Groen

Door Ds. Aart Mak

Na de rode impulsieve mens van veertien dagen geleden en het op  verhoogde toon opgenomen Goede Begin van vorige week dat ging over de blauwe, ontvankelijke mens, wil ik het nu hebben over de groene mens. Ja, op zich bestaat die niet. Hoewel, mensen die nog maar net komen kijken en nog veel moeten leren, worden door anderen nogal eens groentje genoemd. Daarom heette het ook ontgroenen, als ouderejaars studenten zich met harde hand ontfermden over de net aangekomen eerstejaars. En u heeft ook vast wel eens iets gezien van die aardige, bescheiden dokter die in een groot groen monster veranderd, de Hulk. Maar groen, de kleur groen, wat zullen we doen? Dan kom ik later wel op die groene mens terug.

Groen is in onze tijd de kleur die geassocieerd wordt met fris en vers. Groen herinnert aan de natuur. En groene producten zouden dus, als ze tenminste deugen, van de natuur moeten zijn. Ik moet eerlijk zeggen dat ik toen ik jong was, niet van de kleur groen hield. Misschien, bedenk ik, omdat ik wel eens zag hoe schimmel op kaas of andere etenswaren eruitzag, groen uitgeslagen. Ik was een aantal jaren wagenziek, moest regelmatig overgeven en was altijd weer verbijsterd door de groene brij. Groen was kortom vies en gifgroen was zelfs lelijk. En toch zag ik ook dat het gras waarop ik elke dag voetbalde groen was en dat groen licht betekende dat ik mij niet langer hoefde te vervelen, wachtend voor een stoplicht.

Groen is, naar ik later begreep, de kleur van de hoop. En sinds de jaren zestig is het de kleur van de milieubeweging, denk ook aan Groen Links hier en de Groenen in Duitsland. Green Peace heet ook niet voor niets zo. En groene stroom zou toch wat anders moeten zijn dan grijze stroom. Zo wordt er ook gespeeld met kleuren overigens. Beleidsmakers en politici weten dat onze geest associeert op kleuren. Het CDA is groen en ook D’66 tooit zich met die kleur. Daarmee suggereren ze dat ze toekomstgericht zijn en aandacht hebben voor de omgeving. Over omgeving gesproken. Om niet op te vallen in die omgeving, dragen soldaten vanouds groene uniformen. Dan heb ik het over de zandhazen van de landmacht, die zich vaak ook nog eens met allerlei takken en groene bladeren extra camoufleren.

Groen is de traditionele kleur van de Islam trouwens. Zie alle vlaggen van landen waar de Islam een min of meer groot stempel op de samenleving drukt. Men zegt dat dit is omdat Mohammed zo van groen hield. Mij lijkt het waarschijnlijker dat de voor woestijnvolken als de Bedoeïenen de kleur groen het signaal was dat ze een oase naderden. Weer dus de kleur groen als teken van groei en bloei, water en vruchtbaarheid. Misschien is dat ook de reden dat in die andere godsdienst, het christendom, de kleur groen zo vaak aanwezig is als liturgische kleur. Na Pinksteren en de daarop volgende zondag Drie-eenheid tot aan de Adventstijd is het groen wat de zondagse klok slaat. En daarna, na de Kersttijd en voor de Passietijd ook weer. Groen is de kleur van het gewone, van God gegeven leven, de dagelijkse dingen, eten en drinken, slapen en waken, werk en vrije tijd.

Nu dan de groene mens. Wie zou dat zijn? Even gaan mijn gedachten naar de uitdrukking dat iemand groen van jaloezie kan zien. Misschien is dat ervaringswijsheid, een geobsedeerd mens verandert ook zichtbaar. In Othello van Shakespeare komt een monster met groene ogen voor. Maar toch denk ik aan iets anders als het gaat over de groene mens. Het is de mens die in evenwicht is. Buiten klopt grotendeels met binnen. In evenwicht ook met haar of zijn omgeving. Groene vingers hebben betekenen toch dat je halfdode planten, struiken en bomen tot leven weet te wekken? Ook dat is evenwicht. In de bijbel, het heilige boek met al die verhalen over bevlogen en bezeten mensen, denk ik dan aan de apostel Jacobus. Hij heeft zelfs een brief geschreven. Daarin geeft hij blijk van evenwicht. Geloof is bij hem de verbinding tussen woord en daad. Van alles zeggen maar niets doen, is dorheid en de dood in de pot. Geloven is bij hem je omgeving beïnvloeden. Ook hij begrijpt dat, wil je die omgeving positief beïnvloeden, je eerst je zelf onder ogen moet zien. En hij noemt de hartstochten die strijd leveren in het binnenste van een mens. Iets verlangen en niet krijgen. En ook, jawel, noemt hij de jaloezie. U krijgt niets omdat u niet bidt. En als u bidt ontvangt u niets omdat u verkeerd bidt. Want u wilt alleen uw eigen hartstochten bevredigen.

Deze felle maar vooral ware  woorden, kunnen alleen bij een evenwichtig mens vandaan komen die goed heeft nagedacht over zichzelf. Hij mag dan door de reformator Maarten Luther een werkheilige worden genoemd (en daar was Luther zoals u waarschijnlijk weet op tegen), Jacobus zag goed wat wij in de moderne tijd ook zien: inspiratie zonder zichtbare gevolgen, geloof zonder daadkracht heeft geen zin. Daarom noem ik deze Jacobus, een van de twaalven rond Jezus, de groene mens. En niet toevallig denk ik aan de eerste psalm van de 150. Daarin gaat het over een mens als een boom, geplant aan het stromend water, op tijd vruchtdragend, met bladeren die niet verdorren. Mijn liefje, kan het nog groener?

Met muziek van Desplat en Rachmaninov. Verder hoorde u ‘Volière’ van Camille Saint-Saens en het gezang 94 uit het Liedboek. Gelezen werd uit Jacobus 1: 19 2n 21. Gebeden werd uit ‘Bij gelegenheid (II)’ van Sytze de Vries.

Terug naar overzicht…