheid vindt u ergens in het midden.

Weet u wat het is om het hart op de juiste plaats te hebben? Dat is stevige liefde tussen hooghartigheid en laaghartigheid in. Weet u wat moed is? Dat is een rustige kracht tussen overmoed en moedeloosheid in. En zo is hoop ergens tussen illusie en wanhoop te vinden. En vrijgevigheid bevindt zich in het midden van de schaal met spilzucht en gierigheid. Altijd weer: het midden. Denk ook aan Odysseus die moest varen tussen de Skylla en de Charibdis in. En besef eens hoezeer Jezus een figuur in het midden was. Zie ‘Het Laatste Avondmaal’ van Da Vinci, uiteraard, met de Heer in het midden. Maar ook uitspraken over hem als iemand die in ons midden is als iemand die dient. En als er twee of drie in zijn naam bijeen zijn, is hij in hun midden. En toen hij aan het kruis werd genageld, hing hij tussen twee anderen, in het midden. En toen er twee na dit alles onderweg waren, kwam er een derde bij, als een vreemdeling met hun oplopend richting Emmaüs. Deze Mensenzoon wordt zelfs middelaar genoemd. Dat is iemand die tegenstellingen bijeen brengt, die de lichte hemel en de zware aarde met elkaar verbindt, het licht van de liefde brengt in het donker van de haat en die in zijn Bergrede leert om niet te oordelen, want wie zal zeggen wie goed is en wie kwaad? Dat kan alleen iemand in het midden zeggen.

Dit alles ervaar ik als een groot geheim, hoe langer ik erover denk. Want eigenlijk is de mens in het midden onzichtbaar. Het is een leegte in elk midden waar mensen zijn. Een midden dat vraagt om gevuld te worden. Een leegte die ons herinnert dat wij nog niet zijn waar we moeten zijn. En hij kan zomaar naast je staan, als degene die bloedt en degene die het bloeden stelpt. Als degene die honger heeft en degene die brood uitdeelt. Of als degene die jou iets vraagt en degene die jou antwoord geeft. Zo vreemd is dat midden wel. De Amerikaanse historicus Arthur Schlesinger die in zijn gloriedagen kind aan huis was bij president John F. Kennedy, zei ooit dat de werkelijk grote politici altijd mannen waren die het midden wisten op te zoeken. En hij dacht dan aan Kennedy uiteraard, maar ook aan de beide Roosevelts. Ze wisten vanuit een middenpositie de mensen te bewegen tot kleine stappen in de goede richting. Het fascinerende vind ik dat één van degenen die het beste mensen wist te bewegen tot stappen in de goede richting, pas bij zijn dood het midden als natuurlijke plek toegewezen kreeg. Tijdens zijn leven zette hij anderen in het midden, zoals de kinderen die weggedrukt werden of de vrouw die gestenigd dreigde te worden. Dat was radicaal, zou ik zeggen. Door dat te doen was hij niet de grootste politicus, maar wel degene die als geen ander voor en na hem opkwam voor mensen die door anderen in hun religieuze ordeningsdrift tot de rand van het leven werden veroordeeld. Kind, komin het midden staan!, zei hij dan. En er kwam dan ruimte, in het midden.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek van Locatelli en gezang 328 uit het Liedboek van de Kerken. Gelezen werd uit Markus 3: 1-5. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.

Terug naar overzicht…