Familie (6)

Door Ds. Aart Mak

Van je familie moet je het hebben. In deze zomerweken wil ik het een aantal keren met u daarover hebben. Dus tot en met eind juli geen actualiteit, maar familieverhalen. Alle verhalen zijn afkomstig uit het pas verschenen boek Zielenroerselen en Speldenprikken, dat ik schreef met Astrid Hart samen. Het boekje met veertig verhalen, gedichten, bijbelteksten en vragen die te denken geven, is in elke boekhandel te verkrijgen. Terug naar de familie. Een verhaal over twee broers nu:

De grens

Een vader stierf. Maar voordat dat gebeurde, was hij nog in de gelegenheid zijn twee zonen bij zich te roepen. En terwijl zij samen bij hem zaten, vertelde hij hun nog eens wat ze al wisten en wat ook notarieel al lang was vastgelegd. Dat zijn land in tweeën zou worden verdeeld en dat de ene helft voor de oudste en de andere helft voor de jongste zou zijn. Ze glimlachten en dankten hun vader. En toen spraken ze nog weinige maar treffende woorden met elkaar. Hun vader werd zienderogen zwakker en ze verlieten hem zachtjes nadat ze een voor een hun vader hadden gekust. Vol van eigen gedachten verlieten ze het vertrek.

Hun vader stierf en de begrafenis was helemaal in zijn stijl: oprecht, bescheiden en stijlvol. Toen ze een van de dagen erna het land op gingen, troffen ze het land aan zoals hun vader het wilde: doorsneden door een hek. Die nacht kon de oudste niet slapen. Hij dacht aan zijn broer en hoe deze, ongetrouwd en zonder kinderen, het land nodig zou hebben om zijn oude dag met zo min mogelijk zorgen te kunnen doorbrengen. En hij stond op en verzette het hek ten nadele van zijn helft.

Even later, in diezelfde nacht, was er opnieuw beweging op het land. Ook de jongste kon niet slapen omdat hij aan zijn broer dacht. Deze was immers getrouwd en had met al zijn kinderen vele monden te voeden. Daarom was ook hij opgestaan en had hij het hek verplaatst om zijn broer meer land te doen toekomen.

Niet wetend van elkaars wakker liggen en daadkracht, herhaalde zich dit de volgende nacht. Weer werd het hek eerst door de een en later door de ander verplaatst. Tot zij elkaar in de derde nacht tegenkwamen. En toen de broers elkaar in het maanlicht in het oog kregen, raadden zij elkaars bedoelingen en vielen elkaar wenend in de armen.

En men zegt dat toen de Stille Aanwezige die men ook wel god noemt, dit zag, hij tot tranen toe geroerd was en besloot dat dit land de plaats moest worden waar later de stad van vrede zou verrijzen …

(naar een joodse legende)

En ik kan niet anders dan hieraan toevoegen wat Astrid dichtte over twee broers die afscheid van elkaar namen:

Toeschouwer

Twee mannen
de ogen vochtig
ze omhelzen elkaar
teder
en sterk.

Een traan
of het blinken
van brillenglas?
Het afscheid nadert
het afscheid
scheurt.
Niet nu
nu niet
maar later,
straks.

Voelbare liefde,
verlangen dat schrijnt
angst voor wat komt
bel me, roep me
haal me terug
op tijd, op tijd.

Een laatste blik
een geheven hand
een gebogen hoofd
een diepe zucht
een laatste vraag
kom gauw terug

ik blijf, ik blijf
je broer
ik ben er.

U hoorde lezen uit Genesis 33:4 (Esau rende hem tegemoet, sloot hem in zijn armen en kuste hem. Beiden lieten hun tranen de vrije loop). Daarnaast hoorde u zingen: gezang 103 uit het Liedboek.
 

Terug naar overzicht…