Taboe

Door Ds. Aart Mak

Ik kan mij nog de tijd heugen dat de kerk soms haar stem verhief. Dat was tegen de apartheid, het consumentisme, het arbeidsethos of de kernwapens. Met name dat laatste, het met anderen gedeelde verzet tegen kernwapens als neutronenbom of kruisraketten, leidde in de jaren ’80 van de vorige eeuw tot grote protestbewegingen. En sindsdien is het oorverdovend stil geworden. Nu al meer dan een kwart eeuw schuifelt de kerk als een morgenster zo stil wat rond in de marges van de samenleving. In mei 1985 bracht paus Johannes Paulus II dat volkomen mislukte bezoek aan Nederland. Er stonden nauwelijks mensen langs de kant van de weg waar hij met zijn pausmobiel langs kwam en op de televisie werden hij en het geloof in het algemeen stevig op de hak genomen. Het lijkt wel of er sindsdien schaamtevol wordt gezwegen. Natuurlijk, dat viel samen met de steeds meer zichtbare ontvolking van de kerken. Met name de synodes van de protestantse kerken vroegen zich af namens wie ze eigenlijk spraken en anders werd hun dat wel gezegd door allerlei conservatieve christelijke actiegroepen. En misschien viel die stilte in het kerkelijke spreken ook wel samen met een veranderende maatschappij waarin steeds meer mensen elkaar steeds vaker tutoyeren, misschien wel in een zucht om te doen alsof rangen en standen er door mondigheid en emancipatie niet meer toe doen.

Het is goed dat iemand er de afgelopen week op wees dat het wel erg stil is geworden. Sterker nog, in de waarneming van theologe Marleen Stelling is er zelfs sprake van dogmatische bescheidenheid. Daarmee bedoelt zij dat kerkelijk Nederland in haar ogen wordt geteisterd door een taboe op het verheffen van de stem. Een kerk maakt geen reclame voor zichzelf. Volgens haar zijn er predikanten die vinden dat je niet over God of Jezus moet praten maar alleen moet luisteren naar wat de buitenkerkelijke mens te zeggen heeft. Ze wijst dan op de inderdaad lachwekkende uitspraak dat de kerk niet meer dan een luisterend oor te bieden heeft aan mensen die werkloos zijn geworden. Alsof, zegt Marleen Stelling, mensen sowieso elkaar niet meer te bieden hebben en ze verwijst naar het soms hilarische, platte maar hartverwarmende optreden van Joling en Gordon in het programma ‘Geen cent te makken’, in hun contact met werkloze en met name ook oudere mensen. Daar doen mensen er tenminste toe en voelen zij zich gezien en gehoord, concludeert zij.

Marleen Stelling heeft een punt. Ik moet ook denken aan een al wat oudere uitspraak: ‘Een kerk die zichzelf niet verkoopt, wordt verkocht.’ Maar uit eigen ervaring weet ik ook hoe lastig het is je zelf te verkopen en hoe nauw het luistert. Op een studiedag aanstaande vrijdag zullen allerlei collega’s en ik zich buigen over de vraag hoe je je als kerk verkoopt en ik vermoed dat er stevig gediscussieerd zal worden. We leven immers in het land waarin afgesproken is dat een koopman iets anders doet dan een dominee. En veel collega’s vinden dat je het zo moet houden. Want zodra je meldt dat een bepaalde dienstverlening van een dominee geld kost – denk aan het interview met mij in het Haarlems Dagblad eerder deze maand -,  zijn er mensen die dat ten koste vinden gaan van de eigen status en boodschap van de kerk. En als je net doet alsof het allemaal maar kan en niets kost, zijn er weer mensen die je niet serieus nemen en je bijschrijven bij het regiment onnozelaars met geitenwollen sokken. Kortom: wat is wijsheid?

Mijn idee is dat een kerk die haar diensten aanbiedt aan de maatschappij dat alleen maar kan doen als ze ook wat te melden heeft. Dat je een luisterend oor biedt, is een dwaze opmerking als je verder niets te zeggen hebt. Wat je dan moet zeggen is dat het je dwars zit hoe mensen zonder werk niet meer in tel zijn, hoe idioot we als maatschappij zijn door alles te vertalen in efficiëntie en productiviteit, hoe we in onze dans naar geluk, elkaar helemaal niet meer leren dat geluk een bijverschijnsel is van iets anders: bevrediging, voldoening. De kerk heeft in haar eeuwige bezorgdheid om het lot van mensen, ongelooflijk veel te melden. De boodschap van de kerk is te allen tijde ook tegenwicht tegen de tijdgeest. ‘Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan,’ zegt Jezus ergens. En die mensen, geknakt door de eisen van de omgeving en ergens afgehaakt door de dwaasheid van de economische carrousel, kom ik, net als mijn collega’s, voortdurend tegen. En daarnaast zijn er mensen die er midden in staan, een deel van hun leven geven aan een bedrijf of instelling, aanspreekbaar zijn, leiding geven, ’s morgens vroeg opstaan en in het weekend als hongerige dieren eten uit de ruiven van de vrijetijdsindustrie. Ook daar heeft de kerk wat te zeggen. Bijvoorbeeld door hardop te signaleren hoe mensen gemanipuleerd kunnen worden en misvormd raken. En dat we in een steeds harder wordende maatschappij leven en waar dat aan zou kunnen liggen. En dat er behalve een goed gevulde koelkast ook zoiets als geestelijk voedsel is. Een kerk als bewaker van de grootste waarden der mensheid, in naam van God die mens werd.

Een kerk heeft wat te melden. En we leven langzamerhand in een tijd dat we ons daarvoor niet meer moeten schamen. Ooit was ik onder de indruk van alles wat gezegd en geschreven werd over het anonieme christendom en ergerde ik me aan de EO van de eerste jaren die op elke hoek van de straat met je wilde praten en alleen maar mensen wilde bekeren. De waarheid van vandaag stijgt daar al een tijd bovenuit. Wie zich meldt op de markt, laat zijn gezicht en daarmee ook zijn karakter en bedoelingen zien. Dat geldt voor bedrijven die gekozen hebben voor duurzaamheid. Dat geldt voor een kerk die zich meldt op de markt. Zeggen wie je bent en wat je te bieden hebt, is het enige dat helpt om het beroerde imago van de kerk in Nederland te doorbreken. Dat geldt dus ook voor een kerkelijke stichting die aan tuimelteksten, ritueelbegeleiding en over een half jaar ook nog aan iets anders doet. En alles heeft zijn prijs, letterlijk en figuurlijk. In mijn werk merk ik al jaren dat mensen snakken naar integriteit, betrouwbaarheid en bewogenheid. Dat hebben mijn collega’s en ik te bieden. Mensen hoeven, net als in de vroege Middeleeuwen, geen lid te zijn van een kerk, om toch precies te weten waar die kerk goed voor is. Geborgenheid, helen van je wonden en oefenen in levenskunst. Dat soort zaken, toen en nu. En we leven in een tijd – daar had Marleen Stelling helemaal gelijk in -, dat je dat in de vaak holle leegte van de publieke opinie, bescheiden maar onbeschaamd hardop zegt, desnoods via advertenties en andere commerciële activiteiten.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Jenkins en ‘Exsultate Deo’ van Willem Andriessen. Gelezen werd uit Mattheus 11: 28-29. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a.

Terug naar overzicht…