Overvloed

Door Ds. Aart Mak

Het is Kerst, 25 december 2010. Hoe vaker ik dit feest vier, hoe meer ik kan uitzien naar de dagen dat het weer zover is. De kerstdagen zijn een elk jaar weer terugkerende halte in de tijd, een soort vluchtheuvel temidden van twee drukke rijbanen. Het jaar loopt ten einde en dat roept zowel de behoefte als de druk op om allerlei zaken af te sluiten. Dat geeft talloze mensen extra spanning. Er moet nog zoveel gedaan worden! De maand december is voor winkeliers, bedrijfsleiders, huisvrouwen en ja, ook dominees de drukste van alle maanden. Een kerstboom kopen, versieren, mensen te eten vragen, extra boodschappen doen, kaarten schrijven en versturen, cadeautjes in huis halen, allerlei bijeenkomsten, kerkdiensten en radioprogramma’s voorbereiden, het is me een hoeveelheid extra werk die tegelijk mij een tinteling van genoegen geeft.

In de voorbije Advent hield ik me samen met de collega’s van het IKON pastoraat bezig met de tijdgeest. Dat was een aardig samenwerkingsproject dat wat mij betreft pas afgesloten wordt als ik zo meteen om 10 uur vanuit het mooie kerkje van Hensbroek de Kerstochtenddienst mag leiden. Deze dienst wordt nu eens niet uitgezonden via deze zender maar via Radio 5. Met die tijdgeest bleef ik dus ook afgelopen week bezig. Juist door mijn drukte had ik nauwelijks gelegenheid het nieuws te volgen, maar ik had wel in de gaten dat de vorige en huidige aartsbisschoppen van Brussel het aardig benauwd hadden toen ze moesten verschijnen voor een parlementaire commissie in verband met de zedenzaak die ook in België heftige emoties deed oplaaien. Je zag daar twee werelden met elkaar botsen. De nieuwsgierige, doorvragende wereld waarin waarheid en transparantie als hoogste goed worden gezien tegenover de oude, trage en traditionele manier van doen zoals dat in de kerk gebruikelijk is. Als protestant hoor ik van huis uit meer thuis bij die eerste wereld. Ik kan dus met verbazing kijken naar prelaten die naar mijn gevoel krampachtig vasthouden aan een traditie die misschien ooit in de Middeleeuwen nut en zin had, maar nu volkomen de plank misslaat. Die verbazing gaat over in boosheid als juist door dat vasthouden aan de leer er een wereldvreemdheid ontstaat waar jonge mensen de dupe van worden en overigens ook talloze christenen in Afrika die van hun kerkelijke leider nu pas, sinds kort, aan veilig vrijen mogen doen. 

Ik wil hier niet te lang bij stilstaan. Het is Kerst. En vooral: het is altijd beter de hand in eigen boezem te steken. Ik vroeg me de afgelopen dagen ook af of het ook aan ons, protestanten ligt, dat de meeste Nederlanders ook tijdens de Kerstdagen de weg naar de kerk niet weten te vinden. De kerken zitten, als de wegen tenminste niet onbegaanbaar zijn door sneeuw en gladheid, op kerstavond aardig vol, maar we moeten ook niet overdrijven. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat degenen die door kerkleiders randkerkelijk worden genoemd, misschien wel komen, maar dat de buitenkerkelijken tegenwoordig allang in de meerderheid zijn e n niet naar de kerk gaan. Kerst is een lichtfeest dat extra kracht krijgt omdat het midden in de winter plaatsvindt en mensen toch al de neiging hebben de warmte en de gezelligheid op te zoeken. Is dat erg? Ik weet het niet. Maar ik vroeg me wel af of ik, dominee in de protestantse traditie, de afgelopen jaren wel het verhaal zo verteld had dat het mensen raakte. Was het echt een verhaal dat zo herkenbaar werd dat het ontroerde en aan het denken zette? Heb ik werkelijk verteld van een goedheid die ons zo te boven gaat dat we er allemaal duizelig van worden? Of heb ik het te ingewikkeld gemaakt? Heb ik teveel woorden gebruikt om iets wat in wezen uiterst eenvoudig is, in te pakken in gewichtigheid en egocentrisme? In allerlei liederen die we zingen met Kerst komt een idee over God en menselijke schuld naar voren, waar ik moeilijk mee kan leven. Sta ik zelf niet met het ene been in het oude, traditionele en met het andere been in het nieuwe, moderne denken? Lukt het mij eigenlijk wel om de ruimhartigheid van God zo aan mensen te vertellen dat ze daar zichzelf bij kunnen zijn en op hun manier, zonder angst en schuldgevoel op zoek gaan naar waarachtigheid?

Het zijn vragen die mij vaker bezig houden. De tijdgeest is ook, naar het lijkt, zo gericht op individuen, mondigheid en zelfstandigheid dat het evangelie met haar grote woorden van overgave en jezelf prijsgeven daar niet of moeizaam bij aansluit. En daar komt dan ook nog eens het idee over God bij. Waar in de christelijke traditie God als een persoon en sprekend wordt voorgesteld, zijn onze tijdgenoten als ze aan God denken, eerder geboeid door het onpersoonlijke, God als een stille kracht, een onpersoonlijke macht. Maar nogmaals, vandaag is het Kerst. En op een feest stop je even met alle vragen die je hebt. Even is het wel genoeg. Misschien dat juist met Kerst dat ook op een vriendelijke manier gevraagd wordt. Een kind ons geboren! Kinderen zijn en blijven het grootste geschenk dat een mens kan ontvangen. Het leven is en blijft gegeven – en dat voel je bij elke geboorte. Zo ook vandaag. Even geen denken en redeneren. Het leven is een cadeau. Mijn bestaan een geschenk, evengoed als het uwe. En in plaats van te raadselen over het waarom en waartoe, gaan we vandaag zingen en genieten van alle goedheid die bestaat. En vooral van de gedachte dat er veel en veel meer is dan ik in elk geval met mijn beperkte denkraam voor mogelijk houd. Verbazing en verwondering. Vandaag worden we, zoals ik later vanmorgen vanuit Hensbroek zal vertellen, met goedheid overstelpt. God dank...

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek van Purcell en ‘Exsultate Deo’van Willem Andriessen, gezongen door het Roder jongenskoor o.l.v. Rintje te Wies. Gelezen werd uit Johannes 1: 14. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.

 

Terug naar overzicht…