Christendom

Door Ds. Aart Mak

Vandaag is het Kerst. Dat betekent in de huidige wereld dat we feest vieren. Kerst is dan zoals u weet een feest van licht, gezelligheid en wat onbeholpen pogingen tot vrede. Veel nostalgie, dat ook. Op de Grote Markt in Haarlem worden de Amerikaanse hits uit volle borst gezongen, maar evengoed de oude Nederlandse kerstliederen. Nostalgie, sentiment, gezelligheid, ze vieren hoogtij en het is allemaal te begrijpen. Een kleiner wordende minderheid houdt bij kerst vast aan het vieren van de geboorte van het Christuskind. Daar gaat het volgens hen en ook volgens mij om. Wij vieren dat midden in de winternacht de hemel open ging en dat niet alleen vanwege die engelen, maar vooral vanwege de geboorte van dat ene kind. Er was iets met hem. Dat bleek later pas. En volgens de legenden was dat al merkbaar aan wat er rond zijn geboorte gebeurde. U weet dat slechts twee evangeliën daarover schrijven en dan nog zeer van elkaar verschillend. De evangelisten Markus en Johannes hebben geen interesse in de herberg, dieren, herders en wijzen. Zij beginnen met de volwassen Jezus en staan versteld van de haast waarmee hij optreedt (Markus) of verbazen zich over de diepe wereld die achter deze ene mens schuil gaat (Johannes).

Het is niet zo gek dat er in al die eeuwen van alles is bij verzonnen. Het kerstverhaal is zelfs een heel eigen genre. U kent dat wel. Dan begint het met ruzie, slaande deuren, Bertus die ervan door gaat. En het eindigt na veel vrezen en beven op een stille nacht als de sneeuw in dikke vlokken omlaag valt, met een verrassende terugkeer van Bertus. Hij is weer thuis, de familie is compleet en deze wereld is gelukkig toch niet zo hopeloos. Hierop zijn veel, ook hoogstaande varianten, zoals u begrijpt. En natuurlijk is Kerst geworden tot een aansporing om vrede op aarde te stichten, de vrede waarover de engelen zouden hebben gezongen. In de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog werd tijdens de kerst gepauzeerd en zelfs zijn er verhalen bekend van soldaten die elkaar dagenlang beschoten en op kerstavond samen het glas hieven. Vreemd feest dus. Ook omdat er ineens een rendier bijkwam met de naam Rudolph. En die had weer te maken met de Kerstman. Hier liep het volgens de meeste erfgenamen van Jezus wel uit de hand. Niets meer over een kind in Bethlehem, alles over een dikke man in het rood die ergens op de Noordpool woont en met zijn door rendieren voortgetrokken slede overal cadeaus bezorgt. Gelukkig dat Nederlanders dan Sinterklaas hebben, die heiligman doet hier wat de Kerstman elders presteert.

Maar is dit niet het moment om ons eens af te vragen wat nu de geboorte van het kind Jezus de wereld heeft gebracht? Als hiermee het christendom begonnen is, een godsdienst genoemd naar de Griekse eretitel van Jezus, de gezalfde, wat zijn de gevolgen dan geweest van dat feestelijke en alom gevierde geboortefeest? Het past hier niet om allerlei vrome antwoorden te geven. Het gaat mij om de feitelijke, waarneembare uitwerking van deze grote godsdienst. Is dat na te gaan? Kun je de geschiedenis achteraf bekijken en zeggen: hier was de geest die Jezus bezielde, vaardig over mensen? Zien en zeggen: hier is iets goeds en wezenlijks tot stand gebracht, dankzij dit geloof? De vraag is gemakkelijker te stellen dan een antwoord te geven. Men zegt dat het christendom met zijn nadruk op de waarde van de enkele mens gezorgd heeft voor beschaving. Dat deed het christendom dan in navolging van het jodendom. Als mensen gezien mogen worden als kinderen van God en dus kostbaar, zijn het geen waardeloze werkezels meer. Toch, aan de andere kant, heeft het eeuwen geduurd voor de slavernij werd afgeschaft. Het racisme is tot diep in de vorige eeuw met allerlei zogenaamde christelijke praatjes verdedigd door christenen. In de brieven van Paulus, een van de eerste volgelingen van Jezus, wordt vurig gepleit voor de menselijke roeping vrij te zijn. Hij haalt er prachtige deugden bij, overigens vaak geleend van de antieke wereld, waarmee de nieuwe mens bekleed wordt. Het is mogelijk, in Gods naam, om goed te zijn. Het is zelfs, dat is typisch in het spoor van Jezus, mogelijk jezelf te geven in dienst van het goede. En inderdaad zijn er in alle generaties en op vele plekken door de eeuwen heen geweldige mensen geweest. Ze hebben de vrede gezocht, ze hebben de kwade krachten getrotseerd, ze hebben de zieken bijgestaan en ziekten bestreden, er kwam armenzorg, kinderen werden niet aan hun lot overgelaten, politici streden voor gelijkberechtiging van mannen en vrouwen, er is veel te noemen. En dan moet je ook weer zeggen dat er een andere kant was en is. De kerk die zich noemt naar Jezus en zijn kruis meedraagt, heeft lang niet altijd aan vrouwen en vele anderen de hun toekomende waardigheid verleent. Nog steeds gebeurt dat niet in de grootste kerk ter wereld. Zelfs laat de geschiedenis zien hoe conservatief en halsstarrig juist christenen waren als het ging om vooruitgang in welvaart, gelijkberechtiging en een overheid die niet meer moraliseert maar voorzieningen treft.

Het is een ingewikkeld en hier en daar beschamend verhaal. De kerk die  volgens de beste bedoelingen geroepen was een reddingspost voor de wereld in nood te zijn, werd een burcht waar je onder bepaalde voorwaarden in werd toegelaten. Veel mensen in dit land hebben generaties lang uiterst gedisciplineerd en ingetogen geleefd. Dat heeft mede gezorgd voor een hoog ontwikkeld land waarin niet het ongebreidelde egoïsme en niet de onvoorstelbare rijkdom de toon hebben gezet. Maar tegelijk leefden veel van die Calvinisten ook met angst in hun lijf. Het oordeel dat elke zondag over hen werd uitgestort, het niet weten of je uitverkoren was, het altijd maar moeten blijven horen van je zonde – het is ook mensonterend geweest.

Dus: wat is de balans? En zeker ook geldt die vraag, ziende naar wat de laatste vijftig jaar is losgebroken in de maatschappij. Het lijkt een groot verzet tegen alles wat met geestelijke traditie te maken heeft, een verzet dat zich uit in allemaal individuen die het zelf wel uitzoeken en bepalen. Misschien, dit is een goed begin op een bijzondere dag, moet daarom Jezus elk jaar opnieuw worden geboren. Bij wijze van spreken en om wie luisteren wil, te herinneren aan de oorsprong, het eerste, het goede begin. Het gaat om een kind dat niet met het vieze badwater van de kerk mag worden weggegooid. Maar ook om het kind dat zwijgend getuigt van een diepe aanvaarding van dit rauwe bestaan door degene die wij God noemen. Hier, met ons, wil Hij te maken hebben. Hij danst met ons en hij huilt met ons. En in al onze geestelijke armoede vervult hij ons met een rijkdom waar je amper besef van hebt. Dat tot je door te laten dringen, kan je, net als veel andere volgelingen van Jezus, vleugels geven in een dwaze en zwaarmoedige wereld.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Britten en ‘Go, tell it on the mountains’. Gelezen werd uit Johannes 3: 16-17. Gebeden werd uit ‘Bij gelegenheid (II)’ van Sytze de Vries.

 

Terug naar overzicht…