Aanpassing

Door Ds. Aart Mak

Dit verhaal gaat over een man die naar een kleermaker ging. Hij ging daar naar toe om een kostuum te bestellen. Maar al bij binnenkomst had hij beter moeten weten. Want hij kwam de kleermakerij binnen en zag dat de kleermaker zat te snurken op een stoel in de hoek van de zaak. Er hingen aan de muur van het atelier geen getuigschriften. Geen bewijzen van vakbekwaamheid dus. Wel van die bordjes met teksten als deze: ‘Uw kostuum, ons pakkie an!’ En op een ander bordje: ‘Zelfs Adam droeg een kostuum’. Of, nog zo’n leuk opschrift: ‘Wij zitten niet bij uw pakken neer’. Terwijl je toch mag veronderstellen dat een kleermaker gaat zitten als hij een pak maakt, vindt u niet? Nu, deze man kwam dus die kleermakerij binnen, maakte de kleermaker wakker en bestelde een pak. Hij verwachtte natuurlijk, wie niet, dat die kleermaker de maat zou nemen. Maar deze keek zo eens en zei: ‘Ach mijnheer, iemand met ervaring zoals ik kan het zo wel zien. Komt u volgende week maar terug.’ Man weg. Een week later. Pak is klaar en hij past zijn nieuwe pak. Maar het zat wel wat te ruim in de kraag. Toen zei de kleermaker: ‘Mijnheer, het pak is echt perfect. Alleen, u staat niet helemaal goed. U moet wat meer achterover leunen.’ Toen de man wat achterover leunde, ach wat een brave borst was hij, dat had u al begrepen, toen bleek de broek om zijn middel niet helemaal te passen. Maar de kleermaker zei: ‘Mijnheer, dit is een perfect pak dat ik voor u gemaakt heb. U moet alleen uw buik wat naar voren houden’. En ten slotte, toen die man dat ook nog deed, bleek de ene broekspijp wat langer dan de andere. Maar de kleermaker zei: ‘Als u nu een ietsje scheef loopt, ziet u wat een perfect pak dit is. Wat een uitstraling!’

En die mijnheer, ach, hij geloofde de kleermaker, hij betaalde ook nog te veel en toen het de zondag er op was, ging hij wandelen in zijn nieuwe pak. Hij liep precies zoals de kleermaker het hem had voorgehouden. Hij hield zijn linkerbeen stijf, zette een wat hoge rug op en stak zijn buik naar voren. Zo strompelde die man over straat. En toen de mensen hem zagen lopen op die zondagmiddag, zeiden ze tegen elkaar: ‘Wat moet dat een knappe kleermaker zijn geweest dat hij voor zo’n ongelukkige man nog zo’n mooi pak heeft weten te maken!’ Ja, je zult maar tot de ontdekking komen dat je heel je leven lang al wat kreupel hebt gelopen, alleen maar om in een pak te passen dat een ander voor je heeft gemaakt. Vergis u niet, er zijn er wat die zich dusdanig aanpassen dat ze niet meer weten wat ze zelf willen. Tot er een moment komt dat zo iemand zich afvraagt: Waarom heb ik het eigenlijk zo ver laten komen? Waarom ben ik zo lang door gegaan met die ander, terwijl het eigenlijk alleen maar ruzie en afbraak was? Waarom ben ik niet eerder gestopt met dat werk waarin ik totaal mezelf niet was? Waarom heb ik zo lang iemand anders gespeeld, die ik helemaal niet ben? Kijk maar even in de spiegel of kijk om u heen. Er zijn wat mensen die enigszins verminkt door het oordeel of kreupel van allerlei meningen van anderen rondlopen.

Nu, dit is een echt domineesverhaal. Zo doen mijn collega’s en ik dat, willen ze iets zeggen. Eerst een aardig verhaal, bijvoorbeeld uit de joodse traditie, en dan een beetje vergelijkenderwijs praten. Zoals dominee Gremdaat het zo mooi kan zeggen: ‘Kent u dat ook? Hebt u ook dat gevoel?’ Ach, dominees als ik hebben geleerd om allerlei verhalen uit de christelijke traditie zo te vertellen dat het geen verhalen uit de oude doos zijn maar herkenbaar en springlevend. Althans, dat is de bedoeling. Maar dat gaat niet zomaar. Het is ploeteren, soms forceren en niet ieder is een begaafd spreker. En van de weeromstuit gaan dominees als ik op die kleermaker lijken die niet meer goed kijken naar hun tijdgenoten en hen een pak aanmeten dat in werkelijkheid niet goed meer past. De dominees van lang geleden werd verweten dat ze de mensen alleen maar de maat aan het nemen waren. Altijd maar dat oordeel, nooit een opwekkend woord. Van de dominees van tegenwoordig kun je dat doorgaans niet meer zeggen. Maar als de mensen doen wat de kanselredenaars zeggen dat ze moeten doen, lopen we allemaal te kreupelen in een slecht zittend, zogenaamd christelijk pak. We moeten zoveel en we kunnen zo weinig. We willen zoveel maar we zijn alleen en er is niemand die wil luisteren.

Zou dit Kerstfeest helpen om van die krampachtigheid verlost te worden? Ik heb het nu vooral ook mijzelf en alle andere kerkgangers. De kramp dat we allemaal er weer aan moeten geloven, maar dat we vervolgens ook niet goed weten wat er moet gebeuren. Maar het hoeft ook niet. Het is goed. Als we verlost willen worden, zijn we weer vergeten dat we al verlost zijn. Als we bang zijn dat we het niet goed doen, schromelijk tekort schieten en onszelf daarom veroordelen, zijn we alleen maar egocentrisch bezig. Alsof de wereld om ons draait. God, wie en hoe Hij ook moge zijn, oordeelt niet zoals wij. Als wij ons krampachtig aanpassen, uit angst voor wat mensen denken en God vindt, zitten we opgesloten in een door onszelf gecreëerde wereld. Op dit feest worden we daarvan bevrijd. God glimlacht alleen maar en kijkt ons aan, als een kind, vol verwachting en in de hoop dat wij zien wat Hij allang ziet: In het uur wanneer de zon achter de heuvels weg sluipt / en de nacht, een panter, neerhurkt voor zijn sprong / op onze nietsvermoedendheid, wil ik zingen / over de kronkelige verlangens van dit land / over de gekooide dromen van vergeten mensen / wil ik zingen over alles wat was maar niet langer is / over alles wat nooit was maar had kunnen zijn / wil ik zingen over de hoop van onze kinderen / wil ik zingen om ons te herinneren nooit te wanhopen / want ieder uur, iedere minuut, gloort ergens op aarde / een nieuwe prachtige morgen. (Cecil Rajendra)

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek van Purcell en ‘Let all the world’van Vaughan Williams, gezongen door het Roder jongenskoor o.l.v. Rintje te Wies. Gelezen werd uit 1 Johannes :18-20. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.

 

Terug naar overzicht…