Geloof

Door Ds. Aart Mak

Laat ik, om te beginnen, niet teveel zeggen over Zwarte Piet. Iedereen zegt daar al wat over. Meer dan twee miljoen handtekeningen op Facebook zeggen genoeg over het brandende probleem waar Nederlanders zich blijkbaar voor gesteld voelen. Ik ben verbaasd en herinner me dat vraagtekens bij het vermeende racisme in de laatste halve eeuw ook al vaak werden gezet. Zo eiste hoofdonderwijzer Ras van het Brabantse Wanroij in 1963 al dat er witte Pieten moesten komen omdat kleurlingen de zwarte Pieten als discriminatie beschouwen. De schrijver Godfried Bomans reageerde daar toen vinnig op: ‘Het spijt mij dat het lager onderwijs te Wanroij in handen ligt van een man die zulke streken bedenkt, want lager kan het niet.’ Een typerende maar ongepaste reactie van een overdreven op traditie gestelde schrijver, zou ik achteraf zeggen. Maar wanneer je tot je door laat dringen dat mensen die anno 2013 in Hoogezand-Sappemeer een Sinterklaasfeest met gekleurde Pieten willen organiseren, met dreigingen met geweld en zelfs doodsdreigingen worden geconfronteerd, zegt dat iets over de toegenomen ruwheid in de moderne tijd. Wat mij vooral bijblijft is dat Nederlanders meer gehecht zijn aan traditie en aan een feest waarin geloofd wordt in iemand van wie alom wordt aangenomen dat hij niet bestaat, dat elke kerk hier haar lessen uit zou moeten trekken. Er zit dus meer sentiment en gevoel voor het oude en vertrouwde in de gemiddelde Nederlander dan je aan het huidige kerkbezoek zou afmeten. Enfin, laat ik het dus hebben over geloof. Al is geloof meer dan sentiment alleen en zeker ook meer dan herhalen van wat oud en vertrouwd is.

Er verscheen de afgelopen week een boek van de theoloog Stefan Paas en de filosoof Rik Peels. Zij, beiden afkomstig uit een christelijk gezin, signaleren al jaren hoe in wetenschappelijke kringen en onder grotestadsbewoners geloof en gelovigen niet serieus worden genomen. Ik citeer een aantal opmerkingen uit hun mond: ‘Je wordt nog net niet voor gek versleten.’ ‘Het bestaan van God is zo onwaarschijnlijk, zeggen sommigen, dat ze zo ongeveer een wiskundige bewijsvoering willen zien voor at mensen erin mogen geloven.’ ‘Mensen stellen absurde eisen, ze zeggen dat ze pas in God geloven als op een nacht in de sterren komt te staan: ‘ik ben God’.’ Daarom schreven zij een boek waarin ze volgens een recensent alle argumenten voor en tegen het bestaan van God bespreken. Ook hier blijft mij een opmerking van de schrijvers vooral bij. Ik citeer: ‘Als God een illusie is (in de ogen van velen), dan kan gerechtigheid ook een illusie zijn. Of zorg. Waarom zou je dan nog voor een ander zorgen?’ Ik vind dat een tamelijk onthutsende uitspraak waar ik eerlijk gezegd niet zo in geloof, al heb ik soms ook mijn twijfels. Er wordt gesuggereerd dat iemand die geen hogere macht erkent, ook al gauw niet meer een hogere orde aanvaardt. En met een hogere orde bedoel ik het idee dat mensen rechtvaardig kunnen handelen of goed voor elkaar zijn. Of het idee dat er een waarheid bestaat die ons te boven gaat maar waar we wel naar moeten streven. Vanouds hoort dat bij geloof. Lees bijvoorbeeld de door joden en later joodse christenen geschreven bijbel er op na. Daar wordt door profeten en zeker ook door Jezus vaak herinnerd aan hoe het zou kunnen, als het gaat om vrede en recht, vergeving en verzoening – en daarbij wordt vrijwel altijd God sprekend ingevoerd. Zo wil God het. Zo moet het. Maar als je niet in God gelooft? Hier past de anekdote over de filosoof Voltaire die eens zijn vrienden uitnodigde om bij hem te komen eten. Ze discussieerden over het bestaan van God. We praten over de eerste helft van de 18e eeuw, de tijd van de Verlichting. Het gesprek nam zo’n wending dat toen het eten werd opgediend, Voltaire de aanwezigen maande stil te zijn omdat er bedienden rondliepen. En toen een van de aanwezigen vroeg waarom hij zijn mond moest houden, zou Voltaire geantwoord hebben dat hij zich enigszins zorgen maakte over zijn tafelzilver. Met andere woorden: als ook zijn bedienden niet meer in God zouden geloven, zouden ze alles doen wat verboden is en er dus ook met het zilveren bestek vandoor gaan.

De latere geschiedenis heeft Voltaire in het ongelijk gesteld. Mensen zonder geloof in een persoonlijke God, weten ook van recht en slecht, kunnen evengoed gedreven zijn om te vechten tegen onrecht en op te komen voor medemensen die onderdrukt worden. Moraal kan heel goed zonder God, zou ik zeggen. En ook al leven we in een wereld waar de echte waarheid, de volledige overgave en daden van volkomen naastenliefde niet of nauwelijks bestaan, er lijkt mij geen afdoende reden om daar niet naar te streven. Of je moet geloven dat de mens door en door slecht is en dat er zonder goddelijke openbaring of gelovige traditie alleen maar hele en halve criminelen zouden rondlopen. Maar de vraag is en blijft dus wel of geloof in God toch misschien ergens wel goed voor is, meer dan alleen voor de individuele gelovige. Ik zou het althans hopen dat het jou persoonlijk goed doet als je in God gelooft. En toen las ik over Arjan Braam. Hij is bijzonder hoogleraar levensbeschouwing en geestelijke volksgezondheid met bijzondere aandacht voor de psychiatrie. En hij merkt fijntjes op dat een psychiater die zelf niet bidt en te maken krijgt met een patiënt die wel bidt, toch minder zelfvertrouwen heeft om zijn nieuwsgierigheid vrij baan te geven. Met andere woorden: aandacht graag voor het religieuze of spirituele in mensen, voor hoe dat werkt en vooral voor het verschijnsel dat in een Godloze tijd veel mensen op hun manier wel religieuze vragen stellen of religieuze gevoelens en verlangens hebben.

Dus, luisteraar en lezer, wat zullen wij an dit alles zeggen? Waar gaat het over als wij het over geloof hebben? Ik vermoed dat er onder de twee miljoen handtekeningen-zetters op Facebook heel wat mensen zijn die het gevoel dat ze als kind hadden op het sinterklaasfeest niet kwijt willen. De wereld moet soms ook een mysterie zijn, met iemand die gul is en iemand die je aan het schrikken maakt door ‘boe’ te roepen door de schoorsteen en hard te bonzen op een deur. Het oude christelijke geloof herbergt geheimen over kind-zijn, eeuwig leven, genade, vergeving en hoe die grootse waarden binnen handbereik zijn. Dat zijn de meeste Nederlanders al dan niet bewust kwijt geraakt. Maar niemand wil blijkbaar een platte wereld waar het verstand regeert en de wetenschap zegt wat je wel of niet voor waar moet aannemen. En zeker ook geen wereld waar de actiegroepen bepalen wat wel of niet deugt, voegen de lezers van de Telegraaf daaraan toe. En nu maar hopen dat wij met elkaar in staat zijn om al dat heimwee en zelfs die nostalgie in onze maatschappij zo te hanteren dat er geen haat en geweld uit voortkomen. Dat is zwartepieten waar we niet wijzer van worden. Gelukkig weet ik van heel wat mensen, met of zonder een geloof in God, die geloven in een toekomst die weliswaar niet maakbaar is maar wel nastrevenswaardig. Waarom? Omdat die mensen geloven in dat waar filosofen en theologen al eeuwen over spreken: waarheid, goedheid en schoonheid.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde muziek van Manfredini en gezang 294 (Waar blijft het overlang beloofde land?) . Gelezen werd uit Jakobus 2: 14-16. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a.

Terug naar overzicht…