Het lef van de HEMA

Door Ds. Aart Mak

De laatste keer dat we in Parijs waren, zijn we even binnengelopen bij de Hema. Wij waren niet de enigen. De winkel, vlakbij de Saint Eustache, de Hallenkerk die ik stiekem de mooiste van allemaal in die stad vind, had bepaald niet te klagen over te weinig klanten. Moet u nagaan, de Hema, het acroniem van de Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam, ooit opgericht door de joodse Nederlanders Leo Meyer en Arthur Isaac, had opnieuw lef en is nu prominent aanwezig in het grote mondaine Parijs. Ik lees in de krant dat er inmiddels 15 winkels in Frankrijk zijn en dat de Fransen de prijs en het heldere noordelijke design zo waarderen. De wijn, de beroemde worst, schriften met lijntjes in plaats van vakjes  en de pyjama’s met Jip en Janneke opschriften blijken onverkoopbaar, maar er blijven genoeg, zoals een manager zegt, mooi vormgegeven solide producten voor een lage prijs over, waar de Fransen graag voor komen en geld uitgeven.

Ik kauw na lezing nog even op de zin ‘mooi vormgegeven solide producten voor een lage prijs’. Ik merk dat ik zou willen dat mensen dat van mijn winkel zouden zeggen. Heb ik dan een winkel? Nee, maar ik ben wel in de weer om iets aan de man en natuurlijk ook vrouw te brengen. En omdat ik de afgelopen vrijdag naar een bijeenkomst van dominees wilde waarin het ging over het lef van de predikant, laat de gedachte mij de rest van die donderdag niet meer los. Want de vraag van die conferentie was hoeveel lef je hebt als predikant. Zijn dominees niet vaak te beschroomd, ingehouden en verlegen bezig? De Hollandse Hema heeft tenminste het lef om Fransen te verleiden. Hoe zit het dus met het lef van de dominee? Natuurlijk, er zijn altijd dominees geweest met lef. De vader van de dichter A. Marja, was ook dominee, al weet ik niet zeker of hij de predikant is over wie de zoon schrijft: ‘Hij sprak aan een stuk door. (..) / Hij sprak over zijn eerbied voor het leven, /  en dat God altijd kracht naar kruis wil geven /  hing ingelijst in zijn studeervertrek. /  Hij leek een halfzacht ei, maar toen ze kwamen /  en hem met knuppels onder handen namen /  hield hij voor het eerst en tot het laatst zijn bek.’

Lef kenmerkte ook andere predikanten, denk aan degenen die tegen de heersende opinie ingingen zoals Dietrich Bonhoeffer, Jan Buskes, Alje Klamer, Bé Ruys, Hans Visser en de collega die het in 1999 opnam voor de asielzoekers, toen de hele bevolking van Zwaagwesteinde dacht dat het zo iemand moest zijn geweest die Marianne Vaatstra had vermoord. Maar dit zijn uitzonderingen. Bij mijn weten staan dominees niet bekend als helden. Eerder zijn het bijzonder aardige mensen met wie anderen niet goed raad weten. In de moderne maatschappij vertegenwoordigen ze een onbekende wereld. Hoe vaak ik na afloop van een bijeenkomst niet te horen kreeg dat het zo meeviel en dat men zelfs blij was met mijn aandeel. Ik bleek dus een gewoon mens te zijn die ook nog wat zinnigs te melden had. Kun je nagaan, wat een verrassing! Iets anders is dat het imago van de dominee erg vrouwelijk is geworden. Waar het vroeger nog de mannen waren die deftig, plechtig en licht wereldvreemd de toon zetten, nu zijn het de vrouwen die hulpvaardig, empathisch en haast onzichtbaar allerlei mensen terzijde staan. Het domineesberoep is vervrouwelijkt. Dat geldt overigens ook voor allerlei andere beroepen. Denk eens aan het onderwijs. Hoeveel mannen staan er op een willekeurige basisschool nog voor de klas? Alom vrouwen, behalve misschien de conciërge. Met vrienden sprak ik onlangs nog over de ernst hiervan. Opgroeiende jongens hebben tegenwoordig haast alleen nog met vrouwen te maken. Een man met wie zij zich kunnen identificeren of een manier van doen die onder mannen gebruikelijk is, is niet voorhanden, dus kunnen ze als jong volwassen man verstrikt raken in zichzelf.

Diezelfde afwezigheid van de man en het manlijke geldt dus ook voor de kerk waar ik mij in beweeg. In mijn omgeving zijn er nog steeds veel mannelijke collega’s, maar landelijk gezien ligt dat anders. De dominee is vrouw en daarmee vooral hulpverlener die naast de stoel van de oudere of het bed van de zieke medemens zit. Hij is voortaan een zij en daarmee ook niet meer iemand die meent het voor het zeggen te hebben. Andries Knevel vertegenwoordigt een voorbijgaande wereld. Ik ook. Daarom koos ik er al jaren geleden voor niet het hoogste woord te willen hebben maar de tweede taal te gaan spreken. De tweede taal is de taal van de ziel, de symbolen, de verborgen betekenissen en verbanden. Denk ook aan de poëzie en andere kunstuitingen. Een vriend van mij zei ooit dat ze in Heemstede dachten met mij een profeet in huis te hebben gehaald maar dat ik een prediker bleek te zijn. En hij bedoelde de bijbelse Prediker, de man die in dat prachtige boekje zijn twijfels durfde tonen.

Nu houd ik intussen wel van een dominee met lef. Iemand met lef is iemand die iets doet waar anderen met een boog omheen lopen. Daarmee is een dominee met lef goed vergelijkbaar met een rebelse artiest, iemand die verder kijkt, nadenkt en laat zien waar anderen niet aan zouden of durven denken. Het is geen toeval dat de zoon van de dominee tegenwoordig nogal eens cabaretier is. Hij doet hetzelfde als zijn vader maar dan in het theater. Goed cabaret is een vorm van bijbelse profetie: tegenwicht bieden tegen de tijdgeest en laten zien waar we met elkaar, dom genoeg mee bezig zijn. Maar, eerlijk gezegd, dit zijn uitzonderingen. Freek de Jonge is een witte raaf. Het zit hem tegenwoordig ook niet meer in het verbale. De meeste dominees zijn toegewijde dienaren van de daad geworden. Ze zijn als de bedelmonniken uit de Middeleeuwen die nog wel parttime in dienst zijn van hun kerk, maar in de eerste plaats als therapeuten of geestelijke begeleiders met gevoel voor het religieuze, medemensen bijstaan in vragen van leven en dood. De nood zit grotendeels buiten de kerk. Daar moet je dus zijn. En zo hebben de vrouwen de over binnenkerkelijke problemen pratende mannen allang gepasseerd in hun weg naar de uitgang, gedreven door hun gevoeligheid en daadkracht.

Intussen blijf ik wel hopen op lef. En dat is ook: mooi vormgegeven solide producten voor een lage prijs. Net als de Hema zou de kerk van de toekomst dat toch in de etalage moeten willen hebben. Het is net even anders vormgegeven en je kunt het goed gebruiken. Het staat leuk en het is ook nog functioneel. Het is herkenbaar en toch origineel. Ik zou willen dat de ontwerpers van de Hema eens een hele dag met tien dominees gingen praten over de vraag hoe je de producten van de kerk beter aan de man en natuurlijk ook de vrouw zou kunnen brengen. Dat moet toch iets opleveren? Als zelfs de Hema in het land waarvan ze zeggen dat je daar als God kunt leven, zoveel succes heeft? Lef is dat je ervoor gaat: een mooi vormgeven, solide en betaalbare toekomst van de kerk.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Dirk Out en het Franse lied ‘A toi la gloire’. Gelezen werd uit Psalm 51: 12-13. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

Terug naar overzicht…