Kerst

Door Ds. Aart Mak

Vandaag negen dagen geleden liep ik zondagmorgen in Londen. Tot mijn geluk, want het is een geweldige stad, met veel historie, prachtige musea waar je in en uit kunt lopen en een aangename, beschaafde manier van omgang tussen de mensen. Maar die zondagmorgen was overweldigend. Je stapt ergens in de underground, laat je onderaards meevoeren, stapt uit, stempelt af en dan via roltrappen en tenslotte gewone  trappen ga je omhoog. Wat ik toen hoorde. ‘Laat mij daar midden uit de oneindigheid een stem vernemen dat mijn oren klonken’, om Martinus Nijhoff te citeren. Ik hoorde stemmen, klokken, zo veelstemmig en uitbundig! We wilden die ochtend naar de Saint Paul en we hoefden niet te raden welke kant we op moesten lopen, eenmaal boven de grond aangekomen en om ons heen kijkend naar de hoge gebouwen van de City. Deze klokken leidden ons. We hoefden alleen maar de bron van het geluid op te zoeken. (geluidsfragment elders op deze pagina)

De dienst was een zogenaamde Mattins, een vast ochtendgebed waarin veel gezongen, gebeden en gelezen wordt, kortom zoals ik een dienst het fijnst vind. Het was een feest om er bij te zijn en wat mij naast alles waar mijn ogen en oren zich aan laafden, het meeste opviel was de gastvrijheid. Je wordt begroet bij het binnenkomen van de kerk. Dat gaat sjiek, door gastheren en gastvrouwen die er liturgisch op gekleed zijn. Ze heten je welkom, vragen wat je wilt en maken je vervolgens wegwijs. Het was die zondag derde advent. De vrolijkste van de vier adventszondagen.  ‘Jubel, vrouwe Sion, zing van vreugde, Israël, juich met heel je hart, vrouwe Jeruzalem! De Heer heeft het vonnis over jou tenietgedaan en je vijand verdreven. De Heer, de koning van Israël, is in je midden, je hebt geen kwaad meer te vrezen.’ De tekst komt uit het bijbelboek Sefanja 3. En ook de oproep tot vreugde uit Filippenzen 4: ‘Verblijdt u in de Heer te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u! Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Heer is nabij.’ Dat was de sfeer van die zondag. Gezongen door een geweldig jongenskoor met prachtige mannenstemmen. Het was een sfeer zoals ik mij die ook vanmorgen met kerst voorstel. We hebben er lang naar toe geleefd, maar eindelijk is het zover. Laat de muziek maar klinken. We komen samen, we vieren het feest van de liefde die zich nooit uit het veld laat slaan. God buigt zich voorover. Hij komt, niet met macht maar klein en kwetsbaar als een kind. In Londen viel mij op hoe die oude, christelijk toon ook in de stad blijft klinken. Te midden van de winkels die groots uitpakken en massa’s mensen die misschien eerder bezig zijn met cadeaus en eten en drinken, staan op vele pleinen groepen mensen te zingen. (geluidsfragment elders op deze pagina)

Vanmorgen is het dan eindelijk kerst. We vieren een meer dan bijzondere geboortedag. Met Jezus was iets bijzonders aan de hand. Misschien dat die engelenverhalen en dat mooie verhaal over de wijzen uit het oosten er later zijn bijgekomen. Om de geboorte van het kind Jezus aan te kleden als het ware. Want de mensen van toen die hem tijdens zijn volwassen leven meemaakten, hadden wel in de gaten dat het hier om een soort koningskind ging. Wat hij zei en wat hij deed, was ongekend. Hij straalde als hij het had over het Koninkrijk der hemelen. Alsof hij er alles van wist. Dus, zeiden de schrijvers, dan moet hij er als kind net vandaan zijn gekomen. En als hij mensen persoonlijk toesprak, aanraakte en op de been hielp, leek hij wel een engel. Een en al licht. Dus moest hij zijn leven lang wel sterke, onzichtbare engelen om zich heen hebben – en helemaal bij zijn geboorte.

Hemelse geboorte dus. En zo blijven we het vertellen en zo komen we allemaal tezamen, jubelend van vreugde en met een wonderlijk gevoel midden in de winternacht. Waarom eigenlijk? Omdat onze kranten en alle andere media ons elke dag vertellen waar en waarom het niet goed ging. Een vrouw vermoord, een kind verwaarloosd, een jongen die brand sticht. Onoplosbare burgeroorlog in Syrië, oorlog in Zuid-Soedan, een stroom vluchtelingen uit Afrika, alles, in het groot en ook in het klein, met vandalisme, ruw en bot gedrag van sommigen, zelfverrijking en onverschilligheid in het maatschappelijk verkeer. Maar daarom is het nu juist kerst en is en blijft dit een feest van het grote verlangen. Natuurlijk, deze dagen zijn voor de meesten ook even rust te midden van alle drukte en gedoe. En deze dagen zijn ook vol herinneringen aan toen u nog een klein meisje of jongetje was en met ogen zo groot als schoteltjes naar de brandende kaarsen stond te kijken. Het kind dat geboren wordt roept het kind in ons tevoorschijn. Daar zit ergens het geheim van de aantrekkingskracht van het kerstfeest. We weten allemaal hoe het later gaat in het leven. Ruw, onhandig, wreed, willekeurig, vallen, opstaan, falen, slagen, staan, dood gaan. Maar we zoeken steeds weer naar het begin. Dat ene licht in de donkere nacht. Dat ene kind in die grote volwassen wereld.

Wat een mooi verhaal is het dan dat God zo is als dat kind. Dat is Kerstfeest. In dat kleintje gaat iets heel groots schuil. Wat mensen er later ook van gemaakt hebben. Daar zit het. En dus ook verborgen in ons. Want wij zijn misschien groot en sterk, maar van binnen ook klein en zwak. En daar zit God ook. Onze zwakte is onze kracht. God is in elk kind en in elke volwassene die niet alles kan en hoeft te kunnen. Soms is het leven helse pijn. Het gaat niet vanzelf. Strijden, ondergaan, weer bovenkomen. Het leven is heen en weer gaan tussen verzet en overgave. We begrijpen het niet en toch gaat het zo. Alleen de liefde helpt dan. En die liefde komt bij God vandaan. En daarom moest dat kind ooit geboren worden. Om de rest van ons leven nooit meer te vergeten…

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u de klokken van de Saint Paul, straatzang, muziek gespeeld op een kistorgel en ‘Nu zijt wellekome’. Gelezen werd uit Johannes 3: 16. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a.

 

 

 

 

 

Terug naar overzicht…