Ouder worden

Door Aart Mak

Meestal vind ik het aangenaam dat ik inmiddels allang niet meer tot de jongsten behoor. Veel heb ik al eens eerder meegemaakt. Ik heb veel minder tijd nodig om te begrijpen wat iemand bedoelt of te doorzien wat er echt in iemand omgaat. Ik ben ook niet meer zo bezig met mijzelf, met mijn beste beentje voorzetten om maar een goede indruk achter te laten en voortdurend alert zijn op wat anderen vinden. Dat zijn activiteiten die meer thuishoren bij iemand die zichzelf nog moet positioneren, onzeker is en misschien wel bang voor afwijzing. Was ik dat ook, bang voor het vonnis dat anderen over mij zouden vellen? Ja, ik heb mijn momenten gehad. Maar dat lost gaandeweg op bij het vorderen van de leeftijd, merkte ik. Ook omdat ik leerde mijn echte vragen te stellen aan mensen die wijs zijn geworden over zichzelf en het leven. Ouder worden geeft ook rust, een heel aantal keuzes hoef ik niet meer te maken, een aantal zorgen heb ik niet meer. En tot mijn stomme verbazing blijkt de wereld om mij heen veel leuker te zijn dan ik ooit dacht: de gesprekken die soms heel diepgaand zijn en ook met de nodige humor gepaard gaan, de mensen van mijn leeftijd die net als ik vol in het leven staan maar net even anders dan een tien of twintig jaar geleden; en ik merk vooral dat mijn gevoeligheid is toegenomen, voor schoonheid, eenvoud en, dat gaat blijkbaar hand in hand, ook mijn gevoeligheid voor onrecht en tragiek.

In mijn wereld, die van religie en specifiek die van de dominees en andere voorgangers, is het gebruikelijk dat je je aanpast aan de traditie waarin je staat. Een dominee moet in feite zeggen wat iedereen al weet en mag niet afwijken van de vertrouwde paden. Dat beloof je zelfs als je bevestigd wordt in dit ambt dat bij de generaties van mijn grootouders en ouders in hoog aanzien stond. Een dominee die origineel of bijzonder is, wordt toegejuicht maar die toejuichingen gelden voor de dominee die op frivole wijze binnen de perken blijft. Geen tevredener kerkgangers dan diegenen die van hun voorganger het gevoel krijgen dat zij met hun geloof heel goed aansluiten bij de moderne tijd. Bij het ouder worden ben ik die mechanismen gaan doorzien, inclusief de angst om afwijkend te zijn en iets anders te zeggen dan wat verwacht wordt. Ik herinner mij een hoogleraar theologie die ons waarschuwde om te denken dat je iets nieuws kon zeggen. Alles is immers al bedacht en gezegd. En zo leer je om een knechtje te zijn, in dienst van de Heer of iets anders hogers.

Maar degene die ouder wordt, zoals ik, geboren in 1953 en inmiddels dus 62, heeft meestal te laat in de gaten dat het landschap waarin hij rondloopt veranderd is. Ik ben zelf veranderd, maar dat heb ik allemaal stap voor stap gevolgd of zelf in gang gezet. Ik kan soms zelfs trots zijn  op wat ik verworven heb aan inzichten, kennis, snelle combinaties in mijn hoofd en vooral op alsmaar toegenomen intuïtie. Maar dan ineens merk ik dat niet alleen ik maar iedereen is veranderd en ook nog eens het decor waar ik meestal met mijn rug naar toe sta. Een leeftijdgenoot en vriend van mij die pas een nieuwe directeur kreeg in het bedrijf waar hij al jaren werkt en wat hij menigmaal door een crisis heeft heen geloodst, merkte tot zijn verbijstering dat zijn mening door zijn nieuwe, veertigjarige baas voor kennisgeving wordt aangenomen. Hij staat ineens aan de rand en ziet nu wat hij eerst niet zag: achter de façade van waardering wordt hij nog slechts geduld en voor zijn gevoel bij vlagen al weggekeken. Ook dat hoort blijkbaar bij de lessen van het ouder worden. Waar je eerst nog groeit in kennis en ervaring en denkt dat je hogere bergen dan ooit kunt verzetten, blijken jouw inzichten overbodig te zijn geworden. Anderen zijn aan de beurt en stimuleren je zelfs wat langer te pauzeren en meer tijd te nemen voor thuis.

Ik heb wel eens gelezen dat een bloem op haar mooist is kort voor zij verwelkt. En dat klopt wel, is mijn ervaring. Ik zie de rozen voor me die zich van een kleine knop ontwikkelen tot een grote bloem met alle bladen breed uitgevouwen. Op z’n mooist. En dan weet je dat het al bijna voorbij is. Het lijkt erop dat dit met mensen ook het geval is, in elk geval gezien vanuit de wereld van het werk en de generaties die elkaar aflossen in verantwoordelijkheid en visie. Dat geeft – en dat is een inzicht waar ik al jaren geleden voorzichtig aan raakte – tegelijk een enorme vrijheid aan degene die de bloeitijd haast voorbij is. Eindelijk de kans om authentiek te zijn, onverwachte wegen in te slaan, je te laten verrassen en wie weet wél iets nieuws en totaal anders te zeggen. Soms lijkt het ouder worden op de laatste stappen in het dal waar je nu langzaam weer uit omhoog klimt. En terugkijkend zie je het gewoel van mensen, de verwarring, het ellebogenwerk, de strijd, ook die van jezelf. Maar je ziet hoe dat meer en meer verleden tijd aan het worden is. En je kijkt eraan voorbij, verder dan je ooit zag, wetend dat je weg nu verder omhoog mag gaan, weg uit het dal, een berg op, met wie weet een vergezicht als de oude Mozes ooit had.

Terug naar overzicht…