Ramp

Door Ds. Aart Mak

Laten we het hebben over nu. De emoties die nog zo ingehouden zijn. De woede die getemperd wordt omdat er nog lichamen geborgen moeten worden, er nog mensen daar moeten zijn, ronddwalend langs de wrakstukken. En al die persoonlijke bezittingen. De inhoud van de koffers. De handbagage, wat mensen bij zich hebben als ze gaan vliegen. Ook dat moet nog verzameld worden, weg daar, terug naar degenen die plotseling nabestaanden zijn geworden. Schuin aan de overkant van waar ik woon, zelfde straatnaam, ander huisnummer, staat een huis leeg. Er zou verbouwd worden tijdens de vakantie. De ouders en hun twee zonen komen nooit meer terug. Hun oma ook niet. Die was ook mee, net weduwe geworden. Ik begrijp hoe dat gaat. Je laat elkaar als familie niet in de steek. Moeder, ga je mee? Het zal je misschien goed doen. Is ook leuk voor de jongens, die zijn zo gek op je…

Ik weet mij, net als de meesten van u, niet zo goed raad met wat gebeurd is. Emotioneel. Onze ziel reist te voet. Zoveel mensen tegelijk. In een keer. Een is al niet te bevatten. Laat staan een heel gezin. Gezwegen van een vliegtuig vol mensen. In een explosie weggevaagd. Tien kilometer boven de aarde. En toen was er de zwaartekracht. En een veld met zonnebloemen, akkers met graan, bossen. Vanuit die hoogte naar beneden komen, een enorm gebied zijn waar lichamen en wrakstukken neerkomen. De mensen die daar wonen, je ziet de armoede af aan de kleren die ze dragen, ontroeren mij. Ik bedoel niet die mannen die genieten van hun macht, geweren geschouderd, politiek gehersenspoeld of bewust daar, net als eerder in andere gebieden, bezig met geweld hun ideaal van een Groot Rusland tot stand te brengen. Die bedoel ik niet, ik heb genoeg gegruwd van hen, net als zoveel anderen in dit land. Ik bedoel die grotendeels vrouwen die met veldbloemen de laatste eer bewijzen. Monumentjes oprichten. Voor hen zijn de omgekomen passagiers onbekende mensen uit andere, merendeels rijkere landen. Maar voor hen zijn het zijn medemensen aan wie ze eer willen bewijzen.

Ik heb de afgelopen vakantieweken nogal wat gelezen over de Eerste Wereldoorlog. Ja, honderd jaar geleden. Een heel boek over wat vooraf ging en hoe het kon gebeuren. Een beschrijving van de oorlogshandelingen, de generaals, de soldaten. En romans, soms gebaseerd op dagboeken van een grootvader die erbij was. Maar ik heb die lectuur terzijde gelegd. Het boeide mij niet meer. Van 1914 werd ik ineens teruggezet in mijn eigen tijd, 2014. De wereld staat weer in brand, lijkt het. Er wordt door een enkeling gewezen op scenario’s die opnieuw mogelijk zijn, vergelijkbaar met de aanloop tot de Eerste Wereldoorlog. En wat je in het oosten van Oekraïne doet, hangt samen met wat je moet of wilt doen in Syrië of Irak. En met Iran kun je maar beter ook niet vechten want die heb je weer nodig voor de strijd tegen Isis. En zo zijn er allerlei verbanden, los nog van de ramp die zich van dag tot dag ontwikkelt in Gaza en Israël, die niet over het hoofd gezien mogen worden. Maar het lijkt wel alsof er aan allerlei kanten getornd wordt aan het evenwicht in deze wereld. Terrorisme in Afrika. Ook daar verdween een vliegtuig uit de lucht. Nigeria en Boko Haram. Rusland en zijn steun aan fundamentalistisch denkende nationalisten. De manipulatie van de waarheid daar. En we waren nog niet bekomen van wat hier gebeurde met informatie en hoe de Amerikanen blijkbaar alles en iedereen in  de gaten houden, tot woede van met name de Duitsers.

Geloof, godsdienst is voor mij – ik zeg het maar eerlijk – even wat minder aan de orde. Alles wat je zegt, is al gauw te veel. Ik bedoel nu in het openbaar. Alsjeblieft niet uit gaan leggen wat God hier wel of niet mee te maken heeft. Niet je geloof verdedigen en zeggen dat dit uiteindelijk allemaal toch in Gods hand is. Ik kan daar niet bij. Hiervoor schiet mijn geloof tekort. Ik merkte dat ik de komende zondagen ga preken over mystiek, spiritualiteit en vooral over de donkere, dreigende kant van God. Er is zoveel onbegrijpelijks. Laten we niet doen alsof geloof makkelijk is en God je grote vriend. Wij weten zoveel niet. Mensen zijn gevallen als bladeren in de wind. Ik plande die thema’s  zonder dat ik wist wat die passagiers van MH17 en al die anderen in de lucht of op de grond zou overkomen. Merkwaardig. Ik heb dat wel eens vaker. Maar dat is voor andere momenten.

Nu, in dit programma, dat Een Goed Begin heet, toch een woord van troost. Wat mij diep ontroerde, was hoe zoveel mensen in duit land en daarbuiten blijk gaven van medemenselijkheid. Ze betuigden respect, onderweg waar de route langs ging, ze brachten een bloemenhulde op Schiphol of bij huizen waar mensen nooit meer naar terug keren. Dat alles en veel meer raakte mij diep. En ik bedacht hoe een catastrofe als deze ramp bij velen van ons het besef wakker maakt dat ons met elkaar een ding nu te doen staat. Na de chaos en willekeur, machtswellust en onverschilligheid die we zagen op de velden daar in Oost-Oekraïne, bij die separatisten, laten wij elkaar en de wereld zien dat mensen bedoeld zijn om elkaar eer te bewijzen, in vrede te leven en met grote aandacht en liefde met elkaar om te gaan. Dat wisten we wel. Maar we worden het ons opnieuw bewust. En zo vallen we en staan we weer op, met hoeveel moeite ook…

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Barber en ‘in paradisum’ uit het requiem van Faure. Gelezen werd uit de bijbel, Romeinen 8: 38-39. Het gebed kwam het Liedboek.

Terug naar overzicht…