Godsdienstvrijheid

Door Ds. Aart Mak

Hoe moeilijk wil je het hebben? Neem nu godsdienstvrijheid. Dit lage land aan zee heeft er een tachtigjarige oorlog tegen Spanje voor over gehad. Wij hebben er nog steeds het consistoriegebed aan te danken. De ouderling bidt God tevoren in feite om een kerkdienst die niet onderbroken wordt door het geweld van vijandige soldaten. Godsdienstvrijheid is ook Maarten Luther. Hij schreef ‘Over de vrijheid van een christen’ en zou op de Rijksdag van Worms gezegd hebben: ‘Hier sta ik, ik kan niet anders.’ De huidige paus Benedictus XVI bracht afgelopen vrijdag een bezoek aan het augustijnenklooster in Erfurt, de plek waar Luther intrad in het klooster, om daar te spreken met de leiding van de Evangelische Kirche in Duitsland. Godsdienstvrijheid. Hoe staat het ook al weer in de Nederlandse grondwet? Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. En dan staat er nog wat over gezondheid, verkeer en wanordelijkheden. Het betekent, al met al, dat in Nederland iedereen vrij is om zijn godsdienst of levensovertuiging te kiezen. En iedereen is vrij om te laten zien wat zijn godsdienst of levensovertuiging is. Dat mag je alleen doen of samen met anderen. Binnen de muren van een gebouw, maar ook daar buiten. Dit laatste mag alleen als je je houdt aan de andere artikelen van de Grondwet en aan andere wetten. Zo is dat hier geregeld.

Vanzelf ging dat niet trouwens. Nog steeds getuigen de zogenaamde schuilkerken van een vroeger bestaan in de schaduw. Ook in vorige eeuwen stond het woord vrijheid in dit land merkwaardigerwijs in verband met het werkwoord gedogen. De Rooms-katholieke kerk had na de opstand tegen Spanje tot halverwege de 19e eeuw last van beperkende maatregelen, met name als het ging om kloosters. Inmiddels is godsdienstvrijheid in dit land en vele andere landen een fundamenteel recht geworden. En tegelijk ontvlammen er regelmatige heftige discussies als deze vrijheid botst met andere vrijheden. Neem nu de door minister Donner ingediende wet op het boerkaverbod. De Raad van State moet nog advies uitbrengen. Maar als dat positief uitvalt, betekent het dat  over enige tijd het op straat lopen, gehuld in een boerka of nikaab strafbaar wordt gesteld. Ik heb de afgelopen week twee dingen hierover geleerd. De boete, 380 euro, is dermate hoog dat de enkele moslima’s die om wat voor reden dan ook deze alles bedekkende kleding dragen, het huis waarschijnlijk niet meer uit zullen komen. Slechte zaak. En in Frankrijk waar een vergelijkbare wet al van kracht is, gebeurt het dat burgers het recht zelf in handen nemen en in boerka gehulde vrouwen schofferen en bedreigen. Dat zijn wel gevolgen die tot een heroverweging van de invoering van deze wet zouden moeten leiden.

Intussen blijft het bij mij en anderen ook wrikken. Hoe moeilijk wil je het hebben? Godsdienstvrijheid is niet zo eenvoudig als het lijkt. Geen idee wat er in de hoofden van nikaab of boerka dragende vrouwen omgaat. Wie weet is deze kleding een dictaat van autoritaire mannen. Het lijkt mij een wandelende gevangenis. Ik vind deze manier van vrouwen aan het oog en daarmee de samenleving onttrekken, vernederend en knechtend. Is godsdienstvrijheid dan dat je ruimhartig toelaat dat mensen zo willen leven en zich met deze kleding niet willen laten zien? En ook dat je de wet gebruikt om deze mensen te beschermen tegen anderen die er als heetgebakerde hooligans op los slaan? Dat lijkt mij wel. Maar het punt is dat godsdienstvrijheid ingebed is in andere vrijheden en verworvenheden. Wij zijn in deze samenleving dankzij de vrouwenemancipatie en het feminisme eindelijk zo ver dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn en in alles gelijke rechten hebben of zouden moeten hebben. Bovendien bedekken wij in dit deel van de wereld niet de ogen en de mond als wij met elkaar praten. Zet je zonnebril af als je met iemand praat, zei mijn moeder dan en praten doe je ook niet met je hand voor je mond. Dat zijn wat flauwe voorbeelden die getuigen van een breed gedragen inzicht om zichtbaar en open met elkaar om te gaan. Ik zie daar zelfs een religieuze dimensie in. Het christendom is ooit uit de achterkamertjes tevoorschijn gekomen. Van een godsdienst in het donker, noodgedwongen door de vervolgingen, werd het langzamerhand een geloof in het licht. Misverstanden als dat er bij het avondmaal kindervlees zou worden gegeten, konden daarmee verdwijnen. In de godsdienstgeschiedenis zie je in elk geval bij joden en christenen een ontwikkeling waarin afscheid wordt genoemd van het offeren van beesten, het verminken of geselen van delen van het lichaam en het achterstellen van bepaalde mensen. In Christus is man noch vrouw, Jood noch Griek, zei Paulus al ver voor de tijd dat dit goed doordrong bij zijn geloofsgenoten. Joodse profeten en rabbijnen hebben in heel wat eeuwen enorm bijgedragen aan een vermenselijking van geloof. Dat geldt zeker ook voor de zieners en wijzen die de Islam heeft voortgebracht. De ontwikkeling is deze: dat wat God (zogenaamd) zou willen wordt ondergeschikt gemaakt aan wat wij met elkaar humaan en moreel verantwoord vinden. Het is het duidelijke antwoord op het oude dilemma dat als volgt luidde: ‘Is het goede goed omdat God het wil of wil God het omdat het goed is?’

Godsdienstvrijheid is in de moderne maatschappij dan ook niet boos worden als anderen vragen je te verantwoorden. Er was in de vroege zomer in dit land die discussie over het ritueel slachten. Merkwaardige discussie als je bedenkt over hoe weinig dieren dat ging tegenover al die wantoestanden in de bio-industrie. Maar het is niet verkeerd om te moeten uitleggen waarom het ritueel slachten aan dieren niet meer leed berokkent dan bij het gewone slachten. Hetzelfde geldt ook voor de besnijdenis van jongens in het Jodendom en de Islam. De artsenfederatie KNMG, dat zijn dezelfde mensen die nooit een probleem hadden met het amandelen knippen (Yko van der Goot wees daar pas nog op), begon daar een week of wat geleden over. Dan ben je als jood of moslim ter verdediging van de besnijdenis niet klaar met alleen een beroep te doen op je traditie. Je zult het gesprek moeten aangaan en aantonen dat hier dan wel een druppel bloed vloeit, maar dat besnijdenis verder geen ernstige gevolgen heeft, totaal anders overigens dan de wereldwijd verfoeide vrouwenbesnijdenis. Maar het blijft ingewikkeld, zeker ook als je in dat maatschappelijk debat te maken hebt met antireligieus sentiment, verwoord door mensen die het liefst de vloer aan willen vegen met elk geloof of religieuze traditie. Lastig daarom en nooit klaar. Dus: godsdienstvrijheid, hoe moeilijk wil je het hebben? Geduld, mijn kind, zeg ik dan maar tegen mijzelf,  geduld, mijn kind, de oplossing van al deze problemen bevindt zich naar ik vrees nog ergens in de wind.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek van Max Reger en het lied ‘Dank u, Heer, voor al wat leeft’, gezongen door Anthem o.l.v. Leo Kramer. Gelezen werd uit Spreuken 27: 17 en 19. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.

Terug naar overzicht…