Vruchtbaar

Door Ds. Aart Mak

Weet u nog hoeveel kinderen aartsvader Jacob had en hoe zij allemaal heetten? Ruben, Simeon, Levi, Juda, Dan, Naftali, Gad, Aser, Issachar, Zebulon, Jozef en Benjamin. Die had hij allemaal niet bij dezelfde vrouw. Zes zonen verwekte hij bij zijn vrouw Lea, twee, Jozef en Benjamin, bij zijn liefste vrouw Rachel. Twee jongens kreeg hij van Rachels slavin Bilha en twee zonen baarde Zilpa voor hem, een andere slavin, nu van Lea. En dan was er een dochter met de naam Dina, en er moeten nog meer dochters zijn geweest getuige de meervoudsvorm dochters die in Genesis 37 wordt gebruikt.

Een vergelijkbare vruchtbaarheid moet vastgesteld worden bij de Libische leider – nog steeds – Moammar Kadafi. Inmiddels weet u ook waarschijnlijk wel dat hij zeven zonen en een dochter heeft. Alleen de oudste is van zijn eerste vrouw, Fatiha. De anderen zijn allen van Safia. Daarnaast heeft de Libische leider nog twee adoptiekinderen. Dat zijn er dus tien in totaal. De afgelopen week werd in alle kranten bericht dat de meeste van zijn zonen op sleutelposities zijn gemanoeuvreerd, naar gelang hun karakter en talent. Iets minder bekend is dat de in 1942 geboren Moammar Kadafi, die al sinds 1970 de leider van Libië is, zich altijd laat omringen door vrouwelijke lijfwachten. Deze vrouwen zien er niet alleen bloedmooi uit maar zijn ook bereid te sterven voor hun baas, zoals meer dan eens gebeurde als er weer een aanslag werd gepleegd op hun chef en een van hen zich in de baan van het schot gooide. Kadafi is en blijft een vreemde snoeshaan. Afstammend van Bedoeïenen presteerde hij het regelmatig om, op staatsbezoek in andere landen, zijn tenten op te slaan op het grasveld van een paleis van zijn gastheer en zo als een nomade de nacht door te brengen. Hij pleitte zijn leven lang voor een Verenigd Afrika en ontwikkelde een eigenzinnige filosofie, het Arabisch socialisme. De man is al jaren voer voor psychologen. Hij was in elk geval slim genoeg om zich meestal niet zo diplomatiek maar wel opportunistisch op te stellen. Bovendien had de halve wereld belang bij zijn vreemde vriendschap. Zijn land stroomt over van de moderne melk en honing, Libië heeft olie en gas in overvloed. Nu blijkt de voormalige kolonel de gevaarlijke gek te zijn waar de kenners hem al jaren voor hielden. 

Het aangrijpende schouwspel dat zich in de eerste maanden van dit jaar afspeelt in de Arabische wereld, lijkt nog het meest op een modern computerspel. De held moet zich door verschillende niveaus vechten. Overal loert het gevaar. En met elk nieuw level wordt het moeilijker. Na Tunesië en Egypte is nu Libië aan de beurt. Verderop wachten Jemen en Bahrein. Nog verder weg deelt koning Abdoellah van Saoedi-Arabië al geld uit of het niks kost, alleen maar om alle onrust bij zijn onderdanen bij voorbaat weg te nemen. En helemaal ver weg wacht de ergste en meest wrede tegenstander van allemaal, Bashar El-Assad. In zijn land, Syrië, zijn de gevangenissen het meest overvol en staat de geheime politie bekend als zo efficiënt dat elk begin van verzet direct in de kiem wordt gesmoord. Niet alleen de vergelijking met een modern computerspel gaat op. Het lijkt zelfs wel een geschiedenis met bijbelse proporties. Ineens begreep ik beter het bijbelboek Jozua. In dit boek vecht het volk Israël zich het beloofde land binnen. Als je het echt gaat lezen, duizelt het je al gauw van de namen van volken en landstreken, maar vooral van de wreedheden over en weer. Het bekendste is nog de val van de stad Jericho, een mooi verhaal dat vaak verteld wordt aan kinderen, maar niet het vervolg daarop: hoe Achan zich niet hield aan de afspraak en wat voor straf hem en zijn familie toen wachtte. Verderop in het boek Jozua wordt het land verdeeld over de twaalf stammen van Israël, inderdaad, precies de namen van de eerdergenoemde zonen van aartsvader Jacob.

Maar, als gezegd, ik begreep beter waar dit quasi historische en vooral profetische bijbelboek over gaat. Het gaat over de onmogelijkheid van het beloofde land. De vrijheid waar we allemaal zo naar verlangen moet bevochten worden. Wat je aan de ene kant wint, verlies je aan de andere kant. Mensen zijn egoïstisch, heerszuchtig en wreed. Het is vaak jij of ik. Jozua doet daar in dit boek ook ernstig aan mee. Zijn tegenstanders worden tot de laatste man uitgeroeid, overwonnen vijanden worden opgehangen en steden verbrand. Het boek Jozua, ik zag het ineens, lijkt op de pijnlijke weeën die plaatsvinden voor de geboorte van iets nieuws. Het gaat over opstand en revolutie, over de hoop het oude regime te kunnen vervangen door een nieuwe regering. Het gaat over de wreedheid van de zittende macht en de onmogelijkheid voor de rebellen om hun handen in dit gevecht om vrijheid en menselijke waardigheid schoon te houden. Het huidige Israël weet daar alles van, ook hoe je het humane spoor bijster kunt raken in het gevecht om te overleven. In ons eigen land -aanstaande woensdag zijn er weer verkiezingen, bestaat sinds enige jaren de neiging om ons terug te trekken achter de dijken en onze handen schoon te houden. Denk aan de recente politieke discussie over Afghanistan en de feitelijk steeds hoger wordende barrière voor vluchtelingen die ons land willen binnenkomen. En dan is er bovendien de dwaze beeldvorming van zekere kant over moslims. Er zijn er die ons land het liefst weer blank en eigen willen zien, want wat bedoel je anders wanneer je tegen vrouwen met hoofddoekjes in de bus bent? Ook dat is een manier om het spoor van de geschiedenis en het voortdurend werken aan meer menselijkheid bijster te raken.

Ik begon dit Goede Begin met de twaalf zonen van Jacob en ging verder met de zonen van Kadafi. Ik wil tenslotte wijzen op dat gedicht van Slauerhoff waarin het ook gaat over zonen, zeven ditmaal. Deze Friese dichter, altijd de onrust zelve, pleitte regelmatig voor de uitzondering op de regel. Geen koekoek een zang, niet allemaal hetzelfde zijn alsjeblieft. En wat is vruchtbaarheid? Waarom altijd economisch rendement? Daarom lees ik zijn gedicht 'De Schalmei' als enig tegenwicht tegen alle bloedige ernst van de tijden waarin wij leven:

 

Zeven zonen had moeder:
Allen heetten Peter,
Behalve Wanjka die Iwan heette.
Allen konden werken:
Eén was geitenhoeder,
Eén vlocht sandalen,
Eén zelfs bouwde kerken;
Maar Iwan die Wanjka heette
Wilde niet werken.
Op een steen in de zon gezeten
Bespeelde hij zijn schalmei.
O, mijn lieve,
Mijn lustige,
Laat mij spelen,
In de schaduw van mijn
Korte rustige vallei
Laat andren werken,
Sandalen maken of kerken
Wanjka heeft genoeg aan zijn schalmei.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde muziek van Jacques Ibert en gezang 294 uit het Liedboek van de kerken. Gelezen werd uit Jozua 1:9. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

 

 

Terug naar overzicht…