Nuance

Door Ds. Aart Mak

Het komt misschien omdat ik afgelopen donderdagmiddag met de trein naar Hengelo reisde. Ik was al maanden geleden gevraagd om daar te spreken over paranormale zaken en alles wat daaromheen hangt aan afkeer en aantrekkingskracht. Hengelo ligt midden in Twente en in die plaats was het dat het gezin waar ik als oudste kind deel van uitmaakte in de winter dat Reinier Paping de Elfstedentocht won, kwam wonen. Ik was nog net geen tien jaar oud en ik vertrok er weer toen ik klaar was met de middelbare school in Enschede en buitenshuis ging studeren. De reis die tweeëneenhalf uur in beslag nam, was meer dan alleen een mij verplaatsen van het westen naar het oosten van Nederland. Het werd allengs een terugreizen in de tijd. Ik zag mezelf en mijn broers weer voor me zoals we toen waren, het huis waar we woonden, de straat waar we altijd voetbalden, de keuken waar in mijn herinnering moeder uren per dag in de weer was, tot en met het wecken van groenten aan het eind van de zomer. De warmte van de zomers herinnerde ik mij weer, maar ook de gemoedelijkheid van de mensen daar, de kalmte in de omgang met elkaar, de bescheidenheid waarmee de meeste mensen, naar het mij voorkwam, leefden.

In de afgelopen week deelde Job Cohen mee dat hij ermee stopte. Ieder die hem de laatste twee jaar een beetje gevolgd had, wist dat het eraan zat te komen. Menigeen, ook ik, slaakte een zucht van opluchting. Een genuanceerd denkende en sprekende man, bekend om zijn empathie en bindend vermogen, was eenvoudigweg voor de bijl gegaan in een Tweede Kamer die de laatste jaren in toenemende mate weerspiegelt wat er in de maatschappij gangbaar is. Vernederende opmerkingen in het debat, aanvallen op de persoon, verheerlijking van de persoon, hijgerige journalisten, gevatte oneliners maar vooral ook nietszeggend punaisepoetsen. En Job Cohen die zo zijn best deed, sneuvelde in al dat verbale geweld. Daarmee werd in feite een oordeel uitgesproken over de manier van doen die in onze maatschappij gangbaar is geworden. Terugreizend in de tijd, begreep ik eens te meer dat wij met elkaar iets wezenlijks kwijtgeraakt zijn. Iets wat Job Cohen wel had. En wat, in mijn herinnering, veel mensen in de tijd dat ik in Twente woonde, ook hadden. Rust, weten te zwijgen, anderen uit laten spreken en vooral: nuance. Een gedeputeerde van dezelfde partij als waarvan Cohen fractievoorzitter in Den Haag was, schreef een artikel in Trouw dat hij in het dagelijks leven vooral redelijke en genuanceerde mensen tegenkomt. Wat deze man, Co Verdaas (l.), vooral verbaast is dat hij die redelijkheid niet weerspiegeld ziet in het Haagse debat. Een wethouder van het CDA, Karsten Klein (r.), zegt in diezelfde krant dat de politiek in Nederland is verworden tot spektakel en amusement, waarbij de indruk, het imago, de bekendheid via praatprogramma's belangrijker zijn dan het beleid. Maar democratie, zegt deze Haagse wethouder, is te belangrijk om er een spelletje van te maken. Hier is overigens geen oude, moegestreden man aan het woord. Klein is een man die dit jaar de leeftijd van 35 jaar bereikt.

Tijdens mijn avond in Hengelo was ik zo genuanceerd als ik kon zijn. Ik pleitte voor godsdienstige democratie. Als ergens, dan mogen mensen in een kerk zichzelf zijn. Als een kerk daarentegen slechts één manier van geloven tolereert, dan is er sprake van religieuze dictatuur. Ik had het over paranormale ervaringen. Ook de negentig mensen die in de Twentse industriestad samenschoolden, getuigden van het bijzonder, kostbare, heilzame en soms hinderlijke van zulke bijzondere ervaringen. Maar zo met elkaar te praten, kan alleen als elke gespreksdeelnemer nuanceert, tijd krijgt om uit te spreken, eerbied opbrengt om naar een ander te luisteren en zichzelf een tweede gedachte toestaat. En vooral een besef dat de volledige waarheid zich nooit aan welk sterfelijk wezen dan ook zal onthullen. Of die waarheid is zo persoonlijk en intiem, dat je de schoonheid van deze parel nooit van je levensdagen voor de zwijnen zult gooien. Er is meer tussen hemel en aarde. Dat was de titel waarop we bij elkaar waren. Maar om daar enig idee van te krijgen, heb je een gemeenschap nodig waar als het ware alle bijbelschrijvers zich thuis kunnen voelen. Zowel de twijfelende Prediker moet zonder reserve op de achterste bank kunnen zitten, als de mystieke apostel Johannes, luisterend in een stil hoekje. De rationele Thomas (eerst zien, dan geloven) moet zich in die gemeenschap gezien weten, maar ook de gevoelsmens die Petrus was. Een moderne geloofsgemeenschap erkent de persoonlijke, soms diep religieuze ervaringen en wonderlijke gedachten van alle leden en stimuleert tegelijk dat die mensen met elkaar en met de generaties die eerder geleefd hebben, in gesprek gaan. Dat vergt wijsheid, openheid en nuance.

Later die avond, terugreizend van oost naar west, besefte ik dat we in een tijd van extremen en extremisme leven. Waar we eerst nog dachten dat onze democratie wel de landen van het Midden-Oosten zou veroveren, lijkt het er eerder op dat de stammenstrijd en de emoties van de Arabische markten óns aan het veroveren zijn. In Syrië woedt een verschrikkelijke strijd. Maar het lijkt sterk op het vroegere Joegoslavië en wat daar gebeurde: na een jarenlange dictatuur valt de boel compleet uiteen en het gaat met grof geweld, zonder enige terughoudendheid en matiging. Wie probeert te leven vanuit het christelijk geloof en eerlijk kijkt naar de eigen geschiedenis, beseft dat eeuwenlang veel aandringen tot matiging, nuance  en verdraagzaamheid juist niet bij de kerken vandaan kwam. Het fanatisme en de intolerantie horen helaas ook bij de kerkgeschiedenis. Ik mag toch hopen dat de mooie zijde van religie de komende jaren komt bovendrijven. Wat die mooie zijde in mijn ogen is? Dat is geloof als een manier om de boel bij elkaar te houden, te balanceren tussen wat moet en wat mogelijk is, te pendelen tussen ideaal en weerbarstige realiteit en vooral als intermediair tussen de zichzelf etalerende mens en de God die zich voortdurend weggeeft. Die manier van geloven kan alleen als je genuanceerd wilt leven, denken en spreken. Job Cohen was net als u en ik geen heilige, maar in zijn zichtbare lijden aan de ruwe gewoonten van de huidige politieke gladiatoren en commentatoren, deed hij me soms heel even denken aan die vreemdeling op aarde die eerst met hosanna werd binnengehaald om even later met scheldpartijen te worden weggehoond. En toch zullen we het allemaal moeten doen met deze naar het lijkt zo ruwe tijd. Ik keek op en zag dat de trein station Haarlem naderde. Ik was weer terug in het westen. Ook daar wonen trouwens aardige, rustige en genuanceerd denkende mensen.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek van Pachernegg en gezang 172 uit het Liedboek van de Kerken. Gelezen werd uit Matteüs : 6-7. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.

 

Terug naar overzicht…