Stress

Door Ds. Aart Mak

Hoorde op de radio dat mensen die in steden wonen aanzienlijk meer kans lopen stress te krijgen en zelfs nog vaker depressiviteit kunnen oplopen. Ik weet trouwens niet of je depressiviteit oploopt. Het is geen koutje. Het is bij sommigen een sluimerend dier dat zomaar ineens kan gaan grommen als een kwaadaardig monster in je binnenste. Het zat er al wel maar het sliep, je had het niet in de gaten. In tegenstelling tot depressiviteit lijkt stress dan meer iets dat je naar je toe haalt. Door een manier van leven, nooit jezelf rust te gunnen, het een na het ander, jezelf voordurend afmeten aan een te hoge standaard, dat soort dingen. Je doet het zelf, die molen aan de gang brengen. En dan draait de molen en dan merk je dat je er zelf in zit en er niet zomaar even uit kunt springen. Nou, dat allemaal komt veel vaker in steden voor dan op het platteland. En laat nu al meer dan de helft van de wereldbevolking in de stad wonen!

Ik ben zelf op dit moment enigszins aan het eind van mijn Latijn. Ik moet uitkijken, zeker na wekenlang elke morgen om zes uur opstaan en dan toch een betrekkelijk normaal ritme draaien de verdere dag en avond. Het gebeurt me trouwens altijd als de vakantie nadert. Mijn werk is nooit af, ik schuif altijd veel door naar een volgende week omdat er zoveel onverwachts gebeurt in de week die aan de orde is. Maar dan komen een keer de vrije dagen. Een wenkend perspectief. Eindelijk opstaan en de dingen groeten zoals Marc in dat mooie gedicht van Paul van Ostaijen. En in die laatste werkweek krijg ik ineens die vreemde neurotische overtuiging dat in die week alles wel klaar moet zijn of in elk geval zo goed mogelijk afgerond moet worden. Onmogelijk natuurlijk, maar tot de voorlaatste dag rol ik als een Sisyfus die immense zware ronde steen de berg op omhoog. Goed, genoeg over mezelf. Op de avond dat ik dit schrijf is er nog wel meer aan de hand dat de aandacht verdient. Via Sisyfus, een van de bekende namen uit de Griekse mythologie, is het bruggetje naar Griekenland gauw gemaakt. Sommige kranten spreken al over een tragedie. Dat is wat overdreven, maar ze bedoelen dat de afloop haast onafwendbaar gaat naar een wegvallen van dit Zuid-Europese land uit de muntunie en daarmee naar weer een financiële klap die iedereen in zijn portemonnee zal voelen. Wat mij stoort is het gemak waarmee de Grieken veroordeeld worden. Alsof er ineens geen onderscheid meer bestaat tussen een zich verrijkende politieke en economische elite in dit land en de gewone Grieken, de boeren en de stadsmensen.

Aan die grofmazige, makkelijk oordelende benadering van dit en vele andere maatschappelijke problemen draagt iemand als Wilders bepaald bij. Het is goed dat de rechter hem op alle punten heeft vrijgesproken. Hij heeft dus niet buiten de wet om gehandeld. Ik accepteer dat en begrijp heel goed dat de vrijheid van meningsuiting behoorlijk wat speelruimte nodig heeft en dat mensen in een democratie met dat recht op die vrijheid tegen een stootje moeten kunnen. Maar op het morele vlak – en dan gaat het over gewoon fatsoen, over het hoogachten van je medemensen en over het niet zomaar iets roepen waarvan je weet dat je daar anderen diep mee grieft, is en blijft er iets aan de hand met die man. En het gaat natuurlijk niet alleen om hem. Wilders staat voor een heel maatschappelijk klimaat waarin het vreemde wordt verwenst en het eigene, wat dat ook moge zijn, wordt opgehemeld. Europa gooit de deuren vrijwel dicht voor de vluchtelingen uit Noord-Afrika. We ontwikkelen sluipenderwijs een openlijk en ongezond wantrouwen jegens immigranten. Juist deze mensen, uit Afrika, Azië en Oost-Europa, inclusief de Polen, hebben we hier in de toekomst hard nodig, omdat het er naar uitziet dat er geen autochtone jongere het voor minder wil doen dan een opleiding tot manager en mijn generatie tussen nu en vijftien jaar niet meer werkt en tot de ouderen behoort. Dit zijn dan allemaal nog pragmatische, economische argumenten om anders met de vreemdelingen om te gaan dan nu vaak gebeurt. Maar het is toch godgeklaagd dat alle haat zich bij een aanzienlijk deel van onze bevolking richt op de Islam en de aanhangers van die godsdienst. Hoe zouden christenen het vinden om voortdurend beoordeeld en geschandaliseerd te worden vanwege de christelijke groeperingen die in Noord-Amerika geweld gebruiken tegen de abortusklinieken en de christelijke relifundi’s die continu homo’s in elkaar slaan? Die hetze tegen de Islam, een godsdienst waar net als ooit in het christendom de theocratie in een aantal landen nog ten grave moet worden gedragen – dat is waar, heeft m.i ook doorgewerkt in het Nederlandse debat over het rituele slachten. Het is haast bizar om te constateren hoe meer dan de helft van het parlement de populaire Partij van de Dieren niet wilde weerstaan. Want het is zo hypocriet. Als dieren echt niet of nauwelijks mogen lijden, doe dan werkelijk wat en zorg ervoor dat al die dieren een normaal leven hebben en vervolgens ook niet op die vreselijke transporten worden gezet om zogenaamd humaan, want verdoofd, gedood te worden. Door de vergroving in de politiek en het gemak waarmee gescholden wordt op de Islam, is er een klimaat ontstaan waar religie bij voorbaat verdacht is en zeker als een gewoonte al duizenden jaren bestaat, moet die wel niet deugen en dus bestreden worden. Goed, het parlement is er uit gekomen, op een typisch Nederland manier. De kool en de geit zijn gespaard, zeggen we dan, maar in dit geval klinkt dat wat die geit betreft wel erg cru.

U merkt het, ik ben aan vakantie toe. Dus ik ga doen wat ik in het begin al zei: mijn opkomende stress weer uitzwaaien. Ik ga weer gewoon slapen en de hele dag door rustig ademhalen. Ik ga opstaan en de dingen groeten: ‘Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem / ploem ploem / dag stoel naast de tafel  / dag brood op de tafel / dag visserke-vis met de pijp / (..) ...’ U zult de komende weken wel steeds Een Goed Begin horen, maar dat zijn dan herhalingen uit bijna vijf jaar elke zondag deze column. Veel genoegen daarmee en graag tot de volgende keer weer in het echt.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde muziek van Charpentier en gezang 301 uit het Liedboek, gespeeld door Dirk Out. Gelezen werd uit Prediker 2: 22-23. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

Terug naar overzicht…