Hitte

Door Aart Mak

De on-Nederlandse warmte van de laatste dagen roept allerlei gedachten in mij wakker. Ineens doorzie ik de in dit deel van de wereld tamelijk uitzonderlijke manier van werken. Dat wij hier zo hard werken, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, is puur vanwege het gematigde klimaat. Maar nu het echt al een paar dagen tropisch warm is, slaat ook in dit land van bezige bijen het lanterfanten toe en daalt de economische en sociale dienstverlening tot een in de ogen van dienstkloppers nauwelijks aanvaardbaar niveau. In deze hittige hitte - zoals mijn vader dan zei – geloven veel mensen het wel en zou het zomaar kunnen dat het woord ‘mañana’ – hetgeen zoiets betekent als ‘morgen zien we wel weer verder’ – ook tot het Nederlandse taaleigen gaat behoren. Maar zie, het duurt niet lang of de temperatuur daalt weer tot een aanvaardbaar en tot hard werken uitnodigend niveau. Nog even en de vroeg invallende duisternis en toenemende kou en vochtigheid zullen weer garant staan voor een bloeiend, zich in de avond afspelend verenigingsleven – en dat na een dag al hard gewerkt te hebben. Geen durende hitte en geen mañana-mentaliteit dus, al vroeg ik mij ooit in een Berlijnse hotelkamer af, toen het ook daar ook zo extreem warm was, of we misschien de dag zullen meemaken dat de temperatuur niet meer zal teruglopen en we met elkaar door de klimaatverandering langzaam zullen verschroeien in de alsmaar oplopende hitte. Maar dat was op een nacht dat ik niet kon slapen van de warmte en mijn geest angstige fantasieën produceerde, terwijl mijn lichaam klam was van het zweet.

Als het zo warm is, schiet mij ook onmiddellijk de sfeer van sommige boeken te binnen die ik ooit las. De vrouw in het zand van Kobo Abé. Of De pest van Albert Camus. Boeken die je jong leest, maken veel indruk, vooral door de sfeer die ze oproepen. En dat was hitte, zo’n hitte waarbij geen wind is en de lucht trilt, een hitte met een eigen soort stilte. En ik realiseer me ook dat het boek waaruit ik wekelijks teksten opdiep, ook heel wat scenes bevat waarin de hitte haast hoorbaar is in de woorden. Dat de mens stof is en tot stof zal weerkeren, weten we allemaal, maar op zo’n gedachte kom je uit jezelf pas als je leeft in een klimaat waar het stof voortdurend opwolkt, bezit neemt van je kleding en zich elke dag vermengt met het zweet op je huid. De stekende zon wordt in een psalm bedreigend genoemd, het gebrek aan water schijnt de mensen van toen te hebben aangekleefd. Het dagelijkse gezwoeg waar de Prediker over spreekt, kan denk ik niet begrepen worden zonder je het eindeloze zeulen van waterkruiken door vrouwen en het schraperige schoffelen van mannen op uitgedroogde, rotsige grond voor te stellen.

En dan is er natuurlijk nog eens het woord woestijn. De woestijn staat voor het heetste, meest dorre landschap op aarde. Naar men zegt zijn het jodendom en de Islam in de woestijn ontstaan. Het christendom ontstond in de steden van de Romeinse beschaving maar daar waren heel wat reizen langs stoffige, hete wegen voor nodig. Ook het Boeddhisme in Tibet zou je een woestijnreligie kunnen noemen. Alsof alleen de hitte en het gebrek aan water, het dagelijkse stof en het verlangen naar vruchtbare dalen kunnen leiden tot een godsbegrip dat levende werkelijkheid wordt in de harten van de gelovigen. Overvloed aan water en vette zeeklei leiden blijkbaar niet tot geloof. Waarom zou je ook? Als niets je ontbreekt en je alles kunt verbouwen wat je hart begeert te eten, hoeft er geen hemel te zijn om aan te vullen wat de aarde ontbreekt, zou je kunnen zeggen. De Nederlandse godsdienstigheid, in tijden ontstaan dat geloven in God vanzelfsprekend was, is van de weeromstuit (mooi woord) net zo gematigd geworden als de klimaatzone waar dit land zich bevindt. Of hangt godsdienstige tolerantie niet samen met de dagelijkse temperatuur?

Dat lijkt mij een wankele stellingname. Dan zouden de eeuwig durende godsdiensttwisten van het Midden-Oosten te herleiden zijn tot de zon die maar van geen ophouden weet en mensen dagelijks bijna in brand zet. Een binnenkamer is te kort om daar verder iets over te zeggen. Maar nog één ander ding, een vraag eerder. Wat zou de temperatuur van de hemel zijn? Rare vraag? U gelooft niet zo in een hemel of u weigert zich daar een voorstelling van te maken? Laat ik het dan anders vragen. Wat is volgens u de ideale temperatuur om je goed bij te voelen, in te gedijen, niet weerhouden te worden om het nodige te doen maar ook je uitgenodigd voelen om met genoegen achterover te leunen? Net boven de twintig graden en een zuchtje wind, zou ik zeggen. Er zijn van die dagen in Nederland dat het weer zo is. En behalve op Antarctica of in de Congo zal dat overal wel eens ter wereld zo zijn, al is het maar een enkele dag. Vandaar mijn vraag naar de temperatuur van de hemel. Godsdienst gaat toch ook over gebrek en wat nodig is. En over de hoop dat als we het hier op aarde met elkaar niet draaglijker kunnen maken, er een plaats moet zijn waar dat wel lukt. Een plaats waar niet alleen recht wordt gedaan aan mensen maar ook de thermostaat eindelijk eens in de juiste stand staat. Vandaar mijn vraag naar de hemel in deze hete dagen…    

Terug naar overzicht…