Haat

Door Ds. Aart Mak

Zowel bij het Songfestival de afgelopen week als bij de komende Europese kampioenschappen voetbal staan landen als Azerbeidzjan, Oekraïne en Polen volop in de belangstelling. Er is trouwens wel wat aan de hand in die landen. In Oekraïne moet het propageren van homoseksualiteit verboden worden. Dat is zo’n beetje de strekking van een wetsvoorstel dat bij de Oekraïense parlementaire commissie voor vrijheid van meningsuiting ligt. In de toelichting staat dat de nationale veiligheid bedreigd wordt door homoseksuelen. Met de wet zouden kinderen ook beschermd moeten worden tegen homoseksuelen in bijvoorbeeld de media. Een vergelijkbare verordening werd in maart aangenomen in enkele Russische steden, onder andere in Sint-Petersburg. Volgens mensenrechtendeskundigen gaat de Oekraïense wet verder omdat die voor het hele land geldt en ook censuur oplegt.
Mensen die het land kennen melden dat de meeste Oekraïense homo's hun geaardheid geheim houden. Logisch ook, want ze lopen het risico gemolesteerd te worden door hun buren.

Opvallend is het dat niet alleen in dit land waar het Nederlandse voetbalelftal drie wedstrijden speelt, maar in heel Oost-Europa homoseksualiteit zo’n haat oproept. Mensen worden niet incidenteel maar voortdurend in elkaar geslagen, niet in een land maar in allerlei landen, van Slowakije tot Moldavië. De daders zijn doorgaans mensen met aan de ideologie van het Derde Rijk van de nazi’s ontleende vergiftigde ideeën, maar ze kunnen hun gang gaan, omdat de politie nogal eens de andere kant uitkijkt en een groot deel van de bevolking deze gewelddadige haat jegens medemensen steunt en zelfs toejuicht. Ook de voorgangers van de orthodoxe kerken laten zich niet onbetuigd en doen er in het algemeen graag een vroom sausje bij. De dapperen die ondanks dit alles toch optochten voor homo-rechten in een van de Oost-Europese landen organiseren, dwingen mijn grote bewondering af.

Je kunt je afvragen waar die haat vandaan komt. De psychologie zegt dat mensen geneigd zijn hun eigen donkere kanten op anderen te projecteren. Bij die donkere kanten kun je in dit geval denken aan de angst voor het anders-zijn, de angst dat je eigen kinderen zo zijn en de angst voor chaos. Angst hoort bij het leven. Maar omdat angst onzeker maakt, zoek je een oorzaak van die angst. Zelf wil je niet veranderen. Nee, want je zoekt juist zekerheid. Dus moet de ander die onzeker maakt, de vreemdeling, de kleurling, de homo, de vrouw, de jood, de moslim, wie dan ook maar anders en in de minderheid is, het ontgelden. Populisten spelen daar graag op in en vergroten het gevoel dat we bedreigd worden. Dat was vroeger zo en dat gebeurt nog steeds. En zo veranderen mensen die zich verbazen over hun onderlinge verschillen tot wezens die elkaar haten en geen deel van leven gunnen. Het was jarenlang een goede gewoonte om bij deze of vergelijkbare thema’s te zeggen dat het in Nederland wel meevalt. Ik betwijfel dat in toenemende mate. Of de Nederlandse tolerantie een gevolg is van de welvaart waarin je onverschillig kunt zijn jegens anderen omdat jij het zelf wel goed hebt of dat die tolerantie het gevolg is van een diepe innerlijke overtuiging, zal blijken in deze jaren. Het begint allemaal met woorden en zinnen waarin anderen voor gek, verknipt of geschift worden uitgemaakt. Het gaat verder met taal over de gewone burger die in zijn portemonnee wordt gepakt en in wiens straat mensen wonen om wie hij niet gevraagd heeft. Dat zijn allemaal woorden die veel teweeg brengen. In de parlementen van onze democratieën kan het nog een spel zijn om allerlei lelijke dingen over elkaar te zeggen. Maar in de VS moet presidentskandidaat Mitt Romney zich distantiëren van figuren met veel geld die niet schromen de werkelijkheid te manipuleren en in feite haat zaaien, zo groot dat dwazen naar wapens grijpen.

Je kunt je trainen om het gescheld van anderen geen pijn te laten doen. Maar een samenleving waarin het gewoonte wordt niet alleen zaken op de spits te drijven maar ook mensen met naam en toenaam voor knettergek te verklaren, laat onkruid opschieten waar iets anders zou moeten groeien. Woorden zijn nooit alleen maar woorden. Elk kind dat gepest wordt weet dat. Elke volwassene die over haar of hem hoorde roddelen, weet dat ook. De tragiek is dan des te groter als de kerken in bijvoorbeeld de landen van Oost-Europa zich pontificaal, met de priesterlijke zegen dus, opstellen achter de boze, beledigende, haat naar  medemensen blazende burgers. Terwijl die kerk, als de traditie echt van waarde zou zijn, een verhaal in huis heeft dat als een antiserum tegen haat kan dienen. In dat verhaal wordt elke begrensdheid doorbroken. De taalbarrière die zo vaak voor geweld heeft gezorgd, speelt ineens geen rol meer. Het vuur dat brandt in de harten wordt geheiligd en richt zich niet meer tegen anderen, maar brandt voor een ideaal van verbondenheid. Mensen worden uitgenodigd kopje onder te gaan, dat is het ritueel van de doop. Ten diepste is dat een afzweren van alle ego-denken en daarmee van angst voor en geweld tegen een ander. Als je niets meer van jezelf hoeft overeind te houden, is er ook niemand meer die jou bedreigt. Het leven openbaart een verrassende eenvoud. Je bent goed zoals je bent en niet meer of minder dan de mens die naast je woont. Het vuur daalt neer op ieders hoofd en allen worden vervuld van een vrede die, zoals iemand later zei, alle verstand te boven gaat. Dat is nou heilige geest. En daarmee krijgen de woorden een andere lading omdat ze voortkomen uit een hart dat gezuiverd is. Dat is het verhaal dat de kerk in huis heeft, het antiserum tegen alle monden vol haat zaaiende taal en harten die barsten van de angst. Het is het verhaal over mensen die een heilige bron worden van woorden van vrede en heldere daden van liefde. Dat verhaal is het dat we vandaag als een feest vieren en dat ten diepste even moeilijk te vatten is als die andere waarheden van het christelijke geloof, namelijk dat in elk mens God geboren wordt en dat geen mens ten prooi kan vallen aan de dood. Het zal denk ik nog blijken hoezeer dit beste van het christendom nodig is om een beschaving in stand te houden waar niemand bang is om met woorden afgemaakt of met boksbeugels in elkaar geslagen te worden.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek uit het Pinksteroratorium en het lied ‘Morning has broken’. Gelezen werd uit Jesaja 61:1. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

 

Terug naar overzicht…