Woede

Door Ds. Aart Mak

In mijn binnenkamer komen vele gedachten samen en botsen gevoelens nogal eens. Jezus gebruikt het begrip binnenkamer in zijn Bergrede. De bedoeling van die binnenkamer is dat je, onbespied door anderen, je innerlijk op orde krijgt. Dat lijkt mij. Je kunt het bidden noemen en dat is het. Maar het is ook een geestelijke oefening, een gevecht soms om de drift te beteugelen, de begeerte een plaats te wijzen en opnieuw te onderscheiden wat ertoe doet en wat bij nader inzien volkomen onbelangrijk is. Ik geef u een voorbeeld. Ik was bezig met psalm 144, een vreemde psalm met nogal brute beginregels. Dat begin gaat zo: ‘Geprezen zij de Heer die mijn handen oefent voor de strijd en mijn vingers schoolt voor het gevecht.’ Ik las en schreef, mij verbazend over deze onbekende vreemde psalm en wat die te betekenen heeft. U kunt er vanmiddag om kwart voor één op deze zender meer over horen. Naast alle boekenwijsheid is internet ook een goudmijn waarop ik veel vind over wat oud en hedendaagse collega’s doen met een bijbelgedeelte. En toen viel me ineens op hoe geliefd deze psalm is in Engels sprekende legers. ‘Praise the Lord, who is my rock, he trains my hands for war.’ Ik zag beelden en plechtige koorzang waarin deze psalm een hoofdrol speelt. En ik moest denken aan Bob Dylan die begin jaren ’60 zong over ‘With God on our side’, een lied waarin alsmaar herhaald wordt hoe bij alle oorlogen God toch vooral aan onze zijde is.

Ik zou er dan bij weg willen lopen, bij alle geloof en geloofsuitingen. Het is zo’n vreselijke wereld ook. We zijn hier in het westen vol woedend onbegrip dat die lui van Isis anderen de dood injagen onder het roepen dat Allah groot is, dat andersgelovigen als de Yezidi’s tot slaaf worden gemaakt als ze niet vermoord worden, dat jonge kinderen worden geïndoctrineerd om in naam van een zalig makend geloof anderen de keel af te snijden. Ik las dat de bruten van Boko Haram de stad Bama in Nigeria hebben prijsgegeven aan het oprukkende Nigeriaanse leger, maar niet nadat ze tientallen vrouwen hadden afgeslacht. Waarom? Omdat die vrouwen niet opnieuw mochten trouwen en dat er, alleen als ze puur zouden blijven, in de hemel weer hereniging plaats zou vinden. Hoe lang gaat die waanzin nog door? Denken dat je weet hoe de wereld in elkaar zit, spreken namens een god, anderen oordelen en kapot maken, dood en verderf zaaien omdat dat moet in naam van een opperwezen. Wij vinden het hier vreselijk dat die anderen van die terreurbewegingen dat doen. Maar als ik dan eens kijk naar hoe zo’n joodse psalm wordt gebruikt, kom ik dezelfde manier van denken in ieder geval tegen. God en geweld – die giftige cocktail is dus overal te vinden, al eeuwen lang en nog steeds. Het gaat maar door…

Op zulke momenten begrijp ik mensen heel goed die niets moeten hebben van religie. De waanzin waartoe geloof kan leiden. De geborneerdheid, de vooringenomenheid, het denken te weten wat jouw god wil. En vooral alle geweld, in woorden en daden, dat in dienst van het hogere doel blijkbaar moet worden uitgeoefend. Het bruist en borrelt in mijn binnenkamer. Hoe kom ik tot bedaren? Ik wil genieten van de voorjaarszon, luisteren naar de merel die ’s avonds weer hoog boven mij zingt dat het een lust is. Ik wil het leven omhelzen. Ik wil… Ja, misschien moet ik wel weer even niets willen. Ik ben ook een baasje, op mijn manier. Ik wil meters maken, bergen, vooruit: bergjes verzetten, opvallen, gezien worden. In realiseer me, niet voor het eerst trouwens, dat mijn verontwaardiging over zulke zaken ook ergens vandaan komt. Het is mijn eigen wereld waarin God zo vaak ter sprake komt. Zo ben ik ook opgevoed. Alsof wij, van onze club, het zouden weten en wij alleen maar goede bedoelingen zouden hebben. Dit is zo’n ingewikkelde verstrikking! Ik maak deel uit van die god voor en god na wereld. Wat ik zelf moet doen is alle geweld in mijn denken uitbannen. Ik zou soms ook mensen willen slaan. Mijn oordeel over anderen kan ook heel vernietigend zijn. Ik wil ook ontsnappen aan het schuldig zijn en mezelf voorhouden dat ik aan de goede kant sta, met god aan mijn zijde. Maar dat kan ik niet, ik maak deel uit van deze wereld. Dus draag ik schuld alleen al doordat ik besta. Dus kan ik niet ontsnappen, anders dan door mijzelf onder ogen te zien en  in alle eerlijkheid een beetje rond te scharrelen. Ik lijk op die discipelen van Jezus die van alles dachten en wilden, zichzelf amper kenden en dus wegvluchten toen het erop aan kwam. Ze begrepen er niets van, niets van de manier waarop deze bijzondere man van Nazareth alle geweld trotseerde door het te juist ondergaan. Ik begrijp het ook niet, maar ik voel dat daar ergens het geheim zich bevindt…

Tekst (naar Mattheus 20: 29 v.v.): ‘Ik zag niets. Ik riep: heb medelijden! Anderen zeiden: houd je mond. Ik riep opnieuw: heb medelijden! Toen zei iemand: wat wil je dat ik doe? Toen zei ik: ik wil zien! Hij raakte mij aan. En, o wonder, ik zag!’

 

Terug naar overzicht…