De wereld van de toekomst

Door Aart Mak

Gaat het slechter? Wordt het dreigender? Mijn zoon had wel dat gevoel. Hij kijkt en luistert goed en kon heel wat voorbeelden noemen van wat er op dit moment niet goed gaat in de wereld. Ik ook, eerlijk gezegd, ik kan met gemak tien minuten een soort kyrie-gebed uitspreken waarin ik met naam en toenaam de toestand van de wereld aan de hemel  voorleg: Heer, ontferm u over de nood van deze wereld. Ik dacht nog, omdat hij sprak over dreiging: maar hij heeft de koude oorlog nooit bewust meegemaakt. Toen de muur viel, was hij tien jaar oud. Dat dreiging en onzekerheid bij het leven horen, weet hij niet, zoals zovelen van zijn generatie. Zijn generatie is groot geworden met het idee dat de wereld aan hun voeten ligt, dat alles financieel kan (denk aan de jaren negentig) en dat je ver komt als je maar talent en flair hebt. Maar andere gedachten haalden deze overdenking in. Ik hoorde de oudere volwassenen van toen tegen mij, jong nog, zeggen dat ik wel anders zou piepen als ik de oorlog zou hebben meegemaakt. En nog een tel later besefte ik dat mijn zoon, met zijn meer dan tien jaar durende machteloosheid vanwege een chronische, alles bepalende hoofdpijn – waar hij overigens van verlost is – beter dan veel van zijn leeftijdgenoten weet wat leven met zorg en onzekerheid is. In het gesprek probeerde ik met hem een ook een aantal voorbeelden te noemen van mensen, groepen en ontwikkelingen die hoop geven. Dat lukte aardig. Er gebeurt meer goeds dan je denkt. Er gaat het nodige fout maar het feit dat dit opvalt is een goed teken. Want dat het goed gaat, is blijkbaar normaal. En verder is het ook een beetje een kwestie van karakter en geestelijke training. Waar laat je je mee in? Naar wie luister je? Wat doe je zelf, hoe klein dan ook. Dat hoef ik hem allemaal niet te zeggen. Dat weet hij en dat doet hij. En ik snap hem ook: het zijn rare tijden, iemand lijkt stiekem naar de een oude schuur geslopen te zijn en daar de stop van een grote stoffige stolpfles met boze geesten te hebben afgehaald.

Een dag later kwam mijn dochter. Met haar zoontje van nu tien weken oud. Voor het eerst met de trein (van Amsterdam naar Haarlem, het oudste traject van Nederland), voor het eerst bij ons thuis. Het jochie kijkt en kijkt, lacht soms zeer overtuigend naar je, en valt dan in slaap om wakker te worden en zich vol te drinken. Dit kleinkind van dichtbij te zien, zelf voorzichtig aan te raken, mijn hand als een beschermende zachte helm om zijn hoofdje, hem op zijn petieterig neusje en wangen te kussen, hem al pratend rond te dragen, het ontroert me zeer. Hij is van dit jaar, 2017. In 2050 zal hij als alles goed gaat 33 worden. Het is niet voor te stellen, die afstand in tijd. Aan mijn dochter en haar vriend zal het niet liggen. Ontspannen en volwassen hebben ze dit kleintje opgenomen in hun leven. Ze zullen hem geven wat hij nodig heeft om ooit op eigen benen deze wereld in te kunnen lopen. Hoe de weg zal worden die dit mensenkind ooit zal gaan, weet ik niet. Maar die dag na het gesprek met zijn oom, mijn zoon dus, dacht ik toen ik moeder en kind weer uitgezwaaid had, wel langer na dan gewoonlijk over hoe hij later zijn evenwicht zal vinden en behouden.

Het zou mij niet verbazen als de wereld van de toekomst nog meer mogelijkheden, nog meer impulsen, nog meer feiten en nog meer botsende meningen zal bevatten dan de toename die u en ik meemaakten sinds zeg maar de jaren vijftig van de vorige eeuw. Een toename in kwantiteit maar ook in snelheid. En toch lijkt de menselijke geest in staat ermee om te gaan. Elke nieuwe generatie lijkt op een hoger niveau in te steken, als het gaat om bevattingsvermogen en omgaan met complexe problemen. Maar, dat was en is mijn vraag, waar haalt zo’n kind ooit zijn evenwicht vandaan? Wat zal hem bezielen? Waar valt hij op terug als een gevoel van zinloosheid hem overvalt? Wat bepaalt zijn keuze als hij op een tweesprong staat? Zegt u, oudere luisteraar, nu niet te snel dat het geloof hem zal helpen om het goede te doen. Dat mag ik ook hopen maar historisch is het aantoonbaar niet waar. Mishandeling van kinderen, onderdrukking van vrouwen, vreemdelingenhaat en neerbuigend neerzien op anderen kwamen en komen bepaald ook in christelijke kringen voor. De slavernij is niet alleen dankzij maar ook ondanks het christendom ooit afgeschaft. Hetzelfde verhaal gaat overigens op voor alle godsdiensten. Dus waar zal hij en zullen zijn generatiegenoten ooit hun inspiratie uit putten en bij wie of wat zullen zij te rade gaan om de wijze middenweg te bewandelen? Een oude gedachte in mij geeft het antwoord. Die gedachte gaat zo. Mijn grootouders en ook ouders vonden nog dat zoveel mogelijk mensen christen moesten worden, gedoopt en wel en dat daarin de redding van de mensheid lag. Zij dachten zoals zoveel generaties voor hen. En nu heb ik al heel lang het idee dat ik van de generatie ben die de omslag meemaakt, althans in dit deel van de wereld. Nu gaat het erom dat zoveel mogelijk christenen mensen worden, goede, evenwichtige en moreel deugende mensen. Daarmee verlaten zij dus de kerk van hun jeugd en is de concrete wereld de plek waar alles gebeurt, in het klein en in het groot, materieel en ook geestelijk. Het evangelie is van de straat geworden, met alle voor- en ook nadelen. Het pinksterfeest, het feest van de goede geest, blijkt pas eeuwen later het feest van de globalisering van het geloof en de morele mogelijkheden van elke mens te zijn. De wereld is al gered door Jezus en wij moeten niet het ritueel van zijn dood eindeloos herhalen, alsof dat nog steeds niet het geval zou zijn. Ach ja, van die gedachten. Nog één dan. Natuurlijk wordt de wereld dreigender en lijkt het soms alleen maar slechter te gaan. Dat is ook omdat de vliezen zijn gebroken en de grenzen doorbroken waarin we eeuwenlang de boel op orde dachten te kunnen houden. Het is dus, goed beschouwd, het proces van de hoop.

 

 

 

 

Terug naar overzicht…