Rekenmodel

Door Ds. Aart Mak

Het was donderdag, de dag dat de Protestantse Kerk in Nederland haar nieuwe ledenregistratiesysteem presenteerde. Arjan Plaisier, de scriba van de landelijke kerk, vergeleek het oude, miljoenen kostende systeem, Numeri geheten, met het bouwen van een huis op zand. Maar nu was alles goed, het nieuwe stond LRS stond als een huis (op een rots). En hij vervolgde: “De kerk zal meer dan in het verleden een kerk van leden moeten zijn, van levende lidmaten. Henk en Ingrid, die hebben wij ook.” Tja, die Plaisier weet tenminste hoe je mensen met een verrassende uitspraak moet lokken. Toch was het dagblad Trouw afwezig. Geen Trouwlezer die de dag erop via zijn krant wist dat het met de ledenregistratie van de grote protestantse kerk van Nederland wel weer goed komt. Op die donderdag verscheen er wel een ander bericht in deze landelijke krant: ‘Religie sterft uit in Nederland’. Nog maar veertig procent van de bevolking van dit land voelt zich verbonden met een kerkgerelateerde religie. Ik vind het getal van veertig procent nog vrij hoog, maar dat komt misschien omdat ik in de provincie Noord-Holland woon. Maar hoe het zij, een aantal wetenschappers uit de Verenigde Staten voorspelt dat religie in Nederland uiteindelijk zal uitsterven.

Mocht u dat bericht niet gelezen of gehoord hebben: een aantal wetenschappers zette cijfers over religie in 85 landen op een rij. Zij besteedden in het bijzonder aandacht aan Australië, Canada, Finland, Ierland, Nederland, Nieuw-Zeeland, Oostenrijk, Tsjechië en Zwitserland. Waarom juist daar? Omdat in die landen veel cijfermateriaal beschikbaar was. Het aparte aan dit bericht is dat de wetenschappers natuurkundigen zijn en dat ze een model op de georganiseerde godsdienst hebben losgelaten dat ze bij het onderzoek naar talen vandaan hebben. Dan kijk je dus naar de kleine talen als het Sami, het Wepsisch en ook het Fries en onderzoek je hoe snel deze talen uitsterven. Hoe kleiner de taal, hoe minder mensen hem spreken en hoe kleiner de taal dus weer wordt. Tot er nog een oude grijsaard is die niet afatisch is maar woorden spreekt die verder niemand meer kan verstaan. Op dit moment bestaan er trouwens nog 6000 talen in de wereld en men denkt dat dit aantal over een eeuw gehalveerd zal zijn. Je schijnt dus op grond van het aantal mensen dat een taal spreekt, te kunnen berekenen hoe lang die taal het uithoudt. Nu, met zulke rekenmodellen hebben wetenschappers in Illinois en Arizona gekeken naar de relatie tussen het aantal gelovigen en hun betrokkenheid op een gelovige instelling zoals bijvoorbeeld een kerk. Het model is gebaseerd op de waarneming dat wanneer een taal groeit, het sociaal handig is om die taal te gaan spreken. Des te langer houdt die taal het dan vol. En zo geldt dat ook voor een geloof. Zie bijvoorbeeld Nederland. Steeds minder mensen zijn lid van een kerk. Dus brengt het kerklidmaatschap steeds minder sociale voordelen met zich mee. En daardoor zal het geloof in dit land langzaam uitsterven.

Nou, fijn onderzoek, vindt u niet? Het klinkt heel logisch en betrouwbaar. Maar los van mijn eerste gedachte waarom mensen die de zwaartekracht horen te bestuderen, in vredesnaam het bestaan van het georganiseerde geloof willen onderzoeken, zit ik me vooral af te vragen wat het spreken van een kleine taal als het Twents nu te maken heeft met het georganiseerde geloof. Want juist mensen in de kerk praten vaak ongelooflijk langs elkaar heen. Mijn ervaring in discussies tussen kerkleden over, zeg maar, de almacht van God, is dat het lijkt of de een Swahili spreekt en de ander Fins. Het gaat over dezelfde God, maar de sprekers roepen ‘vanaf twee overzijden die elkaar lijken te vermijden’. Toch zitten die bewoners uit twee werelden bij elkaar in een kerk. Ziedaar het wonder, vergelijkbaar met de brug van Bommel waarover Martinus Nijhoff zijn gedicht schreef. Ik weet ook wel dat het in de voorbije tijden statusverhogend was om ouderling en helemaal om kerkvoogd te zijn en dat dit allang niet meer zo is. Kwade tongen beweren dat sinds de vrouw werd toegelaten tot het ambt, de mannen zich hebben afgewend van het vroeger zo begeerde baantje van kerkenraadslid. Het werd te gewoon. Aan zulke sociologische wetten beantwoordt ook de kerk. En natuurlijk, het is met een kerksluiting van twee kerken per week op de vingers van twee handen na te tellen hoe lang het nog duurt voor de meeste kerken of afgebroken zijn of omgetoverd tot een tapijtenhal, appartementencomplex of cultuurtempel. Op de radio zei een rooms-katholieke theoloog dat het geloof steeds individueler wordt, dus minder georganiseerd is en dat je daarom religie niet alleen kunt afmeten naar het aantal mensen dat lid is van een kerk, synagoge of moskee. Ook dat was al bekend. Maar ik voorspel dat wij in dit land naar een tijd toegaan waar mensen weer behoefte krijgen om ergens ook religieus bij te horen.

De beelden uit Japan en overigens ook de chaos in de Arabische landen voorspellen dat de huidige wereldverhoudingen en vooral onze welvaart aan het einde van een cyclus zijn gekomen. Wij komen uit een tijd vandaan dat mensen op eigen benen gingen staan omdat zij economisch niet meer afhankelijk waren van de boerderij van hun ouders. Vanwege hun oude vader of moeder hoefden ze ook niet meer thuis te blijven want er kwamen immers allerlei zorginstellingen. Vrouwen konden hun eigen leven gaan leiden omdat zij niet meer afhankelijk waren van het geld van hun man. Enzovoort. Dat is de tijd waar wij in zijn groot geworden. Maar dat kan allemaal en dat zal allemaal gaan veranderen. En dan hebben we elkaar opnieuw nodig, materieel en ideëel. In onzekere tijden zoeken mensen elkaar weer op. Ze formuleren hun gemeenschappelijke idealen, ze zingen over wat hen bezielt en ze steunen elkaar door voor elkaar te bidden en met elkaar te werken. Ik kan niet goed verzinnen waarom we daaraan definitief ontgroeid zouden zijn. Ik weet ook wel dat ik zelf nooit van zijn levensdagen terug wil naar de starre, door dogma’s en morele benepenheid gedomineerde kerk. Maar ik zie in de toekomst de steden en dorpen wel voor me, de plaatsen met kerkgebouwen die overeind zijn gebleven en geheel gerenoveerd. Daar komen mensen samen zonder terug te vallen achter de verworvenheden van tegenwoordig: gelijkwaardigheid, mondigheid, met verschillende ideeën over geloof en spiritualiteit. Maar ze komen samen omdat niemand het alleen kan. Ze bezielen en ondersteunen elkaar. De wereld die dan al lang niet meer zo is zoals wij die nu net nog meemaken, is waarschijnlijk ingewikkeld en hard genoeg. Zo is het christendom ooit begonnen en ik zou niet weten waarom dat zich in dit land in de nabije toekomst niet kan herhalen. Ik heb totaal geen idee welk rekenmodel bij dit visioen past en het interesseert mij zelfs niet hoe je de levende lidmaten van de toekomst registreert. Het begrip alleen al: levende lidmaten! Mag het allemaal een onsje minder berekening en een pondje meer hartstocht zijn? Moet je dan eens kijken hoe een bijna dode taal weer levend wordt.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde muziek van Ibert en gezang 170 uit het Liedboek van de Kerken. Gelezen werd uit Kolossenzen 3: 13-15. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..


 

Terug naar overzicht…